BMW wil rond 2025 de productiekosten per auto met 25 procent teruggedrongen hebben in vergelijking met 2019. Dat moet gebeuren door verdere digitalisering van de planningsprocessen en de toeleveringsketen, door een afgeslankte logistiek en door een betere spreiding van de autoproductie over de bestaande fabrieken, zo laat Milan Nedeljkovic (foto), in de Raad van Bestuur van de BMW Groep verantwoordelijk voor de productie, weten.
Het terugdringen van de kosten zal niet leiden tot goedkopere auto’s omdat de besparingen volledig teniet worden gedaan door fors hogere inkoopkosten. Niet alleen chips zijn door de schaarste aanzienlijk duurder geworden, maar ook de prijzen van staal, aluminium, plastic en andere grondstoffen en materialen vliegen rijzen de pan uit. BMW schat de extra inkoopkosten op dit moment op rond de 1 miljard euro per jaar. Tegelijk moet de autofabrikant enorme bedragen blijven investeren in de transitie naar elektrische aandrijving. In 2030 moet de helft van de modellen volledig elektrisch zijn.

BMW wil de totale productiecapaciteit opvoeren om medio 2030 circa 3 miljoen auto’s per jaar te kunnen bouwen. Vanaf 2023 gaat er geschoven worden met de productie van verschillende modellen. In dat kader is het contract met VDL Nedcar opgezegd. Vanaf 2023, als de nieuwe generatie klaar is, zal de Mini Countryman in het Duitse Leipzig gebouwd gaan worden. Daarnaast wordt de productiecapaciteit in China opgevoerd naar in eerste instantie 700.000 auto’s per jaar. Europa blijft echter met een geplande capaciteit voor een output van 1,6 miljoen auto’s de voornaamste productiebasis van de BMW Groep.
BMW geeft dus aan ook na 2030 vast te willen houden aan verbrandingsmotoren, maar het aantal keuzemogelijkheden zal bij het Beierse autoconcern wel een stuk kleiner worden. Zo verdwijnt de 1,5 liter 3 cilinder krachtbron van het menu. Volgens Nedeljkovic moet BMW de kosten drastisch verlagen want de concurrentie produceert veel efficiënter. Hij noemt specifiek Volkswagen (dat vanwege haar enorme omvang op concernniveau sterk kan profiteren van schaalvoordelen; iets waar ook rivaal Audi baat bij heeft). Overigens is ook Tesla erg efficiënt in het bouwen van auto’s.
Hopelijk zal de bezuinigingswoede niet leiden tot een verminderde bouwkwaliteit. Dat is namelijk typisch iets waarop vaak bezuinigd wordt. Sinds Dieselgate en het geloof van topman Herbert Diess dat de transitie naar elektrische mobiliteit zo snel mogelijk dient te gebeuren, zijn veel auto’s van het Volkswagen concern minder fraai zijn afgewerkt en voorzien van goedkopere materialen. Voorbeelden zijn de T-Roc van het hoofdmerk en de A1 van dochter Audi. Mercedes leed in de periode 1995-2005 onder de bezuinigingskoorts van topman Jürgen Schrempp. Dat heeft bij het merk met de ster voor een flinke smet op het blazoen gezorgd. Maar het beruchtste voorbeeld is Ignacio Lopez, die in de jaren negentig van de vorige eeuw wel eventjes flink zou gaan snijden in de inkoopkosten van Opel. Het merk verspeelde toen in korte tijd zijn imago als producent van betrouwbare auto’s en verloor daarmee grote aantallen klanten.
