Gewend om altijd een stap voor te blijven na decennialang uitsluitend een sportwagenfabrikanten te zijn geweest (denk aan de pioniersfunctie op het gebied van SUV modellen, krachtige dieselmotor, hybridisatie of zelfs elektrische aandrijving), bereidt Porsche zich nu voor om aan een nieuw hoofdstuk van zijn geschiedenis te beginnen: dat van synthetische brandstof.
De autofabrikant uit Zuffenhausen is altijd pragmatisch geweest en zette in 2001 voet op de Chinese markt en werd een van de eerste sportwagenspecialisten die in 2002 toegaf aan de verlokkingen van het SUV segment, voordat het bijna 20 jaar later werd vergezeld door bijna al zijn concurrenten. In 2009 startte Porsche met het aanbieden van dieselvarianten, maar in 2018 stopte het bedrijf daar weer mee omdat men tijdig inzag dat het imago van dit type aandrijving onherstelbaar beschadigd was (door moederbedrijf Volkswagen en zuster Audi nota bene). In 2016 ging Porsche over tot downsizing door de cilinderinhoud van haar motoren te verminderen en systematisch een turbo toe te voegen. Niet alleen de Boxster en Cayman konden rekenen op deze behandeling, maar zelfs haar superster, de 911.

Omdat Porsche weet hoe zij het woord ‘anticiperen’ moet spellen, doorstond zij de verkoopcrisis op de automarkt die veroorzaakt woerd door de corona pandemie relatief goed. In Zuffenhausen wist men een goede economische gezondheid te behouden want de verkopen daalden met slechts 3 procent in 2020 toen de modianle markt met 14 procent kelderde. Ondertussen bleef Porsche modellen aanbieden die zijn ontwikkeld zonder de minste concessie. De nieuwe 911 GT3 die vorige week werd onthuld, is daar een voorbeeld van. Met zijn atmosferische 4,0 liter ‘flat six’ van 510 pk is hij in staat om in minder dan 7 minuten een rondje Nürburgring te doen.
Beslissingen die bij de onthulling vaak als heiligschennis worden gezien, hebben ook betrekking op alternatieve motoren. De eerste hybrides arriveerden in 2010, plug-in varianten vervingen ze in 2013 en volledig elektrische aandrijving maakte zijn opwachting in 2019. Ook hier wordt de moed van Porsche beloond: geëlektrificeerde thermische motoren maken nu het grootste deel van de verkoop uit en de orderteller voor de Taycan eindigde 31 december vorig jaar op 20.015 exemplaren. En dat moet zo doorgaan, want Porsche blijft zijn aanbod uitgebreid met liefst 3 plug-in hybride versies van de Panamera, met een systeemvermogen dat varieert van 462 pk tot 700 pk. Inmiddels is de Taycan, die debuteerde als een zeer prijzige elektrische auto, ook te koop in een uitvoering die minder kost dan alle andere modellen van het merk, op de 718 Boxster / Cayman na.

Wat wordt de volgende afslag die Porsche gaat nemen? Die van de synthetische brandstof, ook wel ‘e-fuel’ genoemd. Het was Frank Walliser (rechts op de foto), de baas van de Motorsport tak van het merk, die de status van dit project onthulde in de marge van de presentatie van de nieuwe 911 GT3: “Wij zijn op de goede weg. In 2022 starten wij zeker met de productie in zeer kleine volumes (130.000 liter). Er is nog een lange weg te gaan, maar wij zijn er van overtuigd dat dit een belangrijk onderdeel gaat worden van onze inspanningen om de CO2-uitstoot van de autosector te verminderen”. Vorig jaar kondigde de Duitse fabrikant al een samenwerking aan met Siemens Energy, AME, Enel en het Chileense oliebedrijf ENAP, met de ambitie om een fabriek te ontwikkelen voor de productie van synthetische brandstof op industrieel niveau, met als eerste stap het gebruik van de bijzonder sterke windkracht in Chili om de turbines mee te voeden. De bouw zou volgend jaar afgerond moeten zijn en de ambitie is dat er in 2024 minimaal 55 miljoen liter geproduceerd wordt en in 2026 liefst 10 keer meer.
Oliver Blume, de CEO van Porsche (onderste foto), volgt het project op de voet: “Een van de voordelen is dat deze e-fuels kunnen worden gebruikt in thermische motoren, al dan niet hybride, en gebruik kunnen maken van het bestaande netwerk van tankstations”. Walliser vervolgt: “Mechanische modificatie zoals bij E85 is niet nodig. Wij testen met conventionele benzinepompen en werkelijk iedereen kan deze e-fuels gebruiken. Er is ook geen negatieve impact op de prestaties, integendeel, er is alleen sprake van een reductie van deeltjes en NOx, dat alleen maar voordelen heeft ”. Als Porsche zwaar investeert in elektrificatie, zowel bij de Panamera en de Cayenne. en daarnaast volledig elektrische modellen zoals de Taycan ontwikkelt, zal het gebruik van synthetische brandstoffen de uitstoot van zijn andere modellen verminderen en zo de puur thermische levensduur verlengen. Blume denkt dat de 911 daardoor tot het einde van het decennium te verkopen is. Volgens Walliser hebben “synthetische brandstoffen tussen de 8 en 10 componenten, terwijl traditionele brandstoffen tussen de 30 en 40 hebben. En omdat ze puur kunstmatig zijn, zijn er geen bijproducten, wat ze veel schoner maakt. Aan het einde van de ontwikkeling hopen we op een vermindering van de CO2-uitstoot ‘wheel to wheel’ met ongeveer 85 procent. Daarmee zitten wij bijna op het niveau van elektrische aandrijving.

Andere autofabrikanten hebben al belangstelling getoond voor e-fuels, met name Volkswagen en Bentley. Die zouden kunnen profiteren van de door Porsche ontwikkelde technologie. In Groot-Brittannië werkt McLaren momenteel aan een prototype dat op e-fuel rijdt. Het doel is identiek: auto’s ontwikkelen die net zo milieuvriendelijk zijn als elektrische exemplaren, maar waarmee je binnen 5 minuten een volle tank hebt en zelf kan schakelen. Als het aan Porsche ligt, ligt er een toekomst in het verschiet waar plaats is voor zowel modellen die rijden op stroom als voor auto’s met een verbrandingsmotor. Het ei van Columbus heet dus e-Fuel. Deze synthetische brandstoffen zouden per saldo net zo milieuvriendelijk zijn elektrische auto’s. Aanpassingen aan het voertuig zijn niet nodig. Het resultaat is een Porsche 911 die net zo milieuvriendelijk is als de Taycan.
Politici zijn er in meerderheid van overtuigd dat de verkoop van auto’s met een verbrandingsmotor verboden moet worden. Die visie zal medio 2030-2040 worden omgezet in beleid. Een weg terug lijkt er niet meer te zijn. Ondertussen schroeven de traditionele autofabrikanten gestaag hun activiteiten in het segment voor auto’s met een verbrandingsmotor terug. Je zou dus kunnen zeggen dat e-Fuel daarom te laat komt. Maar dit brandstoftype kan van grote waarde zijn voor bestaande modellen met een verbrandingsmotor die nog tot 2030 à 2040 verkocht gaan worden en die niet zomaar uit het straatbeeld verdwijnen. Er rijden momenteel meer dan 1 miljard auto’s rond op onze aardbol, en veel mensen blijven graag benzine tanken. Of kunnen niet anders omdat er van een adequate laadinfrastructuur geen sprake is. Het tij voor de auto met een verbrandingsmotor valt misschien niet meer te keren, maar e-Fuel kan wel voorkomen dat dergelijke voertuigen nutteloos langs de kant van de weg komen te staan.
