BMW wil niet op één paard wedden

0

BMW wil niet, zoals zijn landgenoot Volkswagen, alles verwedden op de elektrische auto. “Wij willen maximaal flexibel blijven voor het geval dat onze klanten dergelijke modellen niet willen. Technologisch alles op één kaart zetten is een volstrekt verkeerde weg. Wij moeten ons technologisch zo breed mogelijk opstellen. Doe je dat niet, dan loop je enorme risico’s”.

Dat zei BMW topman Harald Krüger onlangs in een interview met de Duitse krant Handelsblatt. Hij spreidt liever het risico. BMW geeft vorm aan die bedrijfsvisie door modellen met een verbrandingsmotor, stekkerhybride personenwagens en elektrische auto’s op één en dezelfde productielijn te bouwen.

Dat Krüger zich niet blind wil staren op de elektrische auto, komt omdat er in zijn ogen nog veel te weinig laadinfrastructuur is om van volledig emissieloze personenwagens een succes te maken. Hij erkent weliswaar de populariteit van dergelijke modellen in Noorwegen (driekwart door BMW verkochte auto’s is aldaar nu al (deels)elektrisch), maar wijst er ook op dat dit Scandinavische land als enige over een uitstekende laadcapaciteit beschikt. Verder mogen elektrische modellen aldaar genieten van voordelen als gratis parkeren en gebruik van de busbaan. Elders in de wereld worden eigenaren van een emissieloze auto veel minder in de watten gelegd. En grootmacht China is zijn subsidies voor elektrische modellen alweer aan het afbouwen.

Landen en steden elders in de wereld weten volgens Krüger dat niets doen geen optie is, maar de realiteit is dat zij minder uitgebreide financiële middelen hebben als het rijke Noorwegen. En als de infrastructuur niet in orde is, dan zullen autoconsumenten er volgens de BMW topman niet over dénken om een elektrische personenwagen te kopen. “Mensen willen een vervoermiddel niet alleen bezitten, zij willen hem ook kunnen opladen”. Volgens Krüger moet dat opladen zowel makkelijker als goedkoper worden. “In München kost het opladen per gereden kilometer net zo veel als brandstof voor een benzineauto. Als je tenminste al überhaupt een laadpaal kan vinden”.

Er moet dus nog een hoop gebeuren, wil het grote publiek in bijvoorbeeld Duitsland overstappen in de elektrische auto. Tegelijkertijd dient er ook in andere technologieën geïnvesteerd worden, zoals autonoom rijden. BMW wil eind 2021 grootschalig in stedelijke omgevingen gaan testen met Niveau 4 techniek. Hiervoor heeft de autofabrikant een eigen dataplatform opgericht. De betreffende autonome voertuigen worden ontwikkeld op de zogeheten Autonomous Driving Campus van BMW in München.

Naast een eigen datacenter voor autonoom rijden, gaat BMW fors investeren in een compleet nieuw IT platform om alle gegevens waarmee de autonome voertuigen worden aangestuurd te verwerken, te verrijken en weer te uploaden. Dit zogeheten D3 (Data Driven Development) centrum werkt met zelflerende kunstmatige intelligentie en vormt de basis voor de ontwikkeling van geautomatiseerde rij functies op Niveau 3 en 4.

In 2021 moet het eerste in serie te produceren model van BMW met zelfrijdende technologie op de markt komen. Het betreft de productieversie van de Vision iNext conceptstudie die voor het eerst in 2018 werd getoond. Het showmodel was de eerste BMW ooit met Niveau 3 techniek. Daarmee kan de BMW met een snelheid van maximaal 130 km/u autonoom rijden. “Voor de veiligheid en betrouwbaarheid van Niveau 3 systemen is de inzet van D3 al onmisbaar”, zo laat BMW weten. Met het oog op Niveau 4 wordt nu een supercomputer gebouwd met een enorme rekenkracht. Het zichzelf herhalende proces van dataverrijking en verfijning vergt een opslagcapaciteit van 230 Petabyte en een computer meer dan 100.000 processorkernen en meer dan 200 grafische processoren.

Dergelijke investeringen leggen grote financiële druk op autofabrikanten. Vandaar het pleidooi van Krüger om niet monomaan te werk te gaan bij de ontwikkeling van elektrische auto’s. Hij bevindt zich daarbij in een spagaat omdat bepaalde markten wel degelijk om emissieloze modellen vragen. Daartoe behoort ook in toenemende mate Nederland, waar de zakenwereld de elektrische auto vol overgave omarmt. Dat komt natuurlijk door de gunstige bijtelling, maar ook omdat bedrijven zich van hun duurzame en groene kant willen laten zien.

In dit kader heeft ABN Amro bekendgemaakt per 1 juli volledig over te stappen op elektrische leasewagens. Binnen vijf jaar moet het volledige autobestand van de bank emissieloos zijn. ABN Amro wil met de omschakeling een bijdrage leveren aan het terugdringen van CO2-emissies. BMW kan hier momenteel slechts zeer beperkt op inspelen omdat de i3 geen volwaardige gezinswagen is en omdat de in 2020 te introduceren iX3 niet binnen het leasebudget zal passen van menig ABN Amro medewerker. Het kan betekenen dat BMW haar huidige marktleiderschap in het premium segment zal kwijtraken.

In 2018 werd in totaal 67 miljoen kilometer gereden met de bijna 2.000 leasewagens van ABN Amro, waarvan 95 procent een verbrandingsmotor had. De CO2-uitstoot hiervan was 11,1 kiloton, zo meldt de bank. Naast de omschakeling op elektrisch lease rijden, wil ABN Amro het voor haar medewerkers ook aantrekkelijker maken om hun eigen auto te laten staan en over te stappen op schonere alternatieven, zoals het openbaar vervoer, autodeel service Amber of private lease van een emissieloze voertuigen.

Naast dit spagaat tussen markten die volledig klaar lijken te zijn voor elektrificatie en landen die de transitie in een rustiger tempo willen voltooien, is Krüger in gevecht over de nieuwe de communicatiestandaard tussen auto’s in Europa. De Europese Commissie heeft besloten dat dit Wifi wordt en niet 5G. Het laatste systeem zou minder stabiel en betrouwbaar zijn. Ook is 5G niet overal beschikbaar. Om tempo te maken, kiest de Europese Commissie voor een systeem dat nu al volledig beschikbaar is.

Het besluit zal tot slaande deuren hebben geleid bij BMW in München omdat deze autofabrikant in de afgelopen jaren heeft ingezet op 5G technologie. Krüger ziet nu veel investeringen verloren gaan (dit in tegenstelling tot Renault, Toyota en Volkswagen, die op het Wifi paard hebben gewed). De BMW topman toont zich dan ook teleurgesteld. “Wij zijn ervan overtuigd dat het verplicht stellen van Wifi technologie aanzienlijke vertragingen zal veroorzaken in de Europese uitrol van car-to-car en auto-infrastructuur verbindingen”.

Krüger heeft in ieder geval de steun van Daimler, Ford, PSA en Volvo, die net als BMW tot nu toe veel geld hebben geïnvesteerd in 5G technologie. Zij hebben daarbij ook de steun van diverse telecommunicatiebedrijven. Volvo wil overigens naast de aanstaande ‘Wifi verplichting’ in Europa nog steeds verder gaan met 5G. Volgens deze autofabrikant is dat de techniek van de toekomst.

De voorstanders van 5G stellen dat 5G technologie veel meer mogelijkheden biedt om te communiceren met apparaten in de omgeving en een breder scala aan toepassingen op gebieden als entertainment, verkeersgegevens en algemene navigatie heeft. De communicatie tussen auto’s wordt belangrijker naarmate auto’s meer autonome functies krijgen. Er wordt steeds meer informatie verzonden tussen auto’s en de infrastructuur, tussen auto’s onderling en bijvoorbeeld het doorgeven van signalen van verkeerslichten of snelheidsbeperkingen. BMW lijkt met zijn D3 datacentrum er op gegokt te hebben dat de Europese Commissie de voorkeur zou geven aan de technologisch beste oplossing, en niet aan een inferieur lapmiddel.

Krüger is daarom niet onterecht sceptisch dat daarom ook grootschalige investeringen in laadinfrastructuur, die noodzakelijk zijn voor een samenlevingbrede adoptie van de elektrische auto, uit zullen blijven. Dat verklaart zijn pleidooi om flexibel te zijn en om technologisch niet alles op één kaart te zetten.

Reageren is niet mogelijk.