De Duitse autofabrikanten hebben hun slechtste kwartaal sinds de financiële crisis beleefd. Tussen juli en september werd er een operationele winst van slechts 1,7 miljard euro geboekt; een daling van maar liefst 76 procent ten opzichte van vorig jaar. Het is het laagste niveau sinds het derde kwartaal van 2009, zo blijkt uit een analyse van EY.
Toch is het beeld voor de Duitse autofabrikanten niet gitzwart. Zo zijn de verkoop- en omzetcijfers redelijk op peil gebleven. Maar het is vooral de enorme daling van de operationele winst die erg veel pijn doet. Er is momenteel geen enkel ander belangrijk auto-producerend land ter wereld dat slechter presteert dan Duitsland. De in de inleiding van dit nieuwsbericht genoemde cijfers tonen aan dat de crisis nog niet voorbij is, ondanks de vele ontslagen.’
In de 19 andere grootste auto-producerende landen groeide de afzetmarkt juist. De verkoop steeg naar een niveau van 531 miljard euro in het derde kwartaal, zo becijfert EY. Maar ook daar daalde de winst. Er was in die 19 markten sprake van een winstdaling van 37 procent, waardoor er 18,9 miljard euro overbleef. Dat is het laagste niveau sinds 2018.
Toch gaat het nergens zo slecht als in Duitsland. Audi, BMW, Mercedes, Porsche en Volkswagen hebben hun afzet in China flink zien dalen. Dat land was jarenlang de melkkoe van de Duitse auto-industrie. China is nu veranderd in een slagveld. De verkoop van Duitse automerken daalde daar met 9 procent. Waar in 2020 nog bijna 40 procent van de Duitse autoproductie naar China ging, is dat aandeel nu gezakt naar 29 procent. De Chinezen hebben de dure modellen uit Ingolstadt, München of Stuttgart niet meer nodig; ze kiezen massaal voor hightech elektrische auto’s van eigen bodem.
Analisten zijn somber: een einde aan deze neerwaartse spiraal is niet in zicht. In het segment van elektrische auto’s worden de westerse merken in China links en rechts ingehaald. De Chinezen bieden meer technologie voor minder geld, waardoor het eens zo machtige Duitse statussymbool in rap tempo erodeert.
Daarnaast hebben de Duitse fabrikanten last van de importheffingen die zijn opgelegd door de Verenigde Staten. Het is met name Volkswagen dat daar veel pijn door lijdt. Deze Duitse speler maakt momenteel bovendien hoge kosten vanwege investeringen in nieuwe projecten, zoals de lancering van het automerk Scout.

Porsche wijzigt momenteel duidelijk haar koers. Deze autoproducent had vol ingezet op elektrisch, maar komt daar nu toch weer van terug. In grote haast worden er nu modellen ontwikkeld met een verbrandingsmotor. De geplande elektrische SUV met 7 zitplaatsen is juist in de ijskast beland. Dat kost natuurlijk geld en dat zie je terug in de winstcijfers. De nieuwe strategie zorgt namelijk voor een enorme afschrijving.
Terwijl de reuzen wankelen, is er één verrassende winnaar die iedereen uitlacht: Suzuki. De Japanse fabrikant van compacte auto’s is op dit moment de meest winstgevende autobouwer ter wereld met een marge van 9,2 procent. BMW volgt op gepaste afstand met 7,0 procent, terwijl het gemiddelde in de industrie is gezakt naar een zorgwekkende 3,9 procent.
Het bewijst dat de strategie van ‘steeds groter, luxer en duurder’ zijn grenzen heeft bereikt. Suzuki houdt het simpel en betaalbaar, en dat betaalt zich in tijden van economische onzekerheid dubbel en dwars uit. Voor de Duitse merken rest weinig anders dan het mes in de organisatie te zetten; massaontslagen bij toeleveranciers als Bosch en ZF, maar ook bij de autofabrikanten zelf, zijn onvermijdelijk om de kosten te drukken.
