Nadat Ford eerder al voor een 2-tal elektrische middenklassers voor de Europese markt had aangebeld bij Volkswagen, volgt er nu een samenwerking voor een duo kleine elektrische auto’s die gebaseerd worden op het AmpR platform van Renault.
Het AmpE platform van Renault is verkrijgbaar in 2 versies: ‘AmpR Small’ vormt de basis voor modellen als de nieuwe Twingo, de 5 E-Tech en de 4 E-Tech, evenals de sportievere Alpine A290. Het grotere ‘AmpR Medium’ wordt gebruikt voor modellen als de Mégane E-Tech, de Scenic E-Tech, de Alpine A390 en de Nissan Ariya. De aankomende kleine elektrische modellen van Ford zullen echter niet in Keulen (waar tot 2 jaar geleden de Fiesta van de band liep) worden gebouwd, maar in de ElectriCity-fabriek van Renault in het Noord-Franse Douai.

Om de nieuwe modellen duidelijk als Fords te positioneren, belooft de Amerikaanse autofabrikant een volledig eigen koetswerkontwerp. De eerste van de twee voertuigen zal naar verwachting begin 2028 in de showrooms verschijnen. Ford heeft nog niet bekendgemaakt welke modellen dit zullen zijn. Een nieuwe versie van de Fiesta als elektrisch model lijkt waarschijnlijk. Een elektrische comeback van de onlangs gesaneerde Focus ligt minder voor de hand. Ford gaat voor dat model zelf een opvolger ontwikkelen die als Bronco Gen-E op de markt zal komen. Het is aannemelijker dat het tweede op het AmpR platform te baseren model een compacte SUV wordt met een hoge, hoekige carrosserie om zo de hoeveelheid interieurruimte te kunnen maximaliseren.
“De strategische samenwerking met de Renault Groep is een belangrijke stap voor Ford en ondersteunt onze strategie om een zeer efficiënte en toekomstbestendige onderneming in Europa op te bouwen. Wij zullen de industriële schaal en de elektrische voertuigen van de Renault Groep combineren met Fords iconische design en rijdynamiek om voertuigen te ontwikkelen die rijplezier bieden, goed presteren en het typische Ford-karakter hebben”, aldus de CEO van Ford, Jim Farley (links op onderstaande foto, naast hem de topman van Renault, Francois Provost).

De elektrische modellen Capri en Explorer, gebaseerd op een Volkswagen platform, worden door Ford wel in eigen beheer (namelijk in Keulen) geproduceerd, maar zijn niet erg succesvol. Dat verklaart waarom de samenwerking met ‘Wolfsburg’ niet naar meer smaakt.
Het lijkt erop dat de Farley beseft dat ‘Blue Oval’ het op eigen houtje niet gaan redden in het B-segment. Het devies is simpel: kosten drukken, volumes draaien en dan maar hopen dat er onder de streep een tevreden stellende marge over blijft. Farley won er geen doekjes om tijdens de bekendmaking van de samenwerking in Parijs: “Dit is geen luxe-huwelijk uit liefde, maar pure noodzaak. Wij weten dat wij in deze industrie moeten vechten om te kunnen overleven”, zo stelt de CEO onomwonden. De dreiging komt uit het Oosten, waar Chinese merken met moordende prijzen en hypermoderne technologie de gevestigde Europese orde het vuur na aan de schenen leggen. Door de krachten te bundelen met Renault, hopen beide giganten sneller en efficiënter te kunnen opereren. Het is de enige manier om een vuist te maken tegen merken die hun auto’s voor bodemprijzen in Europa dumpen. “Daarom zijn we hier”, zo benadrukt Farley. Als je de Chinezen niet kunt verslaan op prijs, dan moet je de ontwikkelingskosten delen met jouw Europese buurman.
Ondertussen rommelt het ook op politiek vlak. Ford’s eerste man in Europa, Jim Baumbick, grijpt de persconferentie aan om kritiek te uiten op het geplande verbrandingsmotor-verbod dat in 2035 van kracht wordt. Volgens de Amerikanen moet de realiteit de regelgeving dicteren, en niet andersom. De consument is er simpelweg nog niet klaar voor om massaal en gedwongen in de elektrische auto te stappen, zeker niet als de prijzen hoog blijven.
Ford pleit daarom voor een langere adempauze voor de benzinemotor met hybride techniek. “Het gaat erom de overgang aantrekkelijk te maken, niet om de vraag te wurgen”, aldus Baumbick. De elektrische revolutie sterft volgens hem een stille dood als de laadinfrastructuur in landelijke gebieden niet verbeterd en er geen aanschafsubsidies blijven. En dan is de consument de dupe.
