Testrecensie Renault Kadjar 1.2 TCe Bose

0

Renault heeft met de Captur een homerun geslagen. Het verkoopsucces van deze betaalbare, goed uitgebalanceerde cross-over smaakt naar meer. De volgende aflevering is klaar en die heet Kadjar: de Franse evenknie van de Qashqai. Eerder probeerde Renault weliswaar tevergeefs zijn geluk met de op de vorige generatie X-Trail gebaseerde Koleos, maar deze Nissan afgeleide kan niet mislukken. Althans, dat denken de Fransen zelf.

Met het design speelt Renault duidelijk op veilig. De Kadjar is weliswaar geen 1:1 kopie van de genoemde Qashqai, maar ontwerpchef Laurens van den Acker heeft zich wel sterk laten inspireren door de CX-7 van Mazda, niet toevallig zijn vorige werkgever. Een karakteristiek Renault gezicht heeft de 4,45 meter lange Kadjar daarom niet, ondanks de aanwezigheid van een groot wybertjeslogo in de grille en enige stylingelementen van de Captur. Wel oogt hij dankzij de grotere overhang achter net wat forser dan de Qashqai (4,37 meter) en dat is geen verkeerde zaak want de consument krijgt zo visueel meer auto.

Binnenin kunnen we evenmin spreken van een duidelijke Frans design. Het dashboard is veel minder karakteristiek dan de boordplank van de Espace. Lieden met timmermansogen zullen veel overeenkomsten met de Qashqai zien. Zo zit de knop voor de spiegelverstelling op exact dezelfde plaats. De unit van de geregelde airconditioning komt ook bekend voor. Tegelijkertijd ontbreekt de voor Renault zo kenmerkende lade als dashboardkastje: De Kadjar beschikt braaf over een gewone klep. Wel zo functioneel, maar niet consistent aangezien de Captur en Espace wel een la hebben.

De test vindt plaats met de benzineversie. Dat is voorlopig maar één uitvoering, namelijk een 1,2 liter 4 cilinder turbomotor van 130 pk/205 Nm. Het is jammer dat Renault niet meer benzinesmaken biedt, want de zogeheten 1.2 TCe unit weet niet te overtuigen. De Fransen hebben aan het motormanagement van het blok zitten sleutelen, waardoor de unit 15 pk meer vermogen levert dan in de Nissan Qashqai, maar de extra paarden zijn pas beschikbaar bij een relatief hoog toerental. In de praktijk betekent dit dat de Kadjar traag en aarzelend op gaspedaalcommando’s reageert. De Renault voelt daardoor zwaarder aan dan de afgerond 1.400 kilo wagengewicht doet vermoeden, ook omdat met de zesde versnelling ingeschakeld er weinig leven meer in de brouwerij is.

Normaal gesproken betekent een lange eindoverbrenging een laag verbruik, maar dat is bij de Kadjar niet echt het geval. Niet alleen boven de 120 km/u stijgt de inname fors, maar ook als je een beetje vlot wilt opschieten in het verkeer. Dan moet je veel schakelen en de motor continu op toeren houden. Renault geeft een gemiddeld verbruik van 5,6 liter per 100 km op maar dat is in de praktijk niet haalbaar. Overigens is schakelen in de Kadjar geen onverdeeld genoegen, want de mechaniek van de 6-bak voelt slap aan. De pook laat zich weliswaar licht bedienen, maar ook gevoelloos.

De besturing van de Kadjar stelt eveneens teleur. De installatie is te sterk bekrachtigd waardoor er onvoldoende gecommuniceerd wordt wat er onder de voorwielen plaatsvindt. Een lekkere stuurmansauto is de Kadjar dus niet. Wel past het gebrek aan feedback bij de comfortabele afstelling van het onderstel. Zelfs met de 19-inch velgen van de testauto is het veercomfort goed te noemen, al zullen sommigen van week spreken. Je kan in ieder geval vrijwel zonder remmen over verkeersdrempels rijden. Op dit punt onderscheidt de Kadjar zich van de Qashqai, die af en toe een neiging tot stuiten heeft. Keerzijde van de medaille is wel dat de Renault in bochten meer overhelt.

Niet in storende mate (passagiers hoeven zich niet schrap te zetten of vast te houden, want de stoelen bieden voldoende steun), maar je merkt dat de Kadjar een hoog zwaartepunt heeft. Op hogere snelheden heeft de Renault bij hobbels en kuilen bovendien de neiging tot deinen. En het bochtgedrag is eerder goedmoedig dan dynamisch. Je moet de Kadjar dus niet kopen als rij plezier hoog op je prioriteitenlijstje staat (al is er met de hoeveelheid grip die de Renault biedt niks mis). Wel als je comfort belangrijk vindt, of als je op zoek bent naar een ruime cross-over.

De Kadjar is namelijk verrassend ruim. In tegenstelling tot de Espace kunnen 1,90 meter lange passagiers prima terecht op de achterbank, zelfs in combinatie met het optionele panoramadak. Zowel de hoofd als beenruimte is dik in orde. De koffer is met 472 liter groter dan die van de Qashqai (430 liter; het verschil is te danken aan de eerder genoemde grotere overhang achter) en heeft een dubbele bodem. Kostbare spullen kunnen zo makkelijk opgeborgen worden. Ook kan op die manier tere bagage gescheiden worden van zware voorwerpen, of kan de totale stouwcapaciteit worden vergroot. Overigens bieden cross-over concurrenten als de Kia Sportage en Mazda CX-5 een nóg grotere bagageruimte (meer dan 500 liter)

Dankzij de hoge zitpositie is in/uitstappen eenvoudig en heb je een goed zicht op de weg. Toch ontbreekt het gevoel op een troon te zitten zoals bij andere SUV modellen; de beleving is niet veel anders dan in de Scénic. Goed voor elkaar is de uitrusting van de Kadjar. Aan zaken als dode hoek detectie, een automatische parkeerhulp en een remassistent (die ingrijpt wanneer de afstand tot de voorligger gevaarlijk klein wordt) kan je merken dat de cross-over vers van de pers is. De traditionele snelheidsmeter plus toerenteller hebben plaatsgemaakt voor een groot beeldscherm. Hiermee kan de bestuurder kiezen uit diverse indelingen. Naast een traditionele opzet met klokken (en naalden), kan de snelheid ook digitaal worden getoond. In de Eco modus krijgt de bestuurder extra verbruiksinformatie en in de sportstand staat de toerenteller letterlijk en figuurlijk centraal.

Net als de Espace kan ook de Kadjar worden voorzien van het vernieuwde R-Link 2: het audio, communicatie en navigatiesysteem van Renault. Bijzonder daaraan is het zelf in te delen startscherm, waarop verschillende functies tegelijkertijd kunnen worden getoond. Het navigatiesysteem had overigens aan het begin van de testdag nog wat nukken, maar functioneerde daarna uitstekend. Zelfs de kleinste afslagen worden herkend. De meest luxe versie van de Kadjar heeft Bose; een uitvoering die zich onderscheid met een hoogwaardige geluidsinstallatie van de gelijknamige leverancier. Je betaalt hiervoor 1.900 euro extra (al krijg je dan ook LED koplampen en de genoemde 19-inch velgen; mindere goden uit het gamma doen het met 16 of 17 inch) maar dat is eigenlijk weggegooid geld aangezien het geluid wollig en vermoeiend is.

Conclusie

Renault wist in Nederland niet te scoren met de weinig grotere Koleos, maar de Kadjar is dankzij zijn op papier zuinige (en daardoor voor de BPM berekening ook schone) 1,2 liter turbobenzinemotor veel beter betaalbaar. Hij biedt geen aantoonbare betere prijs:waarde verhouding dan de net wat goedkopere Qashqai, maar in vergelijking met de eerder genoemde Kia Sportage en Mazda CX-5 hanteert Renault voor haar middenklasse cross-over sympathieke tarieven. Maar maakt dat de Kadjar ook begerenswaardig? Nee. Daarvoor heeft het design een te hoog ‘Blokker gehalte’ (weinig karakteristiek en niet bepaald subtiel) en presteert de 1.2 TCe motor onvoldoende. Maar leaserijders kunnen tot een andere afweging komen. De 1.5 dCi versie biedt namelijk een duidelijk gunstigere koppelkarakteristiek zonder wezenlijk zwaarder te zijn en kan dankzij een CO2-uitstoot van slechts 99 gram/km rekenen op een tot 20 procent verlaagde bijtelling. Bovendien kan deze krachtbron in tegenstelling tot de benzinemotor worden gecombineerd met een automaat. Sportief is de Kadjar in 1.5 dCi uitvoering vermoedelijk evenmin, maar dat is niet erg: daar zijn de rijeigenschappen ook niet naar. En je krijgt onverminderd een ruime, veilige en comfortbale cross-over.

Comments are closed.