Dossier Opel: aanval is de beste verdediging

0

Bij de onderhandelingen tussen General Motors (GM) en PSA (Peugeot, Citroën, DS) over een verkoop van Opel en Vauxhall wordt het automerkenduo gewaardeerd op afgerond 1,9 miljard euro, zo meldden ingewijden. Mogelijk kan de deal nog deze maand worden aangekondigd, zo melden bronnen aan Autointernationaal.nl.

Er wordt nog gepraat over de exacte waardering, met factoren als pensioenverplichtingen, de merkwaarde en mogelijke kostenbesparingen. Eerder deze week werd bekend dat het Amerikaanse GM praat met het Franse PSA over een verkoop van zijn Europese dochterdivisie Opel, inclusief het Britse zustermerk Vauxhall. Die onderhandelingen bevinden zich in een vergevorderd stadium. Donderdag 23 februari publiceert PSA haar jaarcijfers. Dan zou ook het akkoord over Opel en Vauxhall rond moeten zijn. De bronnen stellen wel dat een overeenkomst nog vertraging kan oplopen door de complexiteit en ook nog kan mislukken.

Mochten de overnameplannen afketsen, dan zal de Europese divisie door General Motors mogelijk worden omgevormd tot een leverancier van louter elektrische modellen. De huidige CEO van Opel, Karl-Thomas Neumann, is namelijk van mening dat ‘zijn’ merk financieel niet sterk genoeg is om zowel modellen met een verbrandingsmotor als volledig elektrische auto’s te blijven ontwikkelen. Daarom wil hij zich concentreren op een emissieloos gamma. De transformatie moet in 2030 rond zijn. In de tussentijd zou het merk zich in tweeën kunnen splitsen, waarbij de ene helft auto’s met een verbrandingsmotor maakt en de andere helft elektrische voertuigen verkoopt die voortborduren op het concept van de nieuwe Ampera-e. De Raad van Bestuur van General Motors zou hier aanstaande mei een beslissing over willen nemen, maar als het merk met het bliksemlogo door PSA wordt overgenomen, dan zal de toekomst van Opel (en Vauxhall) er heel anders uit kunnen gaan zien.

In 2013 zaten General Motors en PSA ook al om de tafel. Toen waren er (vage) plannen van de Amerikanen om een controlerend belang te verwerven in hun Franse collega. Om allerlei redenen, waarom zeker ook politieke, kwam daar echter niets van terecht: de Franse staat, die toen net voor 14 procent aandeelhouder van PSA was geworden, zou nooit toestaan dat General Motors het voor het zeggen zou krijgen bij de autofabrikant.

Maar nu zijn de rollen omgedraaid: dit keer is het PSA dat van plan is om de Europese tak van General Motors in te lijven. De Amerikanen spreken van een “marriage made in heaven” omdat zij na 17 jaar eindelijk verlost kan worden van haar verlieslijdende dochter Opel/Vauxhall. De Europese divisie is een smet op het blazien van General Motors, dat in andere marktregio’s (zelfs vanuit Brazilië is er positief nieuws te melden, want daar voert Chevrolet voor het tweede jaar op rij de verkoopstatistieken op modelniveau aan) uitstekend draait, ook in China. Inmiddels zijn de verliezen bij Opel/Vauxhall opgelopen tot meer dan 15 miljard dollar. Zonder overdrijven kan dus worden gesproken van een molensteen om de nek van General Motors.

Een eerdere poging om Opel en Vauxhall te slijten aan de Oostenrijkse assemblagespecialist Magna en een Russische bank liepen spaak omdat onze eigen Neelie Kroes een stokje stak voor de bruidschat waarmee de Duitse bondskanselier Angela Merkel de deal wilde bezegelen. Niet onterecht vond de EU commissaris op het gebied van mededinging dit een ongeoorloofde vorm van staatssteun. General Motors sloot daarna de fabrieken in Antwerpen en Bochum. Daarmee leek het er op dat Opel/Vauxhall vorig jaar eindelijk weer eens zwarte cijfers zou kunnen schrijven, maar de Brexit gooide roet in het eten: de forse koersdaling van het Britse pond tegenover de euro en dollar heeft de verwachte winst doen veranderen in een verlies van 300 miljoen dollar.

PSA is ogenschijnlijk onder het bewind van de in 2014 aangetreden Carlos Tavares weer opgekrabbeld. Formeel is dit ook zo, want de autofabrikant van Peugeot, Citroën en DS is uit de rode cijfers. Maar echt jofel gaat het niet. De jaarcijfers worden pas op 23 februari bekend gemaakt, maar in de eerste 9 maanden van 2016 werd slechts een omzetgroei gerealiseerd van 1,3 procent. In het derde kwartaal was er zelfs sprake van een daling van 5 procent. In Europa, de thuismarkt van PSA, zag het concern de verkopen in 2016 met 0,5 procent dalen, terwijl de markt als geheel juist 5,8 procent groeide. Pijnlijk is bovendien dat aartsrivaal Renault het in 2016 met een afzetplus van 12,1 procent veel beter deed en ook in Frankrijk PSA voorbij is gestreefd. De door Tavares geleide autobouwer lijkt niet opgewassen tegen de schaalgrootte die zijn landgenoot dankzij de alliantie met Nissan heeft kunnen realiseren. Anders gezegd: de beste verdediging tegen Renault is de aanval, oftewel het overnemen van een andere speler op de automarkt. Omdat Opel/Vauxhall in de etalage staat, is de keuze snel gemaakt.

Maar koopt Tavares met Opel/Vauxhall geen kat in de zak? Ondanks de inspanningen van Neumann kampt het merkenduo nog steeds met een imagoprobleem. Het merk is in Duitsland, de grootste automarkt van Europa, geen partij voor Volkswagen. Alleen in Groot-Brittannië benadert het marktaandeel van Vauxhall dat van de lokale leider Ford. Opel heeft met de tot Auto van het Jaar uitgeroepen Astra laten zien best geavanceerde en moderne modellen op de markt te kunnen brengen, maar dat is niet hetzelfde als er geld mee verdienen. Autointernationaal.nl schreef al eerder dat Opel ingeklemd zit tussen enerzijds merken met een lagere kostenstructuur (Dacia, Skoda, Hyundai/Kia) en anderzijds de premiumlabels.

Peugeot vertilde zich eerder aan de overname van de Europese divisie van een andere Amerikaanse autofabrikant, Chrysler. Diens Simca/Sunbeam merkenduo wist als Talbot geen doorstart te maken. Zal Tavares dit keer kunnen slagen waar zijn voorganger faalde? Op die vraag kan niemand antwoord geven. Maar feit is dat ‘ondernemen’ niet kan zonder het nemen van risico’s. En Tavares ziet duidelijk kansen. Anders dan indertijd bij Simca/Sunbeam beschikt Opel over een zeer goede R&D afdeling en zit er een groot aantal (29) modellen in de pijplijn. Het Duitse merk mag van General Motors nu niet actief zijn op de Chinese markt en alle activiteiten in Rusland werden opgedoekt. Maar onder leiding van Tavares kan er een andere wind gaan waaien in Rüsselsheim, waarbij er voor Opel tal van nieuwe afzetkansen kunnen ontstaan.

Tavares heeft binnenkort een ontmoeting met de Britse premier Theresa May om te praten over de geplande overname van Opel en Vauxhall van General Motors. In het Verenigd Koninkrijk zijn er grote zorgen dat de transactie kan leiden tot banenverlies en het sluiten van fabrieken. Er werken circa 4.500 mensen voor Vauxhall in Groot-Brittannië. Ook in Duitsland is met bezorgdheid gereageerd. Opel telt in Europa ruim 38.000 werknemers, waarvan meer dan de helft in Duitsland. Duitse en Britse politici willen dat PSA garanties geeft over het behoud van werkgelegenheid en fabrieken.

Aan de regering van Angela Merkel lijkt Tavares die te willen geven, maar rondom de fabrieken in het Verenigd Koninkrijk is het oorverdovend stil … Dat is onheilspellend want fabriekssluitingen zijn onvermijdelijk. Niet alleen omdat PSA de in de inleiding genoemde 1,9 miljard euro via bezuinigingsmaatregelen en synergievoordelen moet terugverdienen, maar ook omdat de in Europa veel overcapaciteit is in de auto-industrie. Dat kan alleen worden opgelost met fabriekssluitingen, want van verkoopgroei is niet of nauwelijks sprake. Vorig jaar kon er in Europa weliswaar voorzichtig worden geplust, maar dat kan in 2018 weer anders zijn. General Motors heeft in het Verenigd Koninkrijk 2 fabrieken: eentje waar bedrijfswagens van Renault worden gebouwd (die samenwerking zal sowieso stopgezet worden) en een faciliteit waar de Astra van de band rolt; een margearm model dat veel beter binnen de grenzen van de Europese Unie kan worden gebouwd.

Ondertussen heeft de Britse overheid, in een poging om te redden wat er te redden valt, aan PSA garanties geboden over de toegang van automakers uit het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Unie. De regering wil hiermee de bedrijfsactiviteiten van Opel/Vauxhall in het Verenigd Koninkrijk beschermen bij een mogelijke overname door het Franse autoconcern. Een Brits vertrek uit de Europese Unie roept de vraag op hoe automakers straks moeten zakendoen in en vanuit het Verenigd Koninkrijk. Bronnen melden dat PSA hierover dezelfde garanties heeft gekregen als Nissan toen die autofabrikant moest bepalen hoe zij om diende te gaan met de Brexit. De Britse overheid beloofde onder meer dat er meerdere leveranciers van auto-onderdelen in het Verenigd Koninkrijk zouden blijven en dat onderzoek naar elektrische auto’s zou worden ondersteund. Verder moeten de automakers “vrij en onbelast” toegang krijgen tot de Europese markten.

In navolging van landelijke Duitse politici als Merkel en Opel topman Neumann staat nu ook de machtige Duitse vakbond IG Metall niet negatief tegenover een mogelijke overname door PSA. Afgelopen weekeinde liet een woordvoerder aan de Duitse pers weten dat Opel onder regie van de Fransen nieuw elan kan krijgen. IG Metall afdelingsvoorzitter Giesler betoogt dat Opel/Vauxhall enerzijds en Peugeot/Citroën/DS anderzijds samen wél de schaal hebben om in de toekomst economisch rendabel te zijn. Immers, gecombineerd vormen zij de nummer2 op de Europese automarkt, ruim voor Renault, Ford en Fiat Chrysler. Staatssecretaris Matthias Machnig van Economische Zaken sluit zich bij die analyse aan: “Bij een fusie ontstaat het op één na grootste autoconcern in Europa. Dat biedt extra mogelijkheden voor investeringen, innovatie en groei”.

Inzet van Machnig is dat alle vestigingen en arbeidsplaatsen van Opel in Duitsland behouden blijven. Maar volgens de Duitse autopaus Ferdinand Düdenhöffer is dat een illusie. Via een politiek steekspel kan er voor de fabrieken weliswaar een garantie worden afgedwongen dat die open blijven, maar onder leiding van PSA heeft Opel echt geen eigen ontwikkelingscentrum voor motoren meer nodig. Düdenhöffer schat dat daardoor op het hoofdkantoor in Rüsselsheim een derde van de 14.000 banen kunnen verdwijnen: alle R&D activiteiten zullen worden geconcentreerd in Parijs. Dat is een bloedig scenario, maar General Motors zal er geen moment wakker van liggen. Die vindt verkoop aan een Franse partij een veel betere (lees: acceptabelere) optie dan het voorstel uit 2009 waarbij Opel deels in handen zou komen van een vage Russische bank. Daarmee zou General Motors in eigen land beslist geen vrienden hebben gemaakt.

PSA topman Tavares ziet dus ook duidelijke voordelen. Naast schaalvergroting en de daaruit volgende lagere productiekosten en synergievoordelen van gezamenlijke inkoop van onderdelen kunnen de Fransen hun positie in het B en C segment (de belangrijkste autoklassen in Europa) consolideren. De verkoop van de Opel Ampera-E (foto), feitelijk een Chevrolet Bolt, zal door de deal met PSA niet worden teruggedraaid. Sterker nog: het is zelfs denkbaar dan Citroën en Peugeot een eigen variant van de elektrische hatchback mogen gaan verkopen. Als veelbelovende opvolger van de geflopte C-Zero resp. Ion. PSA werkt weliswaar aan eigen elektrische modellen, maar die zijn pas in 2019 klaar. Zonder samenwerking met General Motors heeft Tavares tot die tijd geen antwoord op de Renault Zoe, die afgelopen maand in Nederland ruim 4 keer beter verkocht dan in januari 2016.

Via de overname van Opel en Vauxhall kan Tavares voor PSA een tweede en zelfs derde thuismarkt creëren. Dat is wat Renault topman Carlos Ghosn hem niet na kan zeggen. Tavares kan daarmee, na in 2016 door zijn rivaal in het defensief geduwd te zijn, het initiatief weer naar zich toe trekken. Hij zal een nieuw, gezamenlijk dak boven Peugeot/Citroën/DS enerzijds en Opel/Vauxhall anderzijds moeten gaan timmeren, maar zo lang de zon autoverkoop technisch blijft schijnen in Europa, is dat geen onmogelijke klus. Het vereist wel een lange adem. Want de integratie tussen Renault en Nissan begint nu pas (20 jaar na de wederzijdse vervlechting via aandelenbelangen) gestalte te krijgen.

Reageren is niet mogelijk.