De Volkswagen Groep verwacht pas rond 2030 evenveel winst te behalen met haar elektrische auto’s als met de modellen die een verbrandingsmotor hebben. Dat heeft financieel directeur Arno Antlitz tijdens de presentatie van de kwartaalcijfers laten weten.
Het vernieuwde MEB+ platform (de basis voor onder andere de Volkswagen ID.Polo, de Skoda Epiq en de Cupra Raval) zorgt al voor enige verbetering, maar de compacte elektrische modellen met deze basis genereren nog steeds slechts 70 tot 80 procent van de marge die de Volkswagen Groep op vergelijkbare modellen met een verbrandingsmotor behaald. Pas met het toekomstige SSP-platform verwacht Volkswagen die kloof volledig te kunnen dichten.
SSP is de opvolger van het MEB/MEB+ platform en kan ook voor stekker hybride modellen gebruikt worden. Het integreert de elektrische architectuur van Rivian. Dat moet een kostenbesparing van 20 procent opleveren en de weg vrijmaken voor volledig software-gedefinieerde voertuigen. De lancering van de eerste modellen op basis van het SSP platform staat gepland voor 2030. De primeur is waarschijnlijk gepland voor de ID.Golf.
De Volkswagen Groep dacht aanvankelijk al dit jaar met de lancering van de nieuwe generatie elektrische auto’s te kunnen beginnen, maar er is dus sprake van 4 jaar uitstel. De vertraging bij de lancering van nieuwe elektrische auto’s betekent dat de Volkswagen Groep de CO2-doelstellingen van de Europese Unie niet zal kunnen halen. Dit betekent dat Brussel de komende jaren boetes zal uitdelen. Het gaat om jaarlijks 400 tot 500 miljoen euro.
De Volkswagen Groep leverde in het eerste kwartaal 216.800 elektrische auto’s af, oftewel 7,7 procent minder exemplaren dan in dezelfde periode van 2025. In Europa was er weliswaar sprake van een sterke groei, maar die werd volledig teniet gedaan door scherpe vraagdalingen in de Verenigde Staten (‑80 procent) en China (‑64 procent).
