In Europa en de Verenigde Staten wordt Stellantis geconfronteerd met verschillende collectieve rechtszaken (Class Action). Eén daarvan loopt echter bijna ten einde. Om de zaak te schikken, heeft de multinational in Noord-Amerika een overeenkomst getekend.
Stellantis biedt de gedupeerde automobilisten nu een garantie van maximaal 15 jaar of 240.000 km op bepaalde onderdelen, evenals een terugbetaling voor reeds uitgevoerde reparaties. Het is echter onzeker of de eisers in soortgelijke procedures in Europa hetzelfde resultaat zullen behalen.
Niet alleen in Europa wordt Stellantis geconfronteerd met collectieve rechtszaken. Ook in de Verenigde Staten loopt het bedrijf tegen soortgelijke procedures aan. Weinig autofabrikanten komen vandaag de dag nog aan dit soort collectieve rechtszaken als advocaten geld ruiken. Met name in de Verenigde Staten is het snel kassa. Daar zijn collectieve rechtszaken niet alleen ouder en veel talrijker dan in Europa, maar zijn advocaten ook veel machtiger.
Het Euro-Amerikaanse bedrijf heeft onlangs een schikking getroffen om de rechtszaken betreffende een van zijn modellen te beëindigen: de Chrysler 200, een D-segment middenklasser van de modeljaren 2015-2017. Die is voorzien van een 2,4 liter 4 cilinder benzinemotor die zeer storingsgevoelig blijkt te zijn. In Europa werden autoconsumenten vrijwel niet geconfronteerd met deze notoir onbetrouwbare krachtbron. De enige slachtoffers waren eigenaren van een Lancia Flavia Cabriolet want dat model is feitelijk een Chrysler 200 Convertible.
Ondanks het feit dat het in de Verenigde Staten dus om een andere krachtbron gaat, kan het zijn dat in Europa gedupeerden met een auto die voorzien is van de 1.2 PureTech (‘PurePech’) of 1.5 BlueHDi motor, na het lezen van het bericht over 15 jaar garantie nu jaloers worden. Hetzelfde geldt voor Citroën rijders met een defect aan de Takata-airbags. Over beide zaken zijn in Europa collectieve rechtszaken aangespannen.
Bij de motor van de Chrysler 200 en Lancia Flavia gaat het om storingen bij het zeer geavanceerde variabele inlaatsysteem MultiAir dat ook in sommige Alfa Romeo (MiTo) en Fiat (500, 500X) modellen werd gemonteerd. Deze technologie kon soms problemen veroorzaken. Het belangrijkste twistpunt tussen Stellantis en gedupeerden was het gebrek aan financiële steun van de fabrikant wanneer dit systeem of de brandstofinjectoren defect raakten. Amerikaanse regelgeving schrijft voor dat fabrikanten een langere garantie moeten bieden op ‘emissie gerelateerde onderdelen’. Soortgelijke eisen bestaan ook in Europa, wat ertoe leidde dat Ford duizenden roetfilters moest vervangen (maar dat is een ander verhaal).
Kunnen Europese collectieve rechtszaken hetzelfde succes behalen? Hoewel dit discutabel is, hebben rechters in de Verenigde Staten geoordeeld dat het MultiAir systeem en de brandstofinjectoren tot deze emissie gerelateerde onderdelen behoren. Theoretisch gezien zouden deze onderdelen daarom een ruimere garantie moeten genieten dan de rest van het voertuig.
Stellantis ging niet in beroep tegen deze uitspraak. De multinational heeft uiteindelijk ingestemd met een verlenging van de garantie op deze onderdelen tot 15 jaar of 240.000 km. Dit is uitgebreider dan de 10 jaar of 180.000 km die momenteel onder bepaalde voorwaarden wordt geboden voor defecten aan de distributie ketting van de 1.5 BlueHDi motor. Reeds uitgevoerde reparaties kunnen in sommige gevallen ook worden vergoed.
De Amerikaanse gerechtelijke uitspraak is echter geenszins een voorbode van de uitkomst van collectieve rechtszaken die in Europa worden gevoerd. Vooral omdat dit soort juridische procedures nog erg nieuw zijn en hun effectiviteit nog moeten bewijzen.
