Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Lijdend voorwerp in dit nieuwsbericht is Nissan, dat momenteel bloedrode verliezen lijdt. Als het wegstromen van geld niet wordt gestopt, zou in 2026 best wel eens het doek voor deze Japanse autofabrikant kunnen vallen.
Dat wil Ivan Espinosa, de nieuwe topman van Nissan, natuurlijk kosten wat het kost zien te voorkomen. Daarom heeft hij aan de Chinese joint venture partner van het bedrijf, Dongfeng Motors, aangeboden om productiecapaciteit beschikbaar te stellen. Dat is met name voor de Dongfeng Box interessant. Die wordt nu nog vanuit China aangevoerd en krijgt daardoor de volle laag voor wat betreft de extra invoer tax, maar als dat model voortaan in de Nissan fabriek in het Britse Sunderland geassembleerd gaat worden, kan die heffing wordt ontlopen.
Dat maakt theoretisch een scherpere prijsstelling voor de prima gerecenseerde, maar matig verkopende Dongfeng Box mogelijk. Nissan profiteert ook want die autofabrikant kan op deze manier wat doen aan de kostbare onderbezetting van haar fabrieken. Ook de vestiging in Sunderland kampt daarmee. Nissan werkt weliswaar aan een nieuwe generatie elektrische modellen (opvolgers voor de huidige Leaf, Juke en Qashqai), maar als de autoconsument liever een hybride auto heeft, dan blijft het onderbezettingsprobleem bestaan.
