Steeds meer werkenden kiezen voor carpoolen of andere alternatieven nu de brandstofprijzen stijgen.
De stijgende brandstofprijzen beginnen dus door te werken in het dagelijkse reisgedrag van werkenden. Eén op de vijf werkende Nederlanders heeft de afgelopen weken het woon-werkverkeer aangepast om kosten te besparen.
Dat blijkt uit representatief onderzoek onder het Hart van Nederland-panel. Aanleiding voor de hogere prijzen is de onrust in het Midden-Oosten en het conflict rond Iran, waardoor olie en gas flink duurder zijn geworden. Volgens het panelonderzoek geeft 20 procent van de werkenden aan dat zij hun reisgedrag inmiddels hebben aangepast.
De aanpassingen zitten vooral in minder autokilometers. Zo werkt 9 procent vaker thuis dan gebruikelijk om dure ritten te vermijden. Daarnaast kiest 10 procent vaker voor alternatieven voor de auto, zoals het openbaar vervoer, de fiets of carpoolen.
Werkgevers spelen vooralsnog nauwelijks in op de stijgende brandstofkosten. Slechts 2 procent van de ondervraagde werkenden zegt dat hun werkgever deze maand nieuwe maatregelen heeft genomen, bijvoorbeeld extra ruimte voor thuiswerken of een hogere reiskostenvergoeding.
Ook het kabinet grijpt nog niet direct in. Volgens ministers, onder wie Heleen Herbert (Economische Zaken, CDA) en Eelco Heinen (Financiën, VVD), is de situatie nog niet vergelijkbaar met de energiecrisis van 2022, toen de gasprijs kortstondig opliep tot circa 300 euro per megawattuur.
Wel wordt er door het kabinet gewerkt aan een ‘gereedschapskist’ met mogelijke maatregelen, zoals een nieuwe energietoeslag, een prijsplafond voor energie, tijdelijke verlaging van accijnzen en energiebelasting, of koopkrachtmaatregelen zoals aanpassingen in minimumloon en huurtoeslag. Concrete besluiten laat het kabinet voorlopig nog op zich wachten; besluitvorming wordt pas bij de begrotingsaanpassing in augustus verwacht.
