Het nieuws is uiteindelijk nogal anekdotisch, maar het illustreert duidelijk de situatie bij de meeste Europese mainstreammerken in China: een Chinese rechtbank heeft het faillissement uitgesproken van de joint venture tussen GAC en Fiat Chrysler Automobiles. Dit markeert officieel het einde van het Chinese avontuur voor Stellantis, ’s werelds grootste autoconcern qua aantal merken.
Is China nog steeds het auto-eldorado voor buitenlandse merken? Daar ben ik niet zo zeker van. Terwijl sommige Aziatische merken zoals Toyota standhouden, hebben westerlingen het moeilijk. Toch heeft iedereen het geprobeerd, inclusief Franse merken en zelfs het als Zweeds / Chinees gepositioneerde Stellantis. Maar de mislukkingen zijn talrijk.
Peugeot SA (Stellantis bestond toen nog niet) bleef in China voertuigen verkopen, maar de Franse groep voelde al een kentering. Met Stellantis en de steun van Amerikaanse merken zoals Jeep en Dodge zouden de resultaten niet veel beter zijn. De groep verzonk in anonimiteit in China, gedwongen tot geheimhouding door Chinese fabrikanten die zowel de kwaliteit als het aantal aangeboden modellen gestaag hebben verbeterd. Bovendien slaagden Europeanen en Amerikanen er niet in om de markt voor betaalbare elektrische voertuigen tijdig te omarmen. De enige uitzondering bij de westerse fabrikanten is de Volkswagen Groep, die vorig jaar in China een verkoopdaling doormaakte (-9,5%), maar een respectabel volume wist te behouden (2,9 miljoen auto’s per jaar). De Duitse gigant profiteert van zijn lange geschiedenis in China, waardoor het bedrijf aldaar een degelijk imago heeft kunnen opbouwen; iets wat geen van zijn Westerse rivalen ooit is gelukt.
Het nieuws over het faillissement van de joint venture tussen GAC en Fiat Chrysler Automobiles maakte in de Chinese media weinig indruk. Het moet gezegd worden dat Stellantis al min of meer zijn biezen had gepakt en China had verlaten. Maar de afgelopen dagen heeft een rechtbank in Changsha het partnerschap tussen GAC en Fiat/Chrysler definitief failliet verklaard. Het is belangrijk om te onthouden dat de allianties in China al lang vóór de oprichting van Stellantis werden gevormd. Het faillissement werd dus meer dan 3 jaar na de terugtrekking van de Italiaans-Amerikaanse gigant uit China uitgesproken.
De tegenslagen begonnen al aan het einde van de coronacrisis met de sluiting van verschillende fabrieken in China. Maar het geval van Stellantis staat niet op zichzelf: Renault en vervolgens Mitsubishi gaven er ook de brui aan. Zij lieten hun alliantiepartner Nissan in China alleen achter. Die vecht in China nu voor zijn leven. De vlucht van Stellantis is pikant omdat dit bedrijf nu juist degene is die het Chinese merk Leapmotor naar Europa haalt.
De Volkswagen Groep blijft, samen met Tesla, een van de succesvolste buitenlandse spelers in China, maar het Duitse bedrijf ondervond vorig jaar moeilijkheden, met name met zijn luxedochter Porsche. Ik heb al bericht over de woede van sommige Chinese dealers, zozeer zelfs dat het Duitse management een senior manager moest sturen om te proberen de protesten te sussen en oplossingen te vinden. Maar de Chinese concurrentie is niet langer tevreden met het produceren van goedkope auto’s. Ze richten zich ook op het topsegment. En Porsche lijdt daar onvermijdelijk onder: de verkoop daalde vorig jaar met 28 procent in China. En de komst van spelers zoals Xiaomi, met de SU7 en YU7, staat waarschijnlijk niet los van de neergang van de Duitsers in China. Mijn collega’s van de New York Times kopten onlangs: “Waarom Porsche geen premium sportmerk meer is in China”. Ja, het zijn andere tijden.
