Land Rover Defender krijgt een babyversie

0

Land Rover gaat in de komende 5 jaar de Defender modellijn uitbreiden. Zowel naar boven als naar beneden. De babyversie van de Defender moet voor de grootste verkoopimpuls gaan zorgen. Hij wordt in 2021 verwacht en krijgt een instapprijs onder de 45.000 euro. Daarmee wordt hij minimaal 10 mille goedkoper dan de Discovery Sport en de Range Rover Evoque.

Qua uiterlijk wordt het babymodel (vanzelfsprekend) een echte Defender. Dit betekent ook een grote optische verwantschap met de originele Land Rover uit 1948. De babyversie krijgt een interieur in de stijl van zijn grote broer, maar om bovengenoemde prijs mogelijk te maken, zal er wel flink worden bezuinigd op de uitrusting. Ook de maatvoering wordt natuurlijk een stuk kleiner. Mogelijk gaat Land Rover hiervoor de aloude typeaanduiding ’80’ afstoffen (dit cijfer is de wielbasis in inches van het originele model; de gewone Defender wordt leverbaar als ’90’ en ‘110’, en op termijn ook als ‘130’).

Land Rover wil met haar nieuwe instapmodel de Jeep Compass, de Mini Countryman en de Volvo XC40 gaan beconcurreren. Theoretisch zouden de Britten hiervoor ook een ‘Evoque Baby’ of een ‘Discovery Baby’ in stelling kunnen brengen, maar dergelijke derivaten worden als onvoldoende onderscheidend gezien, waardoor geen premium prijsstelling mogelijk is. Met een compacte versie van de Defender is dat wel mogelijk. Het nieuwe model is primair voor Europa bestemd, maar zal ook elders in de wereld verkocht gaan worden. Het gamma van Jaguar Land Rover stoot momenteel gemiddeld 130 gram CO2 uit; een emissiewaarde die met het oog op de toekomstige strenge normen van de Europese Unie veel te hoog is. Met de babyversie van de Defender denken de Britten de gemiddelde uitstoot versneld te kunnen reduceren.

De grootste uitdaging is niet het design van de compacte Defender (dat is redelijk voorspelbaar), maar het reduceren van de productie kosten tot een niveau waarbij met een instapprijs van 45 mille toch geld verdiend kan worden. In het verleden viel er geen businesscase voor een Land Rover met een dergelijk tarief te maken, maar dit keer zal waarschijnlijk een beroep worden gedaan op moederbedrijf Tata Motors. Die bouwt auto’s onder eigen label op het zogeheten Omega-Arc platform (deze naam is de afkorting van: Optimal Modular Efficiënt Global Advanced ARChitecture). Het onderstel wordt door Tata Motors gebruikt voor haar Harrier, een SUV die begin dit jaar in de verkoop ging. De bodemplaat is genetisch verwant aan het platform dat Land Rover zelf heeft gebruikt voor de eerste generatie Range Rover Evoque en Discovery Sport, en nu nog onder de Jaguar E-Pace te vinden is.

Autokenners zullen nu direct zeggen: “Die bodemplaat is berucht vanwege zijn hoge gewicht. Dat maakt hem toch ongeschikt voor een kleine (zuinige) Defender?”. Klopt, maar gelukkig is er de Tata Steel divisie nog. Die zal extra sterk en relatief licht staal gaan aanleveren waarmee een aanzienlijke gewichtsreductie kan worden bereikt. Verder zal de platformarchitectuur zó worden aangepast dat plaatsing van een kleine batterijen set ten behoeve van een stekker hybride uitvoering mogelijk is. Dus diegenen die perse een extra zuinige baby Defender willen, zullen ook aan hun trekken kunnen komen. Die uitvoering zal overigens wel duurder worden dan in de in de inleiding genoemde 45 mille.

Wie niet meer uit wil geven dan het basisbedrag, krijgt een (voorwiel aangedreven) uitvoering met 1,5 liter 3 cilinder turbobenzinemotor. Met een dergelijke krachtbron doet BMW in de X1 ook prima zaken. Dit Duitse SUV model ging vorig jaar in Europa 111.000 keer over de toonbank. Ter vergelijking: de verkoopteller van de Discovery Sport bleef toen steken op 45.000 stuks. Het verschil heeft alles te maken met de prijs: de basisversie van de X1 is liefst 11 mille goedkoper dan de simpelste Discovery Sport. Overigens: ook op het verkoopcijfer van de Volkswagen Tiguan is Land Rover jaloers. Dit SUV model trok vorig jaar in Europa 275.000 klanten. En wereldwijd was de Tiguan zelfs goed voor 860.000 verkopen. Daarmee was hij zelfs populairder dan de Volkswagen Golf!

In overleg met de boekhouders van Jaguar Land Rover is besloten om de ‘baby Defender’ in Slowakije te gaan bouwen, waar de Britten sinds dit jaar een fabriek operationeel hebben. Daar zijn de lonen veel lager dan in eigen land. Bovendien kunnen hiermee de bedrijfsrisico’s van de Brexit worden verkleind. Extra voordeel is dat er zich in Oost Europa ook veel onderdelenleveranciers bevinden die tarieftechnisch scherp aan de wind zeilen. Als alles volgens plan verloopt, zal de kleine Defender in het derde kwartaal van 2021 worden voorgesteld en zijn publieksdebuut beleven op de Duitse IAA autoshow.

Aan de andere kant van het Defender spectrum zal in 2025 een extra luxueuze versie worden geïntroduceerd. Die krijgt de extra typeaanduiding ‘Sport’ en wordt alleen leverbaar in volledig elektrische vorm en kan rekenen op een bijgeschaafd koetswerk. De prijs wordt bepaald niet misselijk want in de wandelgangen wordt gesproken over een tarief boven de 120.000 euro. Daarmee wordt de elektrische Defender duurder dan de Tesla Model X! Een dergelijke prijsstelling is echter onvermijdelijk aangezien de extra luxe, emissievrije versie hetzelfde zogeheten MLA onderstel krijgt als de nieuwe Range Rover. Qua stijl en uitstraling zullen beide modellen elkaar evenwel niet gaan bijten. Land Rover denkt met de Defender Sport een antwoord in handen te hebben voor de nog te introduceren soortgelijke variant van de Mercedes-Benz G klasse.

Reageren is niet mogelijk.