Elektrische auto’s worden beter betaalbaar en de keuze aan elektrische occasions groeit. Toch wil de consument er niet aan. Er bestaat grote twijfel of het overheidsbeleid financieel wel gunstig uitpakt voor wie kiest voor elektrisch rijden. Dat blijkt uit de nieuwe Elektrisch Rijden Monitor van de ANWB. De combinatie van onzekerheid en vooroordelen over elektrisch rijden doet de populariteit van de elektrisch auto geen goed.
Het is voor het eerst in de 9 jaar dat de ANWB dit onderzoek doet, is de groep die absoluut geen elektrische auto wil groter dan de groep respondenten die binnen nu en 10 jaar wel voor wil kiezen. Marga de Jager, bestuursvoorzitter van de ANWB zegt daar over: “Dat is ongelofelijk jammer, want we zien juist dat het aantal betaalbare modellen toeneemt en dat rijders die de overstap hebben gemaakt zeer enthousiast zijn”.
Toch heeft De Jager wel een verklaring: “de terughoudendheid komt onder meer door het voortdurend wisselende overheidsbeleid en het effect daarvan op de kosten van elektrisch rijden in de komende jaren. Daarom roept de ANWB de overheid op om te zorgen voor betrouwbaar, meerjarig beleid. Dat is nodig om mensen te helpen bij de transitie naar elektrisch rijden”. Dat juist nu die oproep gedaan wordt, is natuurlijk geen toeval. Er zijn formatiegesprekken gaande waarbij de aandachtspunten voor wat betreft de investeringen van de overheid voor de komende 4 jaar bekend wordt gemaakt. Daarnaast zijn er aanpassingen aan de belastingen mogelijk.
Van de mensen die “nee” zeggen tegen een elektrische auto doet 30 procent dat omdat zij thuis geen eigen plek hebben om hem op te kunnen laden. Daarnaast is 27 procent van de respondenten bang dat de nieuwe regering de autobelastingen in het nadeel van elektrisch rijden gaat aanpassen. De motorrijtuigenbelasting voor elektrische auto’s wordt volgend jaar flink hoger. Nu krijgen dergelijke personenwagens nog 75 procent korting op het tarief, maar dat is volgend jaar nog maar 30 procent. Dat voordeel slaat al snel om in een nadeel, want elektrische auto’s zijn door hun accupakket veel zwaarder dan modellen met (alleen) een verbrandingsmotor. Het kan gaan om een verschil tussen de 300 en 600 euro.
Als het laatste voordeel van 30 procent korting over 4 jaar is afgeschaft, is in bijvoorbeeld de provincie Utrecht een Volkswagen Golf op benzine bijna 500 euro goedkoper qua motorrijtuigenbelasting dan een Volkswagen ID3. Bij een Volvo modellen XC90 en EX90 loopt dat verschil op tot bijna 200 euro per maand (oftewel 2.400 euro op jaarbasis) in het nadeel van de elektrische SUV.
In de vorige editie van de monitor constateerde de ANWB dat de aanschaf van een elektrische auto duurder was geworden in vergelijking met de koop van een vergelijkbaar model op benzine. Er is nog steeds sprake van een prijsverschil, maar dat verschil wordt kleiner. Dat komt onder andere door de hoge afschrijving van elektrische auto’s. Die zijn nu tweedehands relatief goedkoper geworden.
7 procent van de personenwagens is inmiddels volledig elektrisch. Dit aandeel groeit wel (in oktober was 41 procent van de nieuw verkochte auto’s elektrisch), maar die toename is vrijwel volledig te danken aan de zakelijke markt. Aldaar worden vaak modellen aangeschaft die de gemiddelde occasionkoper te groot vindt. Door het gebrek aan belangstelling verdwijnen die auto’s na het leasen naar het buitenland gaan. Vorig jaar ging het om ruim 20.000 exemplaren.
Wat de techniek betreft worden de kaarten van de elektrische auto steeds beter. De gemiddelde actieradius is gegroeid naar 463 kilometer. Dat is 160 kilometer meer dan 5 jaar geleden. Sommige middenklasse modellen halen al 700 kilometer op één batterijlading. Ook de betaalbaarheid neemt toe. Dit jaar verdriedubbelde het aanbod elektrische auto’s met een nieuwprijs tussen de 25 en 35 mille tot 30 modellen. Hiervan kosten er 7 minder dan 25 mille. Volgens de ANWB zijn Nederlanders bereid tot 36.000 euro te betalen voor een nieuwe auto.
