America First: Peugeot koopt Opel

0

Het Franse PSA, bekend van de merken Peugeot, Citroën en DS, heeft bevestigd dat zij momenteel onderhandelingen voert met General Motors over de overname van diens Europese Opel/Vauxhall divisie. Doel van beide partijen is het verbeteren van de winstgevendheid.

Voor General Motors is de Opel tak al jaren een blok aan het been. Aanvankelijk door eigen schuld (onvoldoende investeringen in het aantrekkelijk houden van het gamma), waardoor het merkimago (en dat geldt ook voor zuster Vauxhall) afbladderde. Maar vorig jaar gooide ook onverwacht de Brexit roet in het eten. Dit besluit van het Verenigd Koninkrijk om de Europese Unie te verlaten is een schadepost voor elke autofabrikant, maar raakt met name de margearme volumemerken hard. Voor General Motors was het de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen.

Het vooruitzicht dat Opel (als gevolg van de Brexit) nog jaren rode cijfers blijft schrijven (in 2016 ruim 200 miljoen euro), is voor het moederbedrijf onacceptabel. General Motors heeft veel geduld gehad met haar structureel verlieslijdende Europese divisie, maar dat is nu op. Of zoals premier Mark Rutte het kwantificeert: nul komma nul. Zijn Amerikaanse collega, president Donald Trump, heeft als adagium ‘America First’ en dat is voor General Motors niet anders: deze autofabrikant heeft de lust verloren om nog langer haar knip te trekken voor haar dochter in het zwakke Europa waar de Griekse crisis weer opspeelt en waar Italië wel graag de euro wil blijven voeren, maar zich niet aan de hiervoor noodzakelijke spelregels houdt. Het Amerikaanse autoconcern heeft wel wat beters te doen.

General Motors stond in 2009 ook op het punt om Opel/Vauxhall te verkopen maar zag daar één minuut voor twaalf van af. Qua technologische knowhow konden de Amerikanen toen nog niet zonder de expertise van het R&D centrum in het Duitse Rüsselsheim. Tegenwoordig blaakt General Motors weer van het zelfvertrouwen. Zij weet dat zij met de nieuwe Chevrolet Bolt (Opel Ampera-e) een hit in handen heeft. De goed verkopende modellen Karl en Mokka zijn in Zuid Korea ontwikkeld. Het ontwikkelen van een opvolger voor de Buick Regal (Opel Insignia) kunnen de Amerikanen prima zelf. De jongste Chevrolet Cruze doet kwaliteitstechnisch amper voor de Astra over en net als Fiat (die de opvolger van de Punto in de ijskast heeft gezet) twijfelt General Motors of zij überhaupt wel geld kan verdienen met de Corsa in het Europese B segment.

De laatste uitdaging speelt voor PSA ook, maar naar goed Frans gebruik is deze autofabrikant lekker eigenwijs. Bovendien is het concern achter Peugeot, Citroën en DS desperaat op zoek naar nieuwe schaalvoordelen om haar rentabiliteitspositie te verstevigen. PSA werd vorig jaar door landgenoot Renault ingehaald in de verkoopstatistieken en zint nu op revanche. Met de overname van Opel/Vauxhall kan het marktaandeel worden vergroot van 9,7 procent (2016) naar 16,3 procent (inclusief de General Motors divisie). Daarmee laat PSA zijn rivaal uit eigen land royaal achter zich (Renault kwam uit op 10,1 procent marktaandeel in 2016).

Toch is de hele exercitie geen appeltje eitje. Ten eerste is er vooralsnog sprake van onderhandelingen. Er is nog geen garantie op een succesvolle afloop. Wat wel helpt is dat de gezamenlijk ontwikkelde, nieuwe generatie cross-overs in de startblokken klaar staat. Opel zal komende zomer de Crossland X introduceren, een in Spanje te bouwen model op wiens productielijn ook de opvolger van de Citroën C3 Picasso (C3 Aircross genaamd) van de band zal rollen. Daarnaast is reeds beklonken dat Peugeot op basis van haar 3008 voor Opel de Grandland X zal gaan vervaardigen.

Aan de andere kant bleek de eerdere alliantiepoging (uit 2013) vruchteloos. General Motors had toen met het oog op de samenwerking alvast een minderheidsbelang (7 procent) in PSA genomen, maar dat bleek een onbezonnen actie. Het aandelenpakket werd spoedig weer verkocht. Nu liggen de kaarten evenwel anders. PSA zit in financieel opzicht weer stevig in het zadel en heeft acquisitiehonger. General Motors wil zich zoals gezegd nu compleet terugtrekken van de perspectiefloze Europese automarkt. Het door rode cijfers gedomineerde boek dient zo snel mogelijk gesloten te worden.

Dat PSA vol zelfvertrouwen de gesprekken met General Motors bevestigt, kan er op duiden dat de onderhandelingsfinish in zich is. Dit betekent dat de definitieve deal al over een paar dagen bekend kan worden gemaakt, mogelijk al voor de start van de autosalon van Genève. Dat is altijd een leuk podium voor ambitieuze mannen als Carlos Tavares, de topman van PSA die met de transactie zijn voormalige baas, Carlos Ghosn van Renault, de vinger kan geven. Verder wordt met de krachtenbundeling de achterstand op het machtige Volkswagen concern op de Europese automarkt aanzienlijk verkleind. Deze speler staat weliswaar met 24,1 procent marktaandeel (2016) royaal op voorsprong, maar is straks niet langer dubbel zo groot als PSA.

De combinatie van de merken Citroën, DS, Opel, Peugeot en Vauxhall levert Tavares meer status op, maar het taaie werk moet dan nog beginnen. De beoogde schaalvoordelen en winstvergroting zijn alleen te behalen als er diverse bedrijfsonderdelen in elkaar worden geschoven en als overlappen in de nieuwe organisatie worden wegbezuinigd. Met name bij Opel kan men de borst nat maken. Van het ‘huwelijk’ tussen het Air France en KLM is bekend dat het spel hard gespeeld gaat worden. De Fransen zullen zich alleen aan afspraken houden als het hen goed uitkomt. Opel wordt dan niet meer dan een filiaal van PSA, die gedwongen zal worden om de succesvolle samenwerking met Renault op het gebied van bedrijfswagens op te zeggen. De nieuwe Karl? Dat wordt een Citroën C1 annex Peugeot 108 met bliksemlogo.

Is Opel nu ook al niet weinig meer dan een filiaal? Nee, het merk heeft sinds de overname door General Motors in 1929 decennialang zijn eigen koers kunnen varen. Pas toen het door hoger hand gedwongen werd om in kwalitatief opzicht verschrikkelijke modellen als de Frontera en Sintra te verkopen, ging het mis. En ja, al eerder had men met de Admiral, Diplomat, Senator en Omega MV6 het onderspit gedolven in het hogere segment. Maar Opel herwon respect toen het zich wist te ontwikkelen tot waardevol zustermerk voor het Amerikaanse/Chinese Buick.

Voorwaarde is wel dat er ook geld verdiend wordt en dat is vandaag de dag voor elk merk zonder kostenefficiënte productiebasis óf premiumstatus lastig. Volkswagen realiseert met zijn eigen hoofdmerk een teleurstellend laag rendement; zij wordt in dit opzicht compleet overschaduwd door Skoda. En zelfs Hyundai moet de komende jaren de broekriem aanhalen omdat de winstgevendheid tegenvalt.

Het kan zijn dat General Motors in een later stadium een comeback maakt in Europa, met herlancering van het merk Chevrolet. Dit label kan prijstechnisch hoger in de markt gezet worden als er niet langer gepaste afstand tot Opel bewaard hoeft te worden. Producten als de Bolt, Camaro en Corvette zijn daar goed genoeg voor. Verder kan het gamma worden aangevuld met modellen van Buick (de op de Mokka gebaseerde Traxx) of goedkoop materiaal van de Chinese joint venture partner SAIC. Onder de streep kan dit een leuke marge opleveren. General Motors heeft nu al dollartekens in haar ogen.

Reageren is niet mogelijk.