Audi is de afgelopen tijd niet alleen in de problemen gekomen vanwege ingestorte verkopen in China, maar ook door de handelstarieven van Donald Trump. Je zou denken dat de topman van deze autofabrikant, Gernot Döllner, nu een pesthekel heeft aan de Amerikaanse president. Niets is minder waar. Döllner heeft tijd in zijn agenda vrijgemaakt om een campagnebijeenkomst van Trump bij te wonen. Doel was om de Amerikaanse president goede sier te laten maken met de miljardeninvestering van Audi voor de bouw van een fabriek in de Verenigde Staten. Maar dat valt slecht in Duitsland.
“Dit is de grootste investering in de moderne geschiedenis van de Amerikaanse auto-industrie”. Trump zit nooit verlegen om hyperbolen, maar dat hij zaterdag tijdens een campagnebijeenkomst in de Amerikaanse staat Georgia de komst van een nieuwe Audi fabriek mocht aankondigen (een investering van zo’n 4 miljard dollar (omgerekend 3,5 miljard euro), was dat meer dan een mooie opsteker. En dat de CEO van Audi ook het podium opklom om de “fantastische opportuniteit” te vieren, gaf de overwinning alleen maar meer glans … zo’n anderhalve week voor de belangrijke midterm verkiezingen in de VS.
Audi wil er tegen begin van het volgende decennium 200.000 auto’s (grote SUV’s) per jaar van de band laten rollen in de nieuwe fabriek, hetgeen goed zal zijn voor zo’n 4.500 banen, zo stelt het bedrijf in een persbericht. Daarmee bouwt het merk een “derde grote pijler” in zijn wereldwijde productie, naast Europa en China, klinkt het. “Wij geloven in de Amerikaanse markt”, zei Döllner in Georgia, terwijl de Trump-aanhang “USA, USA …” scandeerde.

Döllner bedankte Trump voor zijn steun, die het op zijn beurt niet naliet om erop te wijzen dat de beslissing er alleen was gekomen door de importtarieven van 15 procent die hij de Europese autobouwers heeft opgelegd als ze niet in de Verenigde Staten produceren (zoals Audi). De tarieven hebben Audi vorig jaar 1,2 miljard euro gekost. Dat verklaart mede waarom Audi en de hele Volkswagen Group in zo’n zwaar weer verkeren, waardoor er nu zwaar bezuinigd moet worden.
Met een besparingsplan wil Volkswagen tegen 2030 zo’n 100.000 banen schrappen en de autoproductie uitdoven in verschillende Duitse fabrieken, waaronder een van Audi in Neckarsulm (als de kosten niet genoeg dalen). Het mag dan ook niet verbazen dat de aankondiging van Döllner en zijn verkiezingsoptreden bijzonder slecht zijn gevallen bij onze oosterburen.
De Duitse metaalvakbond IG Metall hekelde dat Audi “een speelbal in de Amerikaanse verkiezingen” is en wijst erop dat er “nog veel vragen open” staan. Ook stelt de bond dat de gesprekken binnen de ondernemingsraad over de Amerikaanse investering nog niet rond zijn. In ieder geval, zo laat een woordvoerder van IG Metall weten, moet de investering de hele groep ten goede komen.
Met name de Duitse pers is vol op het orgel gegaan over de kwestie. Het doorgaans beschaafde Handelsblatt, een zakenkrant, liet in een commentaar alle reserves varen. Dat Döllner zich heeft laten “chanteren” en “vernederen” door op te draven bij een bijeenkomst van Trumps, waar “haat, racisme en misogynie” welig tierden, aldus de hoofdredactie, was wel erg kort door de bocht. “De CEO heeft een grens overschreden”, aldus het editoriale commentaar. “Blijkbaar is er niet meer nodig dan de belofte van ‘meer geld’ om mensen fundamentele waarden te doen vergeten”.
Toch lijken veel Duitsers het roerend eens te zijn met de analyse van Handelsblatt. Zij winden zich ook op over de CEO van Audi. Döllner heeft van Duitsers sowieso een slechte staat van dienst als baas van de autofabrikant dus de affaire met Trump was voor menig oosterbuur koren op de molen.
Döllner liet zich door Trump gebruiken tijdens zijn moeizame campagne voor de tussentijdse verkiezingen, met als dieptepunt een lofrede op Trump voor duizenden kiezers. Politiek gezien is dit een blunder van epische proporties. Commentatoren in Duitsland spreken van “een schandelijk schouwspel”.

Economisch gezien zou Döllners actie echter best rationeel kunnen zijn, ook al rechtvaardigt dat zijn kruiperige gedrag (waar Mark Rutte nog wat van kan leren) niet helemaal. Met de eerste Amerikaanse fabriek kan Audi zijn capaciteit versterken op de plekken waar het nog steeds succesvol kan zijn met zijn modellen. Bij gebrek aan in grote volumes verkoopbare elektrische auto’s richt het management zich op enorme SUV’s met verbrandingsmotoren, en de Amerikaanse markt is daarvoor het meest veelbelovend. Maar Audi loopt daar ver achter op BMW, Lexus en Mercedes.
Daarom is het goed dat Audi zich aanpast aan de nieuwe handelswereld: ‘lokaal voor lokaal’ zal waarschijnlijk op de lange termijn het oude vrijhandelsparadigma in de wereldhandel vervangen. En deze wereld hoeft niet per se te eindigen met het vertrek van Trump als president van de Verenigde Staten in 2029. Het tegendeel is waarschijnlijker.
Het is ook goed dat Audi zich bevrijdt van de kostenbeperkingen in Duitsland. Het Amerikaanse plan is verder bewijs dat werknemersvertegenwoordigers in de Duitse auto-industrie betere ideeën nodig hebben om de productie in Duitsland in de toekomst rendabel te houden. Het idee dat een bedrijf als Audi de wereld kan veroveren met nieuwe modellen gebaseerd op de huidige zeer hoge kostenstructuur van een Duitse fabriek is tamelijk onrealistisch.
Natuurlijk is het nog steeds heel goed mogelijk dat Audi’s Amerikaanse plan mislukt. En toch zou de deal van Döllner met Trump een waarschuwing moeten zijn: als het voor topmanagers aantrekkelijker is om zich met iemand als Trump te associëren dan om in hun eigen land te investeren, dan heeft (in dit geval) Duitsland een groter probleem dan het merk met de 4 ringen.
Trump zelf laat het in ieder geval niet aan zijn hart komen. Hij zei op de bijeenkomst: “58 procent van onze auto-industrie was verdwenen. Het komt nu dankzij mijn handelstarieven allemaal terug”. Waarop de president aan zijn dansje op de noten van ‘YMCA’ begon.
