Het is er op of eronder voor Lancia. Het Italiaanse automerk heeft al zijn kaarten op tafel gelegd. Dat zijn er trouwens niet zo veel: sinds de comeback op exportmarkten moest Lancia het aanvankelijk hebben van de Ypsilon en sinds kort is daar de nieuwe Gamma bijgekomen. Plannen om een derde model aan het, eh …. , assortiment toe te voegen, zijn geschrapt. Dat had de nieuwe Delta moeten worden, maar nadat de Ypsilon een verkoopfiasco is gebleken, moet Lancia eerst maar eens met de Gamma bewijzen dat Europese klanten dat zij wel degelijk levensvatbaar is.
De eerste reacties van de pers op de nieuwe Gamma zijn niet razend enthousiast. Dat is niet verwonderlijk want deze Lancia lijkt wel heel erg op de DS No.7. Hetgeen betekent dat er ook niet of nauwelijks verschillen zijn met de Citroën ë-C5, de Jeep Compass Full Electric, de Opel Grandland Electric en de Peugeot modellen e-3008 plus e-5008. Ik denk dan ook dat moederbedrijf Stellantis over circa 2 jaar zal besluiten dat Lancia als zelfstandig merk zal worden afgebouwd. Dat het nu reeds onder de rokken van Fiat verdwijnt, is reeds een veeg teken.
Toch verdient Lancia nog een kans. Door terug te keren naar zijn gloriejaren. En daarmee wordt niet het tijdperk van de Lambda, Aprilia en Aurelia GT bedoeld, maar de periode waarin de vorige generatie Ypsilon de Lancia-vlam brandende hield. We hebben het dan over de jaren 2019-2-2022 toen de chique versie van de Fiat Panda in zijn eentje met enkel de thuismarkt als afzetgebied een marktaandeel van 0,4 procent bij elkaar wist te harken. Dat is dubbel zoveel als Alfa Romeo en DS met hun hele gamma nu voor elkaar krijgen.
Laten wij het beestje maar gewoon bij zijn naam noemen: de gloriejaren zijn de periode dat Lancia actief was in het A-segment. Daarmee dringt de vergelijking met Smart zich op. Dat merk probeerde een doorstart te maken met de #1 (2022, B-segment), de #3 (2023, C-segment) en de #5 (2025, D-segment). Tot enige activiteit op de verkoopradar leidde dat niet. Nu keert Smart terug naar zijn gloriejaren oftewel de Fortwo-periode waarin het actief was in het A-segment. Smart piekte op merkniveau toen in december 2009 op 0,8 procent (ja, ik heb het cijfer 2 keer moeten controleren)!
Dat is ook het devies voor Lancia, of beter voor Stellantis: gun het merk nog één kans door het terug te laten keren naar het A-segment met een stijlvolle (premium) hatchback van maximaal 3,8 meter op basis van de nieuwe Fiat Panda. Als die ook nog eens in eigen land wordt geproduceerd, is dat een type auto waar de Italianen wél warm voor zullen lopen. Zeker als de prijs ondanks een luxueuze aankleding beperkt wordt gehouden tot afgerond 23 mille, hetgeen mogelijk moet zijn wanneer nieuwe Panda als basis wordt genomen.
Geen enkel automerk kan zonder een flinke schare fans op de thuismarkt. Dat is het Alfa en Omega van de autobranche. Die klanten zijn er in Italië en voor hen moet Lancia weer gaan knielen. Niet voor wispelturige autoconsumenten die zich elders in Europa zouden kunnen bevinden. Italy First, Lancia!
Betekent ‘op de schreden terugkeren’ naar het A-segment gezichtsverlies voor Lancia? Nee, het is juist moedig als er een beslissing wordt genomen die de buitenwereld niet als ‘stoer’ of ‘hoogdravend’ beschouwd, maar die wel verstandig en duurzaam is. Want ook voor een Italiaans automerk geldt: liever 1 vogel in de hand (veel klanten op de thuismarkt) dan 10 (elders in Europa) in de lucht. Ik weet zeker dat als de designstudio van Lancia er even voor gaat zitten, zij een prachtig A-segment model kan ontwerpen. Dat is de thesis van dit opinieartikel.
