Waarom de korte test?
Audi heeft haar premiumstatus en kwaliteitsimago niet in de laatste plaats te danken aan haar sportieve modellen. De TT-RS met karakteristiek klinkende 5 cilinder turbomotor spreekt tot de verbeelding en de R8 met zijn hoogtoerige, ongeblazen V10 evenzeer. Tot de wisseling van de wacht hoorde de RS5 ook zondermeer in dit rijtje thuis. Dat kwam vooral door zijn atmosferische 8 cilinder motor, die tot de toerentalbegrenzer bij 8.250 omwentelingen ingreep een krols geluid garandeerde. De nieuwe RS5 is groter, lichter, sneller en slimmer dan zijn voorganger, maar moet het nu doen met een 2,9 liter grote V6. Die krachtbron is weliswaar samen met Porsche ontwikkeld, maar toch: biedt de Audi in deze vorm evenveel sensatie als je ook het akoestische aspect meeneemt?

Wat voor auto is het?
Niet alleen in motorisch opzicht is de nieuwe RS5 van een geheel andere generatie dan zijn voorganger. Hij staat op een nieuw platform (MLB genaamd; mede daardoor is het gewicht 60 kilo lager) met adaptieve dempers en de 7-traps Steptronic automaat met dubbele koppeling heeft plaatsgemaakt voor een klassieke transmissie met 8 versnellingen. ‘Helaas’ is diezelfde automaat ook in de S5 te vinden. Dat maakt de meerwaarde van de nieuwe RS5 een stuk geringer. Onder de kap zit immers in beide gevallen een V6 motor. Weliswaar met heel andere specificaties, maar toch. De Mercedes-AMG C 63 Coupé is met zijn V8 motor duidelijk uit heel ander hout gesneden dan de ’43’ uitvoering, die een 6 cilinder motor heeft. Ook de BMW M4 heeft duidelijk meer karakter dan de 440i, onder andere vanwege een ander (7-traps DCT) transmissietype.

Is het wat?
De nieuwe RS5 is mede dankzij de verbeterde pk/Nm:kg verhouding ballistisch snel in de rechte lijn. Het vermogen bleef met 450 pk weliswaar ongewijzigd, maar wordt over een breder toerengebied vrijgegeven (5.700 tot 6.700 omwentelingen). Het koppel krijgt een stevige boost: van 430 Nm in de vorige editie naar 600 Nm (tussen 1.900 en 5.000 toeren). De Audi duikt daarmee onder de grens van de 4 seconden bij zijn sprint naar 100 km/u: die duurt welgeteld 3,9 tellen. Stoppen doet hij pas bij 250 km/u.

Het slechte nieuws? Het motorgeluid. Er klinkt namelijk weinig beter dan een atmosferische V8. De nieuwe V6, ook al wordt het blok door Porsche voor de Panamera gebruikt, is akoestisch te veel ingesnoerd. Je hoort het gefluit en geblaas van de turbo’s en achter bij de uitlaat hebben de Audi ingenieurs hun best gedaan om de RS5 sportief en agressief te doen klinken, maar ik mis de uitbundigheid die bij zijn agressieve smoel past. Beterschap is er op dat vlak wel wanneer je de RS5 maximaal aanspreekt, maar dat is in het dagelijkse drukke verkeer zelden of nooit mogelijk.

Pluspunt is dat de RS5 als geen ander aan het wegdek kleeft. Tegelijkertijd is de Audi verfijnd, comfortabel en gemakkelijk in de omgang, waardoor hij zeer geschikt is voor dagelijks gebruik. Voeg daarbij de comfortabel zittende en goed steunende sportzetels, de voortreffelijke geluidsdemping en de discreet schakelende 8-trapsautomaat, en je hebt onder de streep een uitstekende Gran Turismo. Maar ja, wie dat zoekt kan net zo goed de hybride Lexus LC 500h kopen.

Weet het interieur wel te bekoren? Ja, het dashboard komt natuurlijk uit de gewone A5, maar Audi heeft een serie sportieve accenten toegevoegd, zoals een stuur dat bekleed is met Alcantara, inzetstukken in koolstofvezel, contrasterende stiknaden, enzovoort. De Virtual Cockpit heeft een sportievere indeling. Het geeft onder meer G krachten weer en zet de toerenteller centraal.

Wanneer de eerste bergwegen zich aandienen, gaat het Drive Select knop in ‘Dynamic’. De ophanging wordt scherper, het gaspedaal reageert directer, de automaat schakelt pas in een hoger toerengebied en de zwaarte van de besturing neemt toe. Je kunt de parameters aanpassen in de Individual modus en manueel schakelen met de peddels achter het stuur. De RS5 laat het zich allemaal welgevallen, houdt het tempo hoog en rijgt de bochten vloeiend aan elkaar.

En dan gaat het plots hard. Knetterhard. Ik kies voor een bergpas en heb vrije baan. Het gaspedaal wordt ingedrukt en de Audi schiet als een speer vooruit. Bergop, tussenacceleraties: de 2.9 TFSI werkt alle uitdagingen moeiteloos af. Alsof het hem geen greintje inspanning kost. Bij de bochten duik ik steeds later in de remmen en ga ik steeds vroeger op het gas. De RS5? Die geeft geen krimp. De standaard Quattro vierwielaandrijving lijkt capabeler dan ooit en houdt de Audi stevig in het gareel. Een stapje opzij met de achteras? Vergeet het maar. Meedogenloze efficiëntie is het sleutelwoord. Gebruik het directe en precieze stuur om de wielen in de juiste richting te zetten, en gas geven. De trekkracht duwt je stevig in de sportstoel en de motor blijft versnellen.

Maar het is allemaal té perfect. Het gedrag van de RS5 is zelfs iets te vlak. Ook mis ik karakter: een motor die pas het achterste van zijn tong laat zien bovenin het toerengebied bijvoorbeeld, zoals zijn voorganger. En ondanks dat de nieuwe RS5 afgerond 60 kilo minder weegt dan zijn voorganger, is bijna 1,7 ton aan de hoge kant. Dat heeft zijn weerslag op de remmen. Bovendien maakt de BMW M4 jaloers, want die weegt slecht 1.572 kilo.

De nieuwe Audi RS5 staat in de catalogus voor 117.625 euro. Een competitieve prijs, want de in de vorige alinea genoemde BMW M4 is vrijwel even duur (116.010 euro) en de Mercedes-AMG C 63 Coupé moet 115.299 euro opbrengen. Maar vergis je niet: met de onvermijdelijke optielijst loopt het factuurbedrag natuurlijk snel op, bijvoorbeeld als je niet alleen vóór keramische remmen wilt, maar ook achter.
Audi heeft met de nieuwe RS5 vooral een comfortabele, dagelijks zeer goed bruikbare Gran Turismo gecreëerd. Het eindresultaat is een coupé waarmee je in alle comfort en veiligheid een groot aantal kilometers kunt afleggen, maar waarmee je dankzij de directe besturing en de uitstekende grip ook bergpassen en bochtige wegen in een verschroeiend, supersonisch tempo kunt verslinden. De nieuwe RS5 staat in dynamisch opzicht dus zondermeer zijn mannetje, maar de hyperatleet doet alles net even te moeiteloos en te klinisch efficiënt, en met minder karakter dan voorheen. Bovendien is zijn gewicht aan de hoge kant en mist hij emotie. Gelukkig laat Audi de deur op een kier voor een eventuele RS5 Plus. Dat wordt hopelijk wel een veeleisende bruut. Tot die tijd word je als Audi fan ook prima bediend door de S5 (of zelfs de A5 2.0 TFSI Quattro).
- 7
