Een premium ID: Mercedes Benz EQ A en EQ B

0

Duitsland is momenteel in de ban van de Volkswagen ID.3: zal het de autofabrikant uit Wolfsburg lukken om de software problemen op te lossen zodat er dit jaar conform de oorspronkelijke planning nog 100.000 exemplaren van deze elektrische middenklasser afgeleverd kunnen worden? De voortekenen zijn niet gunstig, want bij de productie loopt Volkswagen achter op schema waardoor de First Edition debuutuitvoering pas in het derde kwartaal in de showrooms arriveert; 2 à 3 maanden later dan gepland. En een vertraging bij de levering van de ID.3 kan er ook in resulteren dat de verkoopstart van zijn grote broer ID.4 vertraging oploopt.

Dat geeft Mercedes-Benz tijd om haar premium alternatieven in stelling te brengen: de EQ A en EQ B. Maar voor de landgenoot uit Stuttgart is het ook zondermeer een kans om zich te revancheren want de marktintroductie van haar elektrische debuutmodel, de EQ C, verliep niet bepaald vlekkeloos. “Het is zondermeer een nieuwe tak van sport dat andere techniek en een andere werkwijze vereist”, verzucht Markus Schäfer, de ontwikkelingschef en Chief Operating Officer van Mercedes-Benz. Hij lag ‘s nachts niet wakker van softwareproblemen maar wel van tegenvallers bij de productie van accu’s. Maar inmiddels zouden de betreffende toeleverancier zijn zaken op orde hebben. Dit betekent dat er dit jaar 50.000 exemplaren van de EQ C in Bremen van de band zullen rollen.

Schäfer lijkt daar tevreden mee te zijn, maar vergeleken met de ambities van Volkswagen is dat absoluut niet veel. Die wil in 2023 op een productieniveau van 1 miljoen elektrische auto’s zitten. 2 jaar later moeten dat er 1,5 miljoen zijn. Topman Herbert Diess denkt dat daar een markt voor zal zijn. Niet zozeer omdat autoconsumenten staan te trappelen om een elektrische auto aan te schaffen (al kan dat nog komen), maar omdat modellen met een benzine of diesel motor veel duurder zullen worden zodra de Euro7 emissienorm realiteit wordt. De techniek om dan aan de uitstootregels te kunnen voldoen is erg kostbaar. Tegelijkertijd zullen elektrische auto’s goedkoper worden dankzij schaalvoordelen. En dan zal ineens het muntje bij de autoconsument vallen dat het goedkoper is om voortaan elektrisch te gaan rijden.

Mist Mercedes-Benz dan de boot? Nee, want tegen die tijd moeten de EQ A en EQ B goed op de rails staan. Dat zijn, niet eens kort door de bocht omschreven, elektrische varianten van de GLA en GLB. Want anders dan Volkswagen (dat een miljardenbedrag heeft uitgetrokken voor een specifiek platform voor emissieloze modellen, MEB genaamd) heeft Mercedes-Benz de voorkeur gegeven aan een modulair onderstel dat geschikt is voor alle aandrijfvarianten (MFA genaamd). Daar is wat voor te zeggen omdat het premium merk op deze basis jaarlijks reeds meer dan 700.000 auto’s verkoopt; een aantal waar Diess met zijn MEB alternatief voorlopig alleen van kan dromen.

De EQ A en EQ B zullen kort na elkaar worden gelanceerd. Mercedes-Benz rekent er op dat beide elektrische modellen elkaar niet zullen beconcurreren vanwege het formaat verschil: de EQ A is 4,41 meter lang en heeft een wielbasis van 2,73 meter. De EQ B is met 4,63 meter respectievelijk 2,83 meter feitelijk een klasse groter. Net als bij de ID familie van Volkswagen zal de klant kunnen kiezen uit diverse formaten accupakket, variërend van 60 kWh (voor ruim 400 kilometer rij bereik) tot 110 kWh voor een kleine 700 kilometer actieradius). Met deze laatste batterijenset worden de EQ A en de EQ B wel erg zwaar (reken op een meergewicht van minimaal 800 kilo), maar het verkleint wel de noodzaak om tijdens trips tussentijds te moeten bijladen. Al probeert Mercedes-Benz dit ongemak te verkleinen door er voor te zorgen dat in 20 minuten tijd de ‘accuvulling’ van 10 procent naar 80 procent kan worden gebracht.

Keuze bij de motorisering van de EQ A en EQ B, die beiden in 2021 in de showrooms zullen arriveren, is er ook. De basisversies krijgen een elektromotor van 204 pk. Een trede hoger staan de 272 pk uitvoeringen. Het krachtigst gemotoriseerd zijn de AMG varianten. Die worden 340 pk sterk. Qua vermogen is er dus niks mis met de EQ A en EQ B, maar Mercedes zal natuurlijk wel premium prijzen gaan rekenen. Reken op 54.000 euro respectievelijk 60.000 euro. Ten opzichte van de Volkswagen ID.3, die een instaptarief van 36 mille krijgt in Nederland, is dat pittig, maar voor luxe merken gelden andere normen. De Volvo XC40 Recharge P8 kost namelijk 59.785 euro.

Reageren is niet mogelijk.