Stellantis staat op het punt om een nieuwe Euro-7 dieselmotor te lanceren. De eerste specificaties zijn al bekendgemaakt. Ook een nieuwe krachtige benzinemotor voor Abarth is in ontwikkeling.
Bij Stellantis nemen de aanwijzingen toe dat het autoconcern zijn aanbod aan verbrandingsmotoren gaat uitbreiden, na vorige week miljarden euro’s te hebben afgeschreven op diverse elektrificatieprojecten.
De focus van de nieuwe plannen ligt op een nieuwe 1,6 liter dieselmotor, waarvan de ontwikkeling en productie, volgens berichten in de Italiaanse media, plaatsvindt in Noord-Italië. Het gaat specifiek om Carmagnola, ongeveer 30 kilometer ten zuiden van Turijn, waar een aloude gieterij is gevestigd die al decennia lang motoronderdelen produceert voor Fiat en andere merken binnen het voormalige FCA (Fiat Chrysler Automobiles).
Volgens bronnen dicht bij het bedrijf is de productie van motorblokken voor de nieuwe dieselmotor daar al begonnen.

Ook de grote personenbusjes van Peugeot, Opel en Citroën (tot 2022 enkel nog als volledig elektrische Traveller respectievelijk Zafira Life, en SpaceTourer beschikbaar) worden weer leverbaar met een dieselmotor. De fabrikant reageert hiermee op teruglopende verkopen van het hiervoor genoemde trio sinds de ‘elektrische-only’ stap. Grote gezinnen, pendeldiensten en taxibedrijven klaagden over de beperkte actieradius (in de praktijk ongeveer 200 à 300 km) en hoge aanschafprijzen, waardoor zij massaal naar concurrenten met modellen met een verbrandingsmotor in hun gamma uitweken.
Technisch gaat het om een serieuze terugkeer: een 2,2 liter 4 cilinder diesel met 180 pk en 400 Nm, gekoppeld aan een 8-traps automaat. Stellantis positioneert de busjes opnieuw als lange afstand auto’s die zonder laadstress ruim 800 km op één tank kunnen afleggen. Concurrenten zoals de Volkswagen Multivan en de Ford Tourneo profiteerden verkoop technisch al van het vertrek van de Franse diesels.
Financieel en fiscaal blijft het complex: elektrische versies starten vaak bij zo’n 60.000 euro, terwijl een kale diesel in Frankrijk circa 46.000 euro kost; 14.000 euro verschil. In landen met streng CO2-beleid levert dat nadelen op; in Nederland drukt BPM de prijs voor particulieren omhoog, en in Frankrijk moeten kopers eerst een indrukwekkende milieu boete van ruim 70.000 euro voorschieten die alleen teruggegeven wordt bij bewijs van een groot gezin. De stap illustreert dat diesel voor specifieke toepassingen nog steeds meerwaarde heeft, ondanks politieke druk om verbrandingsmotoren te ontmoedigen.
