Trump bezorgt Europese autofabrikanten slapeloze nachten

0

Vertegenwoordigers van de Amerikaanse auto-industrie hebben een klemmend verzoek gedaan aan president Donald Trump om de sector niet onnodig op te zadelen met hogere tarieven voor de invoer van auto’s en onderdelen.

De auto-industrie in de Verenigde Staten reageert daarmee op een vertrouwelijk rapport van het Amerikaanse ministerie van Handel met aanbevelingen voor de te varen koers door het Witte Huis. Daarin wordt het importeren van auto’s als een gevaar voor de staatsveiligheid omschreven.

Trump heeft 90 dagen om te besluiten of hij tot importheffingen wil overgaan. Volgens de sectorpartijen zullen tarieven van tot wel 25 procent niet alleen voertuigen stukken duurder maken, op termijn kan het ook de werkgelegenheid in de industrie enorm schaden. Sommige brancheorganisaties bestookten het ministerie om openheid van zaken te geven. Geheimhouding rond het rapport verhoogt volgens hen de onzekerheid en bezorgdheid in de industrie die wordt veroorzaakt door de dreigende tariefstijgingen.

Met name de Duitse autofabrikanten vrezen dat de Amerikaanse autoriteiten torenhoge heffingen op de invoer van auto’s uit de Europese Unie gaan leggen. “Ik wil strafheffingen”, heeft Trump uitgeroepen aan de vooravond van een weekendje golfen op zijn buitenverblijf. Hij had het Amerikaanse ministerie van Handel 9 maanden geleden gevraagd dat te onderzoeken. Trump stelde de toen al dreigende heffing op de auto’s in afwachting van het rapport voorlopig uit.

Maar nu handelsminister Wilbur Ross de vraag van Trump of het importeren van auto’s een gevaar voor de staatsveiligheid is, bevestigend heeft beantwoord, staat de president niets meer in de weg om de gevreesde maatregel in te voeren. De Duitse regering vreest dat er gedacht wordt over heffingen tot 25 procent op alle auto’s die vanuit de Europese Unie worden aangevoerd. Die stok achter de deur wil Trump gebruiken om zijn zin door te drijven bij andere handelsvraagstukken.

Het Duitse Verband der Automobilindustrie (VdA) noemt een dreigende heffing van 25 procent onvoorstelbaar. Zij wijst er op dat de Duitse autofabrikanten de laatste jaren rond 300 fabrieken met meer dan 113.000 arbeidsplaatsen in de Verenigde Staten hebben geopend. “Dat alles versterkt de VS en vormt geen enkel gevaar voor de veiligheid”. Een groot deel van die in de VS gebouwde modellen wordt bovendien geëxporteerd naar het buitenland, in veel gevallen ook naar Europa. De Duitse auto-industrie stelt zelfs de grootste auto-exporteur van de VS te zijn, omdat de producten van Amerikaanse en Japanse merken voor het overgrote deel in het land zelf worden verkocht.

Maar Trump wijst erop dat Europa al jaren een importheffing van 10 procent op Amerikaanse auto’s hanteert, terwijl Europese exemplaren in de Verenigde Staten voor slechts 2,5 procent worden aangeslagen. Onder meer om die reden zou er sprake zijn van een oneerlijke situatie en zou de Amerikaanse economie worden bedreigd door het succes van buitenlandse fabrikanten.

Dat ook Amerikaanse autobouwers protesteren tegen de plannen van Trump zet vermoedelijk de wenkbrauwen in beweging. Maar het onderstreept hoezeer de auto-industrie afhankelijk is van een zo vrij mogelijke wereldwijde handel. Bijvoorbeeld Jeep haalt veel auto’s uit het buitenland. Het gaat daarbij om de Renegade, technisch een broertje van de Fiat 500X, die in Italië wordt gebouwd. Een directe concurrent van deze compacte SUV, de Ford EcoSport, wordt ook niet in eigen land gebouwd. Buick, een merk van General Motors, verkoopt de Opel Insignia in Noord Amerika als de Regal.

Reageren is niet mogelijk.