Wie de artikelen van Autointernationaal over de tevredenheid van autobezitters regelmatig leest, zal onthouden hebben dat de rode lantaarn regelmatig voor een Land Rover model is (’trammelandrover’) en dat, omdat appels nou eenmaal niet ver van de boom vallen, Jaguar in dergelijke statistieken doorgaans ook ergens onderaan bungelt. Daarvoor krijgen de Britten nu de rekening gepresenteerd: de nieuwe baas van Jaguar Land Rover, Thierry Bolloré, heeft namelijk berekend dat door issues met de kwaliteit het bedrijf 100.000 verkopen misloopt.
Bij Bolloré zijn de kwaliteitsproblemen bij de auto’s van Jaguar Land Rover (JLR) een doorn in het oog. De nieuwe topman is weliswaar afkomstig van Renault, een autofabrikant die met de Franse slag produceerde, dus je zou je kunnen afvragen waarom hij hier nu moeilijk over doet. Maar in het premium segment gelden andere regels en normen. Bovendien heeft JLR de ambitie een mondiale speler te zijn en dat lukt alleen als er ook in China en Verenigde Staten goed zaken gedaan kan worden. Renault droomt daar misschien ook wel van, maar in het Aziatische land is het merk een illusie armer geworden nadat de verkopen waren ingestort. Dat debacle kan niet los worden gezien van een te hoog percentage ontevreden klanten. En menigeen herinnert zich het verkoop echec van de op de kade wegroestende Dauphine in de Verenigde Staten nog wel, of anders wel de kwaliteitsproblemen van de Renault modellen Alliance plus Encore (de Noord Amerikaanse versies van de 9 en 11).

Vroeger, toen geluk nog heel gewoon was, maar er natuurlijk ook meer dan genoeg ellende was, was het bij Britse auto’s niet de vraag óf er wat kapot zou gaan tijdens de eerstvolgende rit, maar wat. Dat imago heeft de industrietak nooit helemaal van zich af weten te schudden. En dat is niet (alleen) een kwestie van een hardnekkig stereotype: aan de auto’s van JLR mankeert bovengemiddeld vaak wat. Dat zorgt al jaren voor een zorgelijk imago op het gebied van kwaliteit en betrouwbaarheid uit.
De nieuwe topman van JLR erkent het probleem en heeft nu het personeel wakker proberen te schudden door er een getal op te plakken: uit onderzoek zou zijn gebleken dat de Britse autofabrikant jaarlijks 100.000 verkopen ‘verliest’ vanwege issues met kwaliteit. Dat zijn allemaal klanten die nu in een auto van Audi, BMW, Genesis, Mercedes of (als zij het verstandigst zijn) van Lexus rijden. Bolloré zegt dat de kwaliteit inmiddels naar een hoger plan getild wordt. Dat moet vanaf dit jaar leiden tot “drastisch betere” klanttevredenheid scores. De oplossing voor het verhelpen van de kwaliteitsproblemen zit hem volgens de CEO in het versimpelen van het productieproces. Hoe minder handelingen het fabriekspersoneel daarvoor hoeft te verrichten, des de kleiner de kans op menselijke fouten. Dat zou zich volgens Bartjes moeten vertalen in minder storingen en mankementen. Tegelijkertijd lossen de motorische problemen bij Jaguar zich vanzelf op omdat dit merk vanaf 2025 alleen nog maar elektrische auto’s wil verkopen.

Maar (ook) als het gaat om (mogelijk) terugkerende klanten geldt: eerst het zuur dan het zoet. Het versimpelen van het productieproces betekent dat er voor de klant minder te kiezen zal zijn. Dat zal de verkopen op de korte termijn geen goed doen. Daarom moet JLR van Bolloré de broekriem aanhalen oftewel bezuinigen. Om geld te besparen, worden 2 modellen die momenteel op de tekentafel staan geslachtofferd: de nieuwe generatie Jaguar XJ en de zogeheten Road Rover. Beide modellen zouden een volledig elektrische aandrijflijn krijgen. JLR zal hierdoor en reeds gedane investering van 1,16 miljard euro moeten afschrijven.
Zowel de nieuwe XJ als de Road Rover (een relatief laag model) zouden worden gebaseerd op het MLA platform; een modulaire basis die geschikt is voor elektrische én conventionele aandrijflijnen. Nu zal deze architectuur alleen nog maar gebruikt gaan worden voor de nieuwe generatie Range Rover en Range Rover Sport. Die kom dus ook in een elektrische uitvoering op de markt. Dat het Range Rover duo gebaseerd gaat worden op een modulair platform is logisch: door beide modelreeksen geschikt te maken voor diverse vormen van aandrijving, kan JLR zowel bestaande klanten die de overstap naar elektrisch rijden (nog) niet willen maken, te vriend houden als nieuwe kopers (die er nu wel aan toe zijn) aan zich binden. Dat is belangrijk omdat met de Range Rover Sport grote verkoopvolumes worden gegeneerd en de Range Rover de grootste winstbijdrage levert.


Of Jaguar veel geld verdiend zou hebben met een laag model als de nieuwe XJ is zeer de vraag (de sedan is immers passé). En een ‘lage Land Rover’ klinkt als een contradictio in terminis. De nieuwe Jaguar XJ zou hebben moeten concurreren met de Mercedes-Benz EQS. Dit model heeft de merkprimeur van een platform dat specifiek voor elektrische auto’s is ontwikkeld. Daarmee kan een relatief grote actieradius worden gerealiseerd: 700 kilometer. De nieuwe Jaguar XJ kon daar waarschijnlijk niet aan tippen. Dat is het nadeel van een modulair platform. Omdat er geen sprake is van een toegespitste basis, dienen er compromissen gesloten te worden om ook conventionele aandrijving mogelijk te maken. Kind van de rekening is het accupakket, dat minder groot kan worden dan bij een specifiek voor elektrische auto’s ontwikkeld platform. Voor de Road Rover, die zou hebben moeten concurreren met de SUV versie van de Mercedes-Benz EQS, zou dat ook een handicap zijn geweest.
