De Corona crisis heeft de productie van auto’s wekenlang praktisch stilgelegd. Stap voor stap gaan de fabrikanten weer over tot de orde van de dag. Maar de schade is groot. En daarom vreest de industrie een mogelijke tweede lockdown.
“De Corona pandemie treft fabrikanten en leveranciers in een fase die gekenmerkt wordt door fundamentele verandering, die zelf al de inzet van alle middelen (mensen, geld) vereist. Na de wereldwijde ineenstorting van de verkopen is de situatie voor veel bedrijven nu voorlopig gestabiliseerd. Maar de crisis is nog niet voorbij. Nu moet alles worden gedaan om een nieuwe inzinking van de productie en de vraag te voorkomen”, zei aldus Martin Koers, directeur van de Duitse auto-industrie vereniging VDA.
De VDA verwacht dat in 2020 ongeveer 3,5 miljoen auto’s in Duitsland geproduceerd zullen worden. Dat komt overeen met een daling van 25 procent ten opzichte van 2019. Van januari tot juli 2020 werd bij onze oosterburen 1,8 miljoen auto’s geregistreerd (-29 procent); het laagste niveau sinds 1975. “Uit een onderzoek onder onze aangesloten bedrijven bleek dat leveranciers er van uit gaan dat men pas in 2022 weer het productieniveau van vóór de Corona crisis zal bereiken”, aldus Koers.
De Duitse automarkt wordt gezien als de motor van de economie. Maar sinds de Corona crisis stottert die enorm. In augustus is sprake van een verkoopdaling van 20 procent ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. Zoals gezegd zijn in de eerste 8 maanden van 2020 slechts 1,8 miljoen nieuwe auto’s geregistreerd in Duitsland. Gelukkig is het totaalbeeld positiever dankzij bestellingen uit het buitenland die in augustus met 11 procent zijn gestegen. Maar op jaarbasis liggen de binnenkomende orders afkomstig van export markten nog steeds 17 procent onder het niveau van vorig jaar.
In augustus rolden in Duitsland slechts 203.100 auto’s van de lopende band (-35 procent). Naast het lagere aantal werkdagen speelden ook fabrieksvakanties een rol, die dit jaar meer dan in 2019 in augustus vielen. Maar na 8 maanden staat de productieteller op slechts 2,0 miljoen stuks (-36 procent). Ook de export is nog steeds extreem zwak: in augustus werden 154.300 auto’s geleverd aan klanten over de hele wereld (-31 procent). Op jaarbasis zijn in totaal 1,5 miljoen voertuigen geëxporteerd (-36 procent).
Import en export van gebruikte personenauto’s blijft flink achter
Over export gesproken: er zijn in de eerste 8 maanden van 2020 in Nederland aanzienlijk minder gebruikte personenauto’s geïmporteerd en geëxporteerd dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit cijfers van de BOVAG en de RDC. Het aantal occasions dat werd geïmporteerd kwam uit op 124.414 stuks. Tot en met augustus werden er 177.734 personenauto’s geëxporteerd. Dat is respectievelijk 18 en 10 procent minder dan in 2019 en illustratief voor het feit dat ook de Nederlandse automarkt zich evenmin kiplekker voelt.
Vooral in april kwam de import van occasions vanwege de Corona pandemie vrijwel volledig stil te liggen. In plaats van de bijna 18.500 auto’s die in dezelfde maand 2019 naar ons land werden gehaald, waren dat er dit jaar in die maand nog geen 1.900 stuks. In maart werd onder invloed van de eerste lockdown in Europa al bijna de helft minder aan importvoertuigen geregistreerd. De RDW sloot geruime tijd de deuren van jaar keuringsstations, waardoor het onmogelijk was om een Nederlands kenteken te verkrijgen. In mei bedroeg de daling nog altijd afgerond 60 procent. Daarna werd de weg omhoog hervonden, maar op jaarbasis is er nog steeds sprake van een flinke achterstand. De meest geïmporteerde modellen (t/m augustus) waren achtereenvolgens de Volkswagen Golf met 5.412 stuks, de Volkswagen Polo (5.407), de Nissan Qashqai (2.581), de Renault Captur (2.422), de Ford Focus (2.143), de Volkswagen Tiguan (1.976), de Fiat 500 (1.888), de Ford Fiesta (1.861), de Mini Hatch (1.827) en de Toyota Yaris (1.822).
De export van personenauto’s zat in januari en februari nog flink in de lift met plussen van 15 respectievelijk 13 procent, maar daarna sloeg het Corona virus hard toe. In maart werd een daling van ruim 27 procent genoteerd, in april 59 procent en in mei meer dan 32 procent. In juni veerde de export op met een plus van bijna 10 procent, gevolgd door plus 7 procent in juli. Augustus laat ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar een stabiel beeld zien met een kleine min van 0,5 procent. Per saldo is het verlies uit de periode maart t/m mei nog niet goedgemaakt. De meest geëxporteerde modellen (t/m augustus) waren achtereenvolgens de Volkswagen Golf (7.254 stuks), de Peugeot 308 (6.259), de Opel Astra (4.996), de Volkswagen Passat (4.914), de Renault Mégane (4.465), de Skoda Octavia (4.044), de BMW 3-serie (3.685), de Ford Focus (3.600), de Renault Clio (3.144) en de Audi A4 (3.125)
Continental schrapt 30.000 banen
Leveranciers van de auto-industrie denken zoals gezegd dat pas in 2022 het productieniveau van voor de corona crisis bereikt wordt. Met name banden en onderdelen fabrikant Continental is daardoor in zwaar weer beland en gaat daardoor 30.000 banen schrappen. In Duitsland moeten 13.000 arbeidsplaatsen verdwijnen. Dat alles moet vanaf 2023 jaarlijks meer dan 1 miljard euro aan besparingen opleveren, dubbel zo veel als tot nu toe was gepland.
Continental acht de maatregelen nodig aangezien de autoproductie structureel (te) laag blijft. Verder is er sprake van een dieper wordende economische crisis als gevolg van de Corona pandemie. Zo denken analisten dat de grootste faillissementsgolf nog moet komen. Continental stelde eerder te verwachten dat de wereldwijde autoproductie op zijn vroegst pas in 2025 weer het niveau van 2017 zal kunnen bereiken. Dit betekent dat buiten Duitsland de problemen nog groter zijn.
Er wordt door Continental benadrukt dat geen enkele vestiging, en dat geldt ook voor het hoofdkantoor, bij de ingrepen gespaard zal blijven. Bedrijfsonderdelen die aanhoudend verlies blijven draaien, worden afgestoten. Die strategie kan ertoe leiden dat bepaalde fabrieken gesloten worden, zo benadrukt Continental. De Duitse toeleverancier heeft 3 vestigingen in ons land: Barneveld, Eindhoven en Maastricht.
Continental biedt momenteel werk aan 232.000 mensen, waarvan 59.000 arbeidsplaatsen in Duitsland. Bij onze oosterburen zullen 13.000 banen verdwijnen, oftewel meer dan 20 procent van het totaal. De Duitse toeleverancier aan de auto-industrie hoopt dat te regelen door vrijwillig vertrek en vervroegde pensionering, maar sluit gedwongen ontslagen niet uit. De nieuwe reorganisatie komt bovenop de ingrepen die vorig jaar al aangekondigd werden.
“Wij hebben de afgelopen 70 jaar niet zo’n grote en ernstige crisis meegemaakt. Het zal op korte termijn erg veel van ons vergen en het personeel de komende jaren dwingen om een maximale inspanning te leveren. Na bijna 10 jaar van snelle winstgevende groei en uitbreiding van het aantal banen, overeenkomstig het groeimodel van de auto-industrie in die periode, stemmen wij onze activiteiten nu af op een nieuw soort groei waarbij wij ons richten op toekomstbestendige technologieën”, aldus CEO Elmar Degenhart. Ook andere leveranciers, waaronder Inalfa, verwachten flink in de kosten te moeten snijden. Nederlandse spelers zagen hun omzet eveneens afnemen.
VDL Groep
Een ander Nederlands bedrijf, de VDL Groep, heeft in het eerste halfjaar zwarte cijfers geschreven. De winst liep weliswaar met twee derde terug tot 25 miljoen euro, terwijl de omzet met een derde daalde tot 1,97 miljard euro, maar men wist verliezen dus te voorkomen. Het aantal medewerkers nam met 2,6 procent af tot 15.320 personeelsleden.
“We kijken terug op een zwaar eerste halfjaar”, zo licht president-directeur Willem van der Leegte de cijfers toe. “Bij een aantal bedrijven heeft de productie gedeeltelijk of in z’n geheel stilgelegen. Nagenoeg al onze 104 bedrijven hebben op de één of andere manier met de crisis te maken gehad. Door onze strategische spreiding van activiteiten en ons vermogen tot aanpassing, zijn wij desondanks winstgevend gebleven en konden wij al onze vaste medewerkers binnenboord houden. Dat stemt mij positief”.
De VDL Groep heeft een beroep gedaan op de NOW regeling. Met het voorschot van de overheid à 50 miljoen euro zijn salarissen van medewerkers doorbetaald die tijdelijk geen of onvoldoende werk hadden.”VDL heeft waardering voor de snelle, diepe én brede regeling waarmee de overheid ondernemers te hulp schiet. Doordat wij ook tijdens de referentieperiode van de tweede NOW regeling tot nu toe te maken heeft gehad met een substantiële omzetderving, is ook een beroep gedaan op NOW-2″, zo schrijft Van der Leegte.
De omzetteller van VDL Nedcar staat na 2 kwartalen op 903 miljoen euro. Dat was een jaar geleden nog 1.620 miljoen euro. In maart werd de productie ruim 6 weken heeft onderbroken. Sinds begin juni worden er weer auto’s gebouwd in 2 shifts. “De Corona crisis heeft de mondiale vraag naar nieuwe auto’s doen afnemen. Een van de gevolgen hiervan is dat VDL Nedcar een additioneel BMW model niet zal gaan bouwen, ondanks dat dit in 2019 contractueel overeen werd gekomen. Op dit moment spreken wij met deze opdrachtgever over compensatie in de vorm van een productieorder voor andere modellen. Doel is om de samenwerking met BMW duurzaam te verlengen en de werkgelegenheid in Born langjarig zeker te stellen. Daarnaast voeren wij gesprekken met potentiële nieuwe opdrachtgevers die mogelijk ook auto’s willen laten bouwen in Born”, zo laat Van der Leegde weten.
VDL Nedcar is in het eerste halfjaar wél winstgevend geweest. Het bedrijf denkt een betere tweede jaarhelft te hebben. De uiteindelijke omzet zal een kwart lager uitkomen. Over de verwachte winst doet de VDL Groep geen uitspraken. Pikant is dat BMW wel een contract voor de bouw van de X1 in Born opzegde, maar zelf momenteel dit modeltype niet kan produceren. Dat komt door schade aan een assemblagehal.
De fabriek van BMW in Regensburg is hierdoor tot eind september buiten bedrijf. Naar verwachting gaat de productie van de X1 (en de X2) pas op 28 september weer van start. De schade aan de assemblagehal is ontstaan bij de sloop van oude apparatuur, waarbij dragende delen van de fabriek beschadigd raakten. Momenteel voert BMW reparaties uit. Pas als die afgerond zijn, kan er nieuwe apparatuur geïnstalleerd worden.
De aanpassing van de fabriek in Regensburg is nodig omdat BMW in de toekomst modellen met een verbrandingsmotoren, hybride uitvoeringen en volledig elektrische personenwagens op 1 productielijn wil kunnen assembleren. Daartoe investeert het bedrijf in 5 jaar tijd een bedrag van 300 miljoen in de ombouw. Volgens de planning moet de productie van volledig elektrische auto’s in 2021 in de fabriek van start gaat. Het gaat daarbij in eerste instantie om de i4. In een later stadium komt daar de iX5 bij/. Het opvoeren van de productie van elektrische auto’s moet bij BMW leiden tot een CO2 reductie van 40 procent in 2030.
BMW heeft het voornemen om de tekorten als gevolg van de productiestop voor de X1 en de X2 later dit jaar op te vullen door middel van ploegendiensten. Over een inzet van dergelijke speciale shifts voert de autofabrikant nog gesprekken met de ondernemingsraad. Maar VDL Nedcar komt dus niet in het verhaal voor. Dat komt doordat BMW in het eerste half jaar 23 procent minder klanten trok.
Nissan produceert ruim 40 procent minder
Bij Nissan is nog steeds sprake van een scherpe productiedaling. In de eerste 7 maanden van dit jaar bouwden de Japanners wereldwijd 878.200 auto’s. Dat waren er ruim 700.000 stuks oftewel 44 procent minder dan in dezelfde periode van 2019. In de maand juli zwakte de daling wel iets af naar 22 procent. Toen rolden er bij Nissan 312.900 voertuigen van de band.
In Europa heeft Nissan momenteel 2 fabrieken. Die in Barcelona gaat uiterlijk eind volgend jaar dicht. Nadat deze beslissing aan het personeel werd meegedeeld, volgde er een staking, met als resultaat dat er afgelopen maand geen enkele auto werd geproduceerd. In de andere Europese fabriek, die in het Noord Engelse Sunderland, kwam de productie in de eerste 7 maanden van het jaar 29.100 exemplaren lager uit dan in 2019. In juli was er voor wat betreft de output wel weer sprake van een plus, maar die was met 1 procent minimaal. In die maand liepen er nog altijd niet meer dan 22.100 auto’s van de band.
In Japan zelf kwam de autoproductie van Nissan in de eerste 7 maanden van het jaar met 257.100 stuks 65 procent lager uit. In de Verenigde Staten en Mexico was de daling ongeveer van dezelfde orde van grootte. Enige positieve uitzondering is China, waar Nissan in de eerste 7 maanden bijna 537.000 auto’s bouwde, hetgeen 8 procent meer was dan vorig jaar in die periode. China was daarmee inmiddels goed voor meer dan 60 procent van de wereldwijde productie bij Nissan. Daarmee lijkt de strategische keuze van het Japanse bedrijf om, naast de Verenigde Staten, de nadruk meer te leggen op de Chinese activiteiten, zonder meer logisch.
