Als je bepaalde feiten en cijfers uit het kwartaalverslag van General Motors, dat gisteren is gepubliceerd, eruit pikt, vraag je je misschien af waarom CEO Mary Barra aandeelhouders vertelde dat 2025 “uitzonderlijk” was.
Zij heeft het weliswaar over “te midden van aanzienlijke veranderingen in het belasting- en handelsbeleid”, maar toch: het nettoverlies van General Motors liep in het vierde kwartaal op tot 3,3 miljard dollar nadat het gedwongen was om meer dan 7 miljard dollar aan afschrijvingen te doen. Die waren voornamelijk gerelateerd aan het terugschroeven van de productie van elektrische voertuigen.

Keep on smiling: de CEO van General Motors vindt dat het ondanks tegenslagen prima gaat met haar bedrijf
De omzet daalde in het vierde kwartaal met 5,1 procent tot 45,3 miljard dollar. In deze periode daalde de winst vóór belastingen in Noord-Amerika met 1,3 procent tot 2,2 miljard dollar. De omzet, de nettowinst en de winst vóór belastingen daalden in het hele jaar. Maar Barra laat zich daardoor niet uit het veld slaan. De context is namelijk allesbepalend. General Motors heeft volgens haar namelijk redenen voor optimisme: de autofabrikant verwacht in 2026 winstgevender te zijn.
General Motors is ervan overtuigd dat de onderliggende bedrijfsactiviteiten solide zijn, dat het bedrijf een gedisciplineerd voorraadbeheer hanteert en dat de diverse modellen goed verkopen. Barra put ook moed uit het feit dat de aangepaste winst vóór rente en belastingen (EBITDA) in het vierde kwartaal met 13 procent steeg tot 2,8 miljard dollar. De directie schrijft de groei toe aan kostenbeheersing en gunstige prijzen.
De autofabrikant verwacht de verliezen op elektrische voertuigen in 2026 met 1 à 1,5 miljard dollar te verminderen. Daarnaast zal General Motors honderden miljoenen dollars besparen doordat het geen emissierechten hoeft aan te schaffen om aan de federale emissievoorschriften te voldoen.
De importheffingen voor 2025 lagen lager dan eerder verwacht. General Motors kon meer dan 40 procent van deze kostenpost compenseren door bezuinigingsmaatregelen, aanpassingen in de productie en andere acties.
Dit neemt niet weg dat het management van General Motors weinig enthousiasme oproept. Dankzij president Donald Trump wordt Chinese concurrentie buiten de deur gehouden, maar andere Aziatische spelers (Toyota, Lexus, Hyundai, Kia) blijven marktaandeel winnen op de thuismarkt van Barra’s autoconcern. Als het gaat om elektrificatie, waterstoftechniek of plug-in hybride modellen is General Motors weinig koersvast.
Niet vergeten moet worden dat General Motors de laatste jaren heeft kunnen profiteren van het feit dat haar landgenoten Ford en Stellantis zo hun eigen problemen hadden. Ford is in eigen land ‘ kampioen terugroep acties’ en kampt met enorme garantieclaims. De vorige topman van Stellantis, Carlos Tavares, wist zeer goed de Amerikaanse dealers tegen zich in het harnas te jagen met verkeerde keuzes op het gebied van modellen-politiek. Maar beide concurrenten van General Motors lijken zich te herpakken terwijl Barra op de oude voet verder gaat. Wordt het bij dit bedrijf niet tijd voor een frisse wind?
