Na zijn aantreden versterkte hij de diverse merken van de Volkswagen Groep en nu moet het hoofdkantoor van hem een meer leidende rol gaan spelen: Oliver Blume hoopt hiermee het door hem geleide autoconcern slagvaardiger te maken.
Europa’s grootste autofabrikant, de Volkswagen Groep, zal als het aan Blume ligt in de toekomst dus veel centraler worden aangestuurd. Verschillende bronnen binnen het autoconcern melden dat de CEO belangrijke beslissingen over software, platforms en rijhulpsystemen geleidelijk terug wil brengen naar het hoofdkantoor in Wolfsburg. De diverse dochterondernemingen verliezen daarmee een deel van hun huidige autonomie.
De reorganisatie maakt deel uit van de ‘Konzernstrategie 2030’ en moet een speerpunt zijn van Blumes tweede ambtstermijn. Na jaren van decentralisatie gaat hij dus zijn eigen koers bijstellen. Dit betekent dat Blume de touwtjes nu weer strakker in handen neemt. Deze strategische wijziging valt samen met de constatering dat de operationele winstmarge van de Duitse autogigant momenteel achterblijft bij die van de Renault Groep.
Blume wil in zijn tweede ambtstermijn belangrijke beslissingen centraal gaan nemen. Het gaat dan specifiek om de ontwikkeling van software, voertuigplatforms en rijassistentiesystemen. Deze bevoegdheden worden stapsgewijs weggehaald bij de dochterbedrijven (met name Audi en Porsche verliezen daarmee vrijheid) en teruggebracht naar het hoofdkantoor in Wolfsburg.
Dit is een opvallende koerswijziging. Toen Blume aantrad, was zijn beleid juist gericht op decentralisatie om de merken meer slagkracht te geven. Nu kiest hij voor centrale sturing als onderdeel van zijn nieuwe strategie voor 2030, waarschijnlijk om de ontwikkelingskosten te drukken en efficiënter te kunnen werken door techniek te delen.
Waarom deze efficiëntieslag nodig is, wordt duidelijk uit een vergelijking met de financiële resultaten van de Renault Groep. Hoewel Volkswagen een veel groter bedrijf is, slaagt concurrent Renault er momenteel in om op operationeel niveau meer geld per auto te verdienen. De Franse concurrent realiseerde onder leiding van François Provost vorig jaar een operationele winstmarge van 6,3 procent. Ter vergelijking: Volkswagen verwacht voor zijn autodivisie voor het lopende jaar een rendement van slechts 2 tot 3 procent.
Voor Volkswagen is de boodschap in ieder geval helder: om in de toekomst voldoende winst te kunnen realiseren in een krimpende en zwaarbevochten automarkt waar elektrische modellen meer en meer de dienst uit maken, is centrale regie over de meest kostbare onderdelen (software en platforms) noodzakelijk.
