De vette jaren zijn voorbij voor de Duitse auto-industrie

0

De Duitse economie is in het tweede kwartaal gekrompen. Met name de auto-industrie was de pretbederver. Volgens Ferdinand Dudenhöffer, zelfbenoemd auto-expert want verbonden aan het Center Automotive Research (CAR) van de Duitse universiteit van Duisburg Essen, staat de Duitse auto-industrie nog veel meer leed te wachten.

De auto-industrie is in Duitsland goed voor 840.000 banen en 150 miljard euro omzet. De productie zal dit jaar uitkomen op 4,7 miljoen personenwagens. Dat is het laagste peil in 21 jaar. Met een productie van bijna 6 miljoen auto’s was 2011 een recordjaar. Dudenhöffer merkt op dat de productieprognose niet overdreven pessimistisch is, want ze gaat uit van een daling met 8 procent, terwijl in Duitsland in de eerste jaarhelft 12 procent minder auto’s van de band rolden. Ook 2020 wordt een zeer moeilijk jaar. Diverse autoproducenten, waaronder Daimer, zijn al meerdere keren met winstwaarschuwingen gekomen. Dudenhöffer sluit niet uit dat er nog meer volgen.

De huidige malaise leggen hét structurele probleem van de Duitse economie bloot: zij is te afhankelijk van de export. Van de 5,1 miljoen personenwagens die in 2018 in Duitsland werden gebouwd, zijn er 4 miljoen geëxporteerd. De meeste exemplaren gingen naar China, de grootste automarkt ter wereld. Maar de economie aldaar klapt in elkaar. De autoverkoop daalt al 13 maanden op rij. Dat heeft meteen gevolgen voor de wereldwijde verkoop.

Dudenhöffer verwacht voor dit jaar een wereldwijde verkoop van 79,5 miljoen personenwagens. Dat is ruim 4 miljoen exemplaren minder dan in 2018 en de grootste terugval in meer dan 20 jaar. Zelfs in de periode 2008-2009, toen wij als gevolg van de financiële crisis de zwaarste recessie sinds de jaren dertig meemaakten, was de daling minder sterk. Toen ging de verkoop met 2,1 miljoen personenwagens achteruit.

Volgens Dudenhöffer hangen de economische problemen in China samen met het handelsconflict dat dit land heeft met de Verenigde Staten. Diens president, Donald Trump, stuurt de wereldeconomie met zijn op confrontatie gerichte beleid naar de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. En hij blijft de Europese Unie bedreigen met invoerheffingen op auto’s uit onze marktregio. Trump doet dit omdat hij de Europese landbouwmarkt wil openbreken. De dreiging met een flink hogere importbelasting op auto’s gebruikt hij als wapen.

Dudenhöffer denkt niet dat een doorbraak van elektrische personenwagens de Duitse auto-industrie op korte termijn weer vlot zal trekken. De kosten gaan voor de baat uit en momenteel is het vooral een kwestie van miljardeninvesteringen. Vanaf 2021 komen er veel nieuwe elektrische modellen in de markt, zoals de Audi Q4 e-Tron, de BMW i4, de Mercedes-Benz EQ S en de Volkswagen iD.4X. Maar aan dergelijke auto’s wordt veel minder geld verdiend. Dat zal de winstmarges aanvankelijk laag houden. Het kan nog zeker 10 jaar duren voordat de elektrische personenwagens echt lucratief worden. Dudenhöffer verwacht dat de aandeelhouders tot minstens 2025 op hun tanden moeten bijten.

De aandelen van BMW en Daimler verloren op de beurs in één jaar tijd al een derde van hun waarde. Desondanks vindt Dudenhöffer dat de Duitse auto-industrie concurrerend is in de strijd om de consument die kiest voor elektrische mobiliteit. Volkswagen maakt reuzensprongen. Ook BMW en Daimler schakelen in een hogere versnelling. Zij weten ook wel dat de dieseltechnologie voorbij is. Hij beschouwt de introductie als de jongste S uitvoeringen van Audi als een laatste oprisping. De autoproducenten kunnen met hun oliegestookte modellen niet langer voldoen aan de strengere Europese uitstootnormen vanaf 2021. “Wie vandaag nog investeert in diesel, is verkeerd bezig”, stelt Dudenhöffer.

Reageren is niet mogelijk.