De Spaanse premier Pedro Sánchez heeft bekendgemaakt dat zijn regering met maatregelen komt om de economie na de corona crisis weer overeind te helpen. Een belangrijk deel van de flinke staatsinjectie is bestemd voor de auto-industrie.
De Spaanse auto-industrie kan op een hulpplan reken ter omvang van 3,75 miljard euro. Hiermee moet één van de grootste industrietakken in Spanje uit het slop getrokken worden. Een soortgelijk steunpakket is er voor de toeristische sector. Beide industrietakken zijn de grootste werkgevers van het land en samen goed voor 22 procent van het Spaanse bruto binnenlands product. De autosector is goed voor 15 procent van de export van het land. Spanje is na Duitsland het land waar de meeste auto’s in Europa gebouwd worden. Volgens de Spaanse Bank krimpt de Spaanse economie dit jaar met 15 procent; een 2 keer zo hoog percentage als voor ons land wordt voorzien.
Naast de Volkswagen Groep met fabrieken voor het hoofdmerk en voor Seat (dat ook de Audi A1 bouwt), hebben Renault, PSA (Citroën, Opel, Peugeot) en Ford fabrieken in het Zuid-Europese land. In alle fabrieken heeft de autoproductie echter maanden stil gelegen door het corona virus dat flink heeft huisgehouden in Spanje en waarop de overheid reageerde met een strenge lockdown. Maar de druppel die de emmer vermoedelijk deed overlopen, was het besluit van Nissan om haar fabriek in Barcelona te sluiten. De Spaanse regering wil dit met het steunpakket proberen te voorkomen.
Volgens premier Sánchez bevindt de auto-industrie zich in zijn land “op een uiterst kritisch moment”. Een veeg teken is inderdaad dat er geen enkele productie order is voor een elektrisch model die de toekomst hebben. Sánchez wijst onder meer op de sluiting van de grote Nissan fabriek in Barcelona waarmee direct 3.000 banen verloren gaan (en indirect, toeleveranciers meegerekend, nog veel meer). De auto-industrie in Spanje pleit er voor om eventuele aankoopsubsidies niet alleen beschikbaar te stellen voor elektrische auto’s, maar ook voor jongere en schonere benzine en diesel modellen.
De branche organisatie van autofabrikanten Anfac stelt daarnaast dat er zeker 54 miljard euro geïnvesteerd moeten worden in vernieuwing van de vaak verouderde Spaanse fabrieken “om het proces van transformatie” uit te kunnen voeren, hiermee doelend op het eerder genoemde ontbreken van productieorders voor elektrische modellen. Ook zal meer aandacht en geld besteed moeten worden aan onderzoek naar nieuwe aandrijftechnologieën omdat Spanje op dit terrein fors achter loopt bij andere Europese landen.
