Nederlandse toeleveranciers auto-industrie willen uitwijken naar Frankrijk

0

Nederlandse toeleveranciers van de auto-industrie wijken uit naar Frankrijk nu de Duitse economie. Daar valt volgens deskundigen een flinke inhaalslag te maken. Momenteel gaat namelijk slechts 5 procent van de export van de Nederlandse toeleveranciers naar Frankrijk.

Steeds meer toeleveranciers uit ons land proberen voet aan de grond te krijgen in Frankrijk nu het voelbaar minder goed gaat met de Duitse auto-industrie. Onze oosterburen zijn goed voor 44 procent van de exportomzet van toeleveranciers. Maar door de gedaalde economische activiteit in Duitsland, wordt de crisis in de auto-industrie aldaar ook bij ons voelbaar. Nederlandse toeleveranciers hebben reeds enkele duizenden banen moeten schrappen. Ook de gedaalde autoverkopen in China, de Bexit, de onderlinge Chinese – Amerikaanse handel belemmeringen en nieuwe emissienormen (die nieuwe auto’s duurder maken, waardoor de consument uitwijkt naar tweedehands exemplaren) zorgen voor druk. Bovendien brengt de overschakeling van motoren die draaien op fossiele brandstoffen naar elektriciteit voor de sector, en dus ook voor de Nederlandse toeleveranciers, onzekerheden met zich mee.

In Duitsland, waar de auto-industrie slecht presteert, regende het de afgelopen weken aankondigingen van ontslagrondes bij grote en kleinere toeleveranciers. Wereldwijde spelers als Bosch, Continental en Schaeffler kondigden tegelijkertijd aan versneld in te zullen zetten op elektrische mobiliteit. Voor de productie van emissievrije auto’s is echter veel minder personeel nodig. Dat maakt de Duitse economie, die traditioneel voor een groot deel steunt op de auto-industrie, kwetsbaar. En als onze oosterbuur niest, wordt Nederland verkouden, zo luidt het oud gezegde.

Verhoogde Chinese importtarieven treffen ook in de Verenigde Staten geproduceerde auto’s, waaronder diverse modellen van BMW (X3 t/m X7) en Mercedes-Benz (C, GLE en GLS klasse). Bovendien heeft het conflict een afkoelende werking op de Chinese economie, waardoor in het Aziatische land de vraag naar auto’s sowieso afneemt. Daarnaast is er een eind gekomen aan een regeling in China waarbij de consument kan rekenen op belasting voordeel bij het kopen van een ‘nieuwe energie’ auto (elektrisch of stekker hybride). Dat doet ook de koopbereidheid dalen. Dit neemt niet weg dat China veel verder is met de transitie naar elektrisch rijden. De Duitse autofabrikanten weten daar echter niet goed op in te spelen omdat hun modellen te duur zijn. Ten aanzien van het vraagpotentieel in het volumesegment hebben zij tot nu toe zitten slapen.

In Nederland verzette VDL eind vorig jaar als eerste de bakens. Nadat het Duitse BMW concern, de enige grote klant van de Limburgse dochter VDL Nedcar, had aangekondigd de productie in Born te willen beperken, schrapte VDL 1.000 banen (voor een groot deel tijdelijke arbeidsplaatsen). De productiebeperking kost het in Eindhoven gevestigde industriële familieconglomeraat dit jaar circa 300 miljoen euro aan omzet. Vanwege het guurder wordende economische klimaat en de verminderde vraag naar vrachtauto’s vanuit de transportsector schrapte DAF dit jaar al 800 (uitzend)banen, waarvan het grootste deel in Nederland. Bij het in Noord Limburg gevestigde metaalbedrijf Brabant Alucast, toeleverancier van onder meer Audi en General Motors, verloren vorig jaar zomer 109 mensen hun baan. Begin juli meldde het Financiële Dagblad dat bij Inalfa, de Limburgse fabrikant van schuifdaken voor luxe auto’s, 85 banen verdwijnen. Vakbond FNV verklaarde echter onlangs tegenover dagblad De Limburger dat in Venray 250 mensen moeten vertrekken, onder wie 150 uitzendkrachten. Het jarenlang onstuimig groeiende Inalfa verkeert in een grote crisis en lijdt de komende jaren alleen al op een groot investeringsproject in Polen een verlies van 80 miljoen eurio. Niet uit te sluiten valt dat het Venrayse bedrijf, met mondiaal 6.000 werknemers, ook elders ter wereld hard zal moeten ingrijpen. De in Enschede gevestige bandenproducent Apollo Vredestein meldde eind april van 70 uitzendkrachten af te willen. Het bedrijf zei toen tegen dagblad Tubantia dat er dit jaar mogelijk nog een reorganisatie volgt en dat de gouden jaren op de autobandenmarkt in Europa voorbij zijn. De auto divisies van bedrijven als DSM, Aalberts, Kendrion, Hydratec en NXP hebben ook last van de neergang in de industriesector. Het in Helmond gevestigde Nedschroef (dat 700 werknemers in dienst heeft en bevestigingsmiddelen produceert), houdt voor dit jaar rekening met een lagere winst.

Maar Nederlandse toeleveranciers zouden de schade voor hun bedrijf kunnen beperken door zich zoals gezegd meer te richten op Frankrijk. Om de markt aldaar te verkennen, ging de branchevereniging AutomotiveNL onlangs met 21 leden op handelsmissie. In Frankrijk werd onder andere Renault (foto) bezocht voor het project ‘bi-directioneel laden’, waarbij energie wordt teruggegeven aan het net. De leden voerden gesprekken met verschillende bedrijven en hadden zogeheten matchmaking events met Saint-Gobain, Faurecia, Plastic Omnium en Faar Industry. Volgens de branchevereniging hebben vooral kleine en middelgrote ondernemingen goede mogelijkheden en groeipotentieel op de Franse markt, omdat zij flexibel en wendbaar zijn. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om kleine, innovatieve bedrijven zoals Punch Powertrain (fabrikant van aandrijfsystemen) en de ontwikkelaars van nieuwe materialen Axxor en Fiberneering.

 

Reageren is niet mogelijk.