Niets is zo veranderlijk als … een autofabrikant. Renault was oorspronkelijk van plan zijn belang in Nissan aanzienlijk te verkleinen. Maar de 2 autofabrikanten zoeken nu echter naar nieuwe mogelijkheden voor samenwerking.
Nou vooruit: misschien is het geen kwestie van gebrek aan koersvastheid, maar is de heroriëntatie een gevolg van de leiderschapswisselingen die zich zowel bij de Franse als de Japanse fabrikant hebben voorgedaan. Zowel de nieuwe CEO van Renault, François Provost, als de nieuwe voorzitter van Nissan, Ivan Espinosa, willen de alliantie meer gewicht geven. Dat melden bronnen die bekend zijn met beide bedrijven.
Een woordvoerder van Renault bevestigt dat de 2 leidinggevenden regelmatig bespreken hoe de bedrijven elkaar kunnen ondersteunen. Hij omschrijft dit als een “goed teken” voor de toekomst van de relatie.
Renault en Nissan werken al sinds 1999 samen, voornamelijk op het gebied van technologie en inkoop. Destijds hebben de Fransen de Japanners met een financiële injectie van een faillissement gered. De laatste jaren kwam de samenwerking echter steeds meer onder druk te staan om dat Nissan winstgevender was dan Renault. De Japanners wilden daarom onder het juk van de Fransen uit. Die hadden een controlerend belang in Nissan.
Maar na de arrestatie van voormalig Nissan-topman Carlos Ghosn in 2018 begon alles te schuiven. Provosts voorganger, Luca de Meo, stond open voor verkleining van het belang van Renault in Nissan. Hij wilde zich kunnen focussen op het weer gezond maken van de Franse autofabrikant. Dat lijkt na de introductie van de Scénic E-Tech, de 5 E-Tech en de 4 E-Tech goed gelukt te zijn. Maar de Rafale is een flop en wordt nu tegen dumpprijzen in Frankrijk aangeboden. Verder zijn de eerste recensies van de nieuwe Alpine A390 nogal zuinigjes van toon: het beloofde sportwagen-gevoel ontbreekt namelijk. Provost ziet nu dat Renault niet onkwetsbaar is en telt zijn knopen. In dit kader heeft hij besloten om de banden met Nissan weer aan te halen.
Honda
Ondertussen zit Nissan ook weer met Honda om tafel om te praten over samenwerking. Dat is opvallend want eerdere gesprekken over een krachtenbundeling liepen op niks uit. Maar zoals gezegd heeft Nissan een nieuwe topman: Ivan Espinosa. Die wordt door Honda anders dan zijn voorganger wel beschouwd als een volwaardige gesprekspartner. Andersom had Nissan moeite met het vooruitzicht om helemaal opgeslokt te worden door Honda.
Nu wordt er opnieuw over samenwerking gesproken, maar dit keer staat een fusie nadrukkelijk niet op de agenda. Het gaat om het verkennen van een beperkte krachtenbundeling op de Noord-Amerikaanse markt. Daar hebben zowel Honda als Nissan grote belangen. Maar beide Japanse autofabrikanten hebben moeite om het investeringstempo van zowel Toyota als de Hyundai Motor Groep bij te houden. Het idee is nu dat zowel Honda als Nissan in met name de Verenigde Staten flink op de kosten kunnen besparen door bepaalde activiteiten samen te voegen. Niet alleen op elektrificatievlak, maar ook bij de ontwikkeling en productie van grote pick-ups en SUV modellen met een verbrandingsmotor.
Een dergelijke samenwerking heeft geen gevolgen voor een eventuele rendez-vous tussen Nissan en Renault in Frankrijk. De Fransen zijn namelijk niet actief op de Noord-Amerikaanse automarkt. Er waren weliswaar concrete plannen om Alpine op de automarkt van de Verenigde Staten te lanceren, maar dat voornemen is geparkeerd nu de Amerikaanse president extra importtarieven heeft ingesteld.
S&P verlaagt kredietrating Nissan naar BB- van BB
Bij Nissan zijn er ook tegenvallers. S&P Global Ratings zei vrijdag dat het de kredietrating van de Japanse autofabrikant met één stap heeft verlaagd vanwege aanhoudende druk op de winstgevendheid. Daarbij nam het een negatieve kijk aan op de vooruitzichten van Nissan.
Het kredietbeoordelingsbureau verlaagde de lange termijn rating van het bedrijf en zijn buitenlandse dochterondernemingen naar “BB-” van “BB”. Het merkte op dat de concurrentiekracht van Nissan in kernmarkten is afgenomen. Hetzelfde geldt voor de operationele efficiëntie. “Tariefkosten, een uitdagend concurrentielandschap en stijgende uitgaven door inflatiedruk vormen tegenwind voor het herstel van de prestaties”, aldus S&P in een verklaring.
