Hoe de kei-car verdwijnt uit Japan

0

De Japanse kei-cars, die bekend staan ​​om hun betaalbaarheid en kleine motoren, worden geconfronteerd met een potentieel existentiële bedreiging. Reden is dat het Aziatische land er op vertrouwt dat autofabrikanten elektrische modellen gaan produceren en verkopen als onderdeel van haar doelstelling voor een CO2 vrije samenleving.

Kei betekent ‘licht’ in het Japans en de categorie vertegenwoordigt ongeveer een derde van de verkoop van nieuwe auto’s in Japan. Ze zijn een populair vervoermiddel buiten de grote steden en worden gebruikt door boeren en gezinnen die meerdere voertuigen nodig hebben om zich te verplaatsen. Goedkoop om te kopen en te bezitten, worden kei-cars voornamelijk vervaardigd voor de thuismarkt, met motoren waarvan de cilinderinhoud wettelijk is beperkt tot 660 kubieke centimeter (40 kubieke inch).

De Japanse premier Yoshihide Suga beloofde vorig jaar om Japan tegen 2050 koolstof arm te maken, met plannen om de verkoop van nieuwe benzine-auto’s tegen het midden van de jaren ’30 te verbieden. Dat creëerde een dilemma voor Honda, Daihatsu, Suzuki en andere fabrikanten van deze kleine modellen. Want door de extra kosten die het gevolg is van elektrische aandrijftechnologie worden ze minder betaalbaar voor de doelgroep. Volgens Tokyo Tokai Research kan elektrificatie 1 miljoen tot 2 miljoen yen ($ 9.600 – $ 19.200) aan het prijskaartje van een kei-car toevoegen, waardoor de prijs mogelijk verdubbelt.

“Betaalbaarheid en gemak zijn de levensader van compacte auto’s”, zegt Hitoshi Horii, het hoofd van de Japan Mini Vehicles Association. “Deze auto’s zijn belangrijke vormen van mobiliteit die van vitaal belang is als de infrastructuur op het gebied van openbaar vervoer te wensen overlaat”. Kei-cars rijden inderdaad veel rond op het Japanse platteland, waar bussen, metro’s en treinen schaars zijn. Ze zijn bovendien zeer geschikt voor de smalle wegen van het Aziatische land, waarvan 85 procent slechts breed genoeg is om 2 kei-cars te laten passeren.

Dat cijfer werd in december genoemd door Akio Toyoda, voorzitter van de Japan Automobile Manufacturers Association en de CEO van de Toyota Motor Corporation, waartoe ook Daihatsu behoort. “De kei is de nationale auto van Japan”, zei Toyoda. Daihatsu, de divisie van Toyota die kei cars maakt, heeft nog geen grote stappen gezet op het gebied van elektrificatie. Toyoda vindt het belangrijker om met de huidige energiemix een koolstof neutrale samenleving te bereiken, zegt hij. “Mensen die in steden wonen kunnen misschien zonder kei-cars, maar als je eenmaal in een landelijke regio bent, zijn deze auto’s een noodzaak”. 

Wat de kei-car is voor Japan, dat is het A segment voor Europa. Ook dat verdwijnt. Nou ja, op Hyundai, Kia, Suzuki en Toyota na dan. Voorlopig. Maar Ford, Nissan en Opel hebben er reeds de brui aan gegeven, en dit jaar volgen Citroën, Peugeot. In 2022 zeggen Fiat, Renault en Smart het A segment vaarwel. Van de Seat Mii Electric kunnen wij dit jaar nog een toegift verwachten, maar daarna valt vermoedelijk het doek voor deze Spanjaard. Hetzelfde geldt voor het Duitse moedermodel van Volkswagen. Mitsubishi trekt zich helemaal terug uit onze marktregio en dat betekent ook het einde voor de Space Star. Consumenten die zich geen nieuwe B segment auto kunnen veroorloven, zijn straks aangewezen op de occasionhandel. Maar zodra het verkoopverbod op modellen met een verbrandingsmotor eenmaal een feit is, zal ook daar het aanbod aan betaalbare, handzame auto’s langzaam en zeker gaan opdrogen. Wat moet de automobilist dan? De brommobiel zou dan, in elektrische vorm, wel eens een renaissance kunnen beleven …

Reageren is niet mogelijk.