De National Highway Traffic Safety Administration is een nieuwe technische analyse gestart naar 3,2 miljoen auto’s van Tesla in de VS die zijn uitgerust met Full-Self Driving. Dat liet de Amerikaanse veiligheidswaakhond donderdag weten.
Het nieuwe onderzoek naar Tesla’s Full Self Driving-systeem, dat uitsluitend op camera’s is gebaseerd, vindt plaats nadat er zich diverse ongelukken en een dodelijk incident plaats hebben gevonden. De NHTSA heeft het onderzoek naar de rijhulptechnologie, die vrijwel alle Tesla’s omvat, uitgebreid.
Tesla Full Self-Driving waarschuwt bestuurders mogelijk niet bij slecht zicht en wellicht zijn er meer ongelukken dan aanvankelijk werd gedacht en die niet zijn gemeld. Het onderzoek is nu uitgebreid naar een technische analyse om software-updates en de getroffen voertuigen te beoordelen.
Het Office of Defects Investigation (ODI) van de National Highway Traffic Safety Administration onderzoekt verder Tesla’s Full Self Driving Beta en het Full Self Driving Supervised systeem. Die werden geïmplementeerd nadat de autofabrikant medio 2021 overstapte van het gebruik van zowel camera’s als radars naar alleen camera’s met het Tesla Vision-systeem. Het agentschap vreest dat het systeem, ondanks een update, “de bestuurder niet adequaat kan waarschuwen bij slechte zichtomstandigheden zoals verblinding en sneeuw vlokken”.
Met andere woorden, de semi-autonome rij hulp zou onder bepaalde omstandigheden tekort kunnen schieten en de bestuurder mogelijk niet tijdig waarschuwen om een aanrijding te voorkomen. Er zijn ook zorgen over het onder-rapporteren van gerelateerde aanrijdingen, waarvan er minstens één dodelijk was.
De NHTSA zegt dat Tesla de dag na het indienen van een melding van een dodelijk ongeval op 28 november 2023 is begonnen met de ontwikkeling van een software-update voor het systeem, maar het ODI “beschikt niet over informatie over wanneer de update is geïmplementeerd en welke voertuigen het bijgewerkte systeem hebben”. Het is echter wel op de hoogte van ten minste 9 incidenten met aanrijdingen. Als de software op deze voertuigen is geïnstalleerd, zou dit van invloed kunnen zijn geweest op een derde van die aanrijdingen.
Tijdens de voorlopige evaluatiefase gaf Tesla aan dat interne data- en labelbeperkingen een uniforme identificatie en analyse van crashes waarbij het potentieel problematische systeem was ingeschakeld, in de weg stonden. Omdat Tesla niet correct kon vaststellen welke crashes met de software te maken hadden, kan dit hebben geleid tot een onderrapportage van crashes op verschillende momenten in de vastgestelde periode. De voorlopige evaluatie is daarom nu overgegaan naar een technische analyse.
De incidentgegevens van de NHTSA suggereren dat Tesla’s systeem er niet in slaagt om de bestuurder adequaat te waarschuwen wanneer het zicht beperkt is. De crashes die de ODI onderzocht, toonden aan dat het systeem er niet in slaagde om veelvoorkomende weersomstandigheden, die het zicht van de camera belemmerden, te detecteren en/of waarschuwingen te geven dat de cameraprestaties waren verslechterd “tot vlak voor de crash”.
Uit Tesla’s antwoorden op vragen van de NHTSA blijkt dat er zich meer crashes in vergelijkbare situaties hebben voorgedaan. De NHTSA voegt eraan toe dat “FSD ook een voorliggend voertuig uit het oog verloor of nooit detecteerde”.
