Tesla heeft aan een Noorse regionale overheidsinstantie laten weten dat zij in 2022 haar Supercharger netwerk open zal stellen voor elektrische auto’s van andere fabrikanten.
Een van de grootste troeven van Tesla is het Supercharger netwerk, de snelle laadlocaties met de grootste dichtheid (25.000 aansluitingen). Waar bij Ionity doorgaans een 4-tal palen staan, heeft een Supercharger site er meestal 10 of meer. Met als gevolg dat de Tesla rijder zelden of nooit moet wachten omdat alle aansluitingen bezet zijn. Het Supercharger netwerk geeft de Amerikaanse elektrische autospecialist een niet te onderschatten concurrentieel voordeel op andere fabrikanten. Maar nu zou Tesla toch van plan zijn om haar sites toegankelijk te maken voor modellen van haar rivalen.

Dat blijkt althans uit de notulen van een vergadering van het provinciale bestuur van Vestland, een regio in Noorwegen. Tesla had namelijk subsidies aangevraagd om 5 van haar lokale Supercharger stations uit te breiden. De lokale overheid wil echter alleen geld geven aan openbare laadpunten die voor alle elektrische auto’s toegankelijk zijn. Daarop zou Tesla hebben laten weten dat het van plan is om vanaf september 2022 het Supercharger netwerk open te stellen voor modellen van andere fabrikanten.
Wat is het verschil tussen wel of niet kunnen opladen bij een Supercharger? In 2019 heeft Tesla al zijn sites aangepast zodat die palen aldaar een CCS stekker hebben. Die wordt door de meeste elektrische auto’s gebruikt voor snelladen en kan worden beschouwd als de Europese standaard. Maar wanneer men een auto van een ander merk inplugt bij een Supercharger, zal de software weigeren om stroom af te geven. Dat komt doordat het model van de concurrentie niet herkend wordt. De Supercharger techniek kan de auto’s van Tesla wel identificeren. Sterker nog: zij moet dat ook doen omdat er geen betaalterminal is. De herkenningsfunctie van de Supercharger zorgt er voor dat de factuur naar de account van de Tesla klant kan worden gestuurd.
Eigenaren van een elektrische auto van een andere fabrikant die in de toekomst van het Supercharger netwerk gebruik willen maken, zullen daarom waarschijnlijk een betaalaccount bij Tesla moeten aanmaken. De vraag is vervolgens wat deze fabrikant met de klantgegevens gaat doen. Een optie is bijvoorbeeld ongevraagd uitrekenen hoeveel stroom zij zouden hebben verbruikt als zij niet in een model van de concurrentie zouden hebben gereden, maar in een Tesla. Het belangrijkste gevolg zal echter een prijsverlaging bij andere aanbieders van snelladers zijn. Aldaar is stroom in sommige gevallen tot 4 keer duurder dan bij het Supercharger netwerk.
De aanvraag in Noorwegen lijkt geen alleenstaand geval te zijn. Eerder liet de Duitse minister van verkeer, Andreas Scheuer (CSU), zich al ontvallen dat hij met Tesla in gesprek was over publiek toegankelijke snelladers. Ook in Zweden zou Tesla een gelijkaardige aanvraag hebben ingediend. Het Supercharger netwerk is trouwens ook geschikt voor plug-in hybride modellen. De vraag is echter of overheidssubsidie voor Tesla voldoende interessant voor de autofabrikant is om haar exclusieve en superieure laadpalen infrastructuur open te stellen voor de concurrentie. Daarmee zou een belangrijk koopargument verloren gaan om te kiezen voor een Model S, 3, X of Y.
