Opel: Tavares wil Merkel spreken

0

Carlos Tavares, de topman van het Franse autoconcern PSA (Peugeot, Citroën en DS) hoopt in een persoonlijk gesprek met bondskanselier Angela Merkel de Duitse kritiek op de overname van Opel weg te nemen.

Nadat bekend is geworden dat PSA zijn zinnen heeft gezet op de inlijving van de Europese activiteiten van het Amerikaanse autoconcern (concreet gaat het om het Duitse Opel en het Britse Vauxhall) wordt er bij onze oosterburen erg negatief op de Franse plannen gereageerd. De Europese divisie van General Motors telt in Europa ruim 38.000 werknemers, waarvan meer dan de helft in Duitsland. Experts en vakbonden vrezen dat een overname tot groot banenverlies kan leiden vanwege veel overlappende activiteiten met PSA, vooral op het hoofdkantoor in Rüsselsheim en bij de 3 Duitse productiefaciliteiten. Men denkt dat er duizenden arbeidsplaatsen op de tocht komen te staan

Ook Duitse politici roeren zich. Zo liet de Duitse minister van Economische Zaken, de sociaal democratische Brigitte Zypries, zich kritisch uit over de verkoop van Opel door General Motors: “GM draagt een verantwoordelijkheid voor de slagkracht van Opel en dus ook voor de werkgelegenheid”. Vanuit Groot-Brittannië is ook met bezorgdheid gereageerd op het nieuws door de regering en bonden bij Vauxhall. De Britse overheid heeft inmiddels haar zorgen kenbaar gemaakt aan General Motors. Er werken circa 4.500 mensen bij Vauxhall in fabrieken bij Liverpool en Luton.

Bij PSA zijn de bonden juist niet bezorgd over banenverlies door een overname van Opel. Het Franse autobedrijf tekende vorig jaar namelijk een deal met de bonden over werkgelegenheidsgaranties. Bij de Franse regering is begrip voor de Duitse zorgen over eventueel banenverlies, zo laat een woordvoerder weten.

Volgens een woordvoerder van PSA is topman Carlos Tavares (foto) bereid om te antwoorden de Duitse vragen en opmerkingen. Dat zou kunnen door een ontmoeting met bondskanselier Angela Merkel en de vakbonden. Het is vooralsnog onduidelijk of Merkel bereid is tot zo’n gesprek.

Bestuursvoorzitter Mary Barra van General Motors probeert, samen met GM president Dan Ammann, met het bezoek aan het Duitse Rüsselsheim de zorgen bij Opel weg te nemen over mogelijk banenverlies bij een verkoop aan PSA. De Duitse regering heeft al gezegd dat bij de transactie baangaranties moeten worden gegeven voor het personeel. Er vindt in Berlijn topoverleg plaats over de zaak.

Het nieuws dat General Motors en PSA in vergevorderde onderhandelingen zijn over een deal rond Opel en diens Britse zustermerk Vauxhall kwam als een verrassing voor de bondsregering, de overheid van de deelstaat Hessen, vakbond IG Metall en de ondernemingsraad bij Opel. Zij hebben er dan ook hun ongenoegen over uitgesproken dat ze niet werden ingelicht over de gesprekken.

Als General Motors na Saab ook Opel van de hand doet, betekent dat het definitieve einde voor de Amerikaanse autoreus in Europa.Maar General Motors boekte vorig jaar in Europa een verlies van 257 miljoen euro. Het was het 16de jaarverlies op rij. Sinds 2000 heeft General Motors een cumulatief verlies van meer dan 15 miljard dollar (14,2 miljoen euro) opgestapeld in Europa; een marktregio die goed is voor 13 procent van de wereldwijde omzet van het autoconcern.

Volgens de CEO van Opel, Karl-Thomas Neumann was de Brexit de reden waarom divisie zijn terugkeer naar een break-even resultaat moet uitstellen tot volgend jaar. Het Verenigd Koninkrijk, waar het zustermerk Vauxhall een duidelijk sterkere marktpositie heeft dan Opel in eigen land, is goed voor een kwart van de verkopen van General Motors in Europa. Omdat Opel in euro’s afrekent, wordt het bedrijf extra getroffen door de waardedaling van het Britse pond.

Maar de Brexit kan per definitie niet de enige reden zijn waarom General Motors in Europa al 16 jaar verlies lijdt op haar bedrijfsactiviteiten. Opel kampt al sinds de jaren 80, toen landgenoot Volkswagen de wind in de zeilen kreeg, met een dalende populariteit. Vanaf 1994 ging het definitief mis, toen er onder leiding van General Motors de kwalitatief ondermaatse tweede generatie Omega werd gelanceerd. De Vectra, die in 1995 het stokje van de succesvolle eerste editie overnam, bleek geen partij voor de Ford Mondeo en Volkswagen Passat.

In paniek werden vanuit het hoofdkwartier in Detroit om de haverklap nieuwe Amerikaanse directeuren naar Europa gestuurd om de verkoop te reanimeren. Dat zwalkende beleid maakte het voor het Opel personeel lastig om trots te zijn op hun werkgever. De plaatsvervangende schaamte voor het gebrek aan focus ademde door in de Duitse samenleving. Een groot investeringsoffensief had een kentering teweeg kunnen brengen (óók bij de toenmalige dochter Saab), maar General Motors dacht voor een dubbeltje op de eerste rij te kunnen blijven zitten. Zo werkt het niet in een marktregio waar de kapitaalkrachtige Duitse merken de dienst uit maken.

In het crisisjaar 2009 raakte General Motors zelf in zware financiële problemen. Het moest het bankroet volgens de Chapter 11 procedure aanvragen en ingrijpende herstructureringsmaatregelen doorvoeren. De Amerikanen verkochten Saab aan het Nederlandse Spyker, wiens directeur Victor Muller totaal incapabel was, met als gevolg dat het Zweedse merk daarna snel ten onder ging. In 2010 sloot General Motors de Opel fabriek in Antwerpen, later volgde ook de productiefaciliteit in Duitse Bochum.

In 2013 leek het ergste voorbij te zijn. De aanstelling van Karl-Thomas Neumann, een ex-manager van Volkswagen, tot CEO van General Motors Europe, zorgde voor een nieuwe wind. De Amerikanen investeerden weer Opel en Vauxhall en had veel mazzel met de Mokka, die als compacte SUV in een grote behoefte voorzag. General Motors had ook geluk dat concurrent Ford met de Ecosport de plank compleet missloeg en dat Volkswagen het afzetpotentieel van SUV modellen te laat onderkende. Dit merk kan nog steeds geen rechtstreeks alternatief voor de Mokka bieden.

Onder leiding van Neumann werden plannen ontwikkeld om in de periode tot 2020 in totaal 29 nieuwe modellen op de markt te brengen. Opel en Vauxhall zitten nu middenin dit investeringsoffensief, maar tot nu toe weten de resultaten niet te overtuigen. Hoewel het merkenduo zijn verkoop in Europa vorig jaar met 5,4 procent zag stijgen, herstelde het marktaandeel niet. In december hadden Opel en Vauxhall nog maar 6,1 procent van de Europese markt in handen, versus 8,6 procent in 2011.

Het is zondermeer waar dat Opel zijn zaken beter voor elkaar heeft dan eind jaren negentig van de vorige eeuw, maar de concurrentie zit ook niet stil. Renault is mede dankzij de alliantie met Nissan aan de winnende hand in Europa, de premiummerken rukken onverminderd op , Fiat heeft met dochter Jeep een winnaar in handen en ook het Koreaanse merkenduo Hyundai/Kia geven geen duimbreed toe. Marktaandeeltechnisch is er van een soort loopgravenoorlog sprake, waarbij Opel en Vauxhall per saldo geen enkele terreinwinst weten te boeken. General Motors heeft nu besloten om zich terug te trekken van dit slagveld.

Comments are closed.