Aston Martin obligatiehouders zijn naar een New Yorkse rechtbank gestapt. Zij willen op die manier openbaarmaking forceren over een lening van 450 miljoen pond. Als onderpand zouden de merkrechten dienen.
Twee Amerikaanse investeringsmaatschappijen, Arini Capital Management en Tresidor Investment Management, willen documenten van de geldschieters en hun adviseurs kunnen inzien. De obligatiehouders van Aston Martin, die niet op de hoogte waren van de financieringsconstuctie, bereiden over de kwestie een aparte claim voor in Londen.
Aston Martin leende in juli 450 miljoen pond (606 miljoen dollar) van een groep onder leiding van HPS Investment Partners, een van de grootste private kredietverstrekkers. Een onderdeel van Authentic Brands Group, het licentiebedrijf achter Reebok, leende samen met hen geld uit. Een extra bedrag van 100 miljoen pond kent één voorwaarde. Authentic Brands krijgt een belang van 50,1 procent in het bedrijfsonderdeel dat de niet-automotive merknaamrechten van Aston Martin bezit. De prijs voor dat belang is niet openbaar gemaakt.
Deze rechten omvatten licenties, merchandise en lifestyleproducten. Ze leveren geld op, terwijl de divisie die zich bezighoudt met de ontwikkeling, productie en verkoop van auto’s juist verlies lijdt. Daarom zeggen de schuldeisers dat door deze deal waarde buiten hun bereik is gebracht.
De aanvraag richt zich op HPS, eigendom van BlackRock, samen met de Britse tak van Authentic Brands en de adviseurs Moelis en Lazard. Aston Martin heeft zelf het grootste deel van het gevraagde materiaal niet overhandigd aan de schuldeisers.
De schuldeisers hebben 2 routes genoemd. De eerste is gebaseerd op de New Yorkse wet die voor de obligaties geldt. De tweede verwijst naar Section 423 van de UK Insolvency Act, waarmee rechters overdrachten die te laag zijn gewaardeerd terug kunnen draaien.
Beide routes hebben als doel dat de overdracht wordt teruggedraaid, of anders dat er een schadevergoeding wordt uitgekeerd. Tot nu toe is er in Londen nog niets ingediend.
