De Chinees-Zweedse fabrikant van elektrische auto’s Polestar rapporteert een oplopend verlies in het derde kwartaal.
Omdat dit nieuws beleggers negatief stemt, kondigt Polestar nu een omgekeerde aandelensplitsing aan. Dit betekent dat het aantal aandelen wordt verminderd, waardoor de waarde ervan gaat stijgen. Op die manier wil Polestar zijn beursnotering op de Nasdaq proberen te behouden. Die vereist namelijk een waarde van minimaal 1 dollar; iets wat nu niet gehaald wordt.
Het belangrijkste nieuws is echter dat, ondanks een groei van wereldwijde verkoop in het derde kwartaal (de omzet nam met 36 procent toe), het verlies van Polestar is opgelopen tot 365 miljoen dollar (ruim 314 miljoen euro). In dezelfde periode van 2024 was het verlies 323 miljoen dollar (ruim 278 miljoen euro).
Volgens Jean-François Mady, de financieel directeur van Polestar, zegt teleurgesteld te zijn over het in het derde kwartaal behaalde resultaat. “Wij blijven last hebben van prijsdruk op onze voertuigen, naast de hogere productiekosten als gevolg van de invoerrechten”. Polestar werd echter ook op kosten gejaagd door zogeheten restwaardegaranties in Noord-Amerika. Die zijn gebruikelijk bij leasecontracten voor elektrische voertuigen. Doordat de waarde van tweedehands elektrische auto’s daalt, is Polestar nu echter gedwongen om het gat te dichten tussen de daadwerkelijke restwaarde en het beloofde niveau. Mady spreekt van een “groeiende last”.
De aandelen van Polestar zijn sinds de beursgang in 2022 met meer dan 93 procent gedaald. Het bedrijf worstelt ook met zijn schulden en moest met kredietverstrekkers onderhandelen over wijzigingen van de regels voor terugbetaling (lees: uitstel).
Polestar heeft dit jaar ongeveer 20 procent van de 2.500 banen geschrapt. Onlangs kwamen daar honderden banen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling bij. Polestar gaat voor deze zaken vaker meerijden op de bagagedrager van moederbedrijf Geely. Ook zustermerk Volvo gaat tot deze bezuinigingsmaatregel over.
Opvallend is dat Polestar steeds meer afhankelijk wordt van de Europese markt. De zwakke vraag in de Verenigde Staten is structureel zwak omdat autoconsumenten daar de voorkeur geven aan benzinemodellen (al dan niet voorzien van hybride techniek). Polestar ziet daarom af van lancering van de nieuwe ‘5’ op de Amerikaanse markt. Hetzelfde gebeurt in China, waar het merk geen rol van betekenis speelt.
Polestar dreigt daardoor te verworden tot een soort ‘premium Aiways’ dat het eveneens (vrijwel) uitsluitend van Europese klanten moet hebben. Het zorgt er voor dat de afzetbasis voor de ‘Bij de onthulling van de Polestar ‘5’ te smal wordt om volwaardig met zijn grote voorbeeld, de Porsche Taycan, te kunnen concurreren. Een meevaller voor het merk is dat er in Frankrijk geen obstructie meer is tegen een marktdebuut. Daar was jarenlang wel sprake van omdat het logo te veel op dat van Citroën zou lijken. Een nogal gezocht ‘probleem’ maar zoiets kan je wel aan de Fransen overlaten.
