Jaguar I-Pace is Auto van het Jaar 2019

0

De elektrische Jaguar I-Pace heeft de belangrijkste Europese autoprijs gewonnen. Hij mag zich ‘Auto van het Jaar 2019’ noemen. De overwinning is kantje boord, want de Alpine A110 scoorde hetzelfde aantal punten. In de historie van de Auto van het Jaar verkiezing is dit niet eerder voorgekomen. In een rechtstreeks duel met deze Franse sportwagen scoorde de I-Pace echter de meeste eerste plekken. Daarom mag de elektrische Jaguar zich dit jaar de winnaar noemen van de felbegeerde titel.

De I-Pace is na de Nissan Leaf (in 2011) de tweede volledig elektrische auto in de geschiedenis van de Auto van het Jaar verkiezing die de prijs in ontvangst mag nemen. Het is de eerste keer dat Jaguar won. In 2002 eindigde de X-Type als 6de en in 2016 was de XE goed voor een 5de plaats. Vorig jaar won ook een premium model: de Volvo XC40. Zou de Alpine met de prijs naar huis zijn gegaan, dan zou dit ook een primeur voor dit merk hebben betekend. Het zou echter niet de eerst sportwagen zijn geweest die de eindoverwinning behaalde. Dat was de Porsche 928 in 1978.

De Jaguar I-Pace en de Alpine A110 behaalden dus beiden 250 punten. Op zeer korte afstand eindigde de Kia Ceed met 247 punten. Ook het verschil met de Ford Focus (235 punten) is klein. De Ceed is niet perse een betere C segment middenklasser dan de Focus, maar bij de jury was er veel waardering voor de toevoeging van de ProCeed carrosserievariant aan het gamma. De Citroën C5 Aircross (210 punten) en de Peugeot 508 (192 punten) deden het ook niet slecht, maar de Mercedes-Benz A klasse kwam er tijdens de verkiezing eigenlijk niet aan te pas: die behaalde slechts 116 punten. Zowel de Jaguar I-Pace als de Alpine A110 is een auto die de tongen losmaakt en daadwerkelijk wat toevoegt aan het automobiele landschap. De Jaguar won het onderlinge duel qua ‘meeste eerste plaatsen’ met 18 tegen 16.

De prijs wordt door de 60-koppige jury (waarvan er maar 4 vrouw zijn …) aan Jaguar uitgereikt in aanloop naar de autosalon van Genève. Het is een mooie opsteker voor het Britse merk dat momenteel met Land Rover in zwaar weer verkeert. De I-Pace neemt zoals gezegd het stokje over van de Volvo XC40, die vorig jaar tot winnaar werd bekroond. Daarvoor was de bokaal voor de Peugeot 3008 (2017). In 1964 werd de titel Auto van het Jaar voor het eerst uitgereikt aan de Rover 2000. Fiat heeft door de jaren heen de meeste titels binnengesleept (9 stuks), op de voet gevolgd door Renault (6 stuks), Ford, Opel en Peugeot (allemaal 5 stuks).

Elk jaar ontstaat er na de bekendmaking van de winnaar een discussie of de winst voor de I-Pace terecht is. Er zijn genoeg redenen om het niet eens te zijn met de uitslag. Zo is de Jaguar allesbehalve een betaalbare auto. De actieradius valt in de praktijk erg tegen. In Noorwegen en Nederland is de I-Pace weliswaar een groot succes, maar dat komt vooral door fiscaal voordeel voor zakelijk rijders. Zou de Alpine A110 een meer terechte winnaar zijn geweest? Misschien, maar ook die is niet goedkoop. Vervolgens zou je uitgekomen zijn bij de Kia Ceed en de Ford Focus: prettige allrounders maar niet grensverleggend.

Dus ja, het is terecht dat de Jaguar I-Pace en de Alpine A110 helemaal bovenaan eindigden. Maar als de bokaal was gewonnen door de sportwagen van Renault, dan zou dit een opsteker zijn geweest voor de in Japan al meer dan 3 maanden in de gevangenis zittende topman Carlos Ghosn, de initiator achter de comeback van Alpine.

Comments are closed.