Waarom de elektrische auto de branche op zijn kop zet

0

Als het aan de Europese Commissie ligt, worden er vanaf 2035 geen nieuwe auto’s met een benzine- en dieselmotor meer verkocht in de Europese Unie. Dat gaat voor ingrijpende veranderingen zorgen. Met name zal er straks op het gebied van onderhoud minder te doen zijn voor dealers. Dat betekent minder werkgelegenheid. En de monteurs die wel in dienst kunnen blijven, zullen terug de schoolbanken in moeten. Ook voor de fabricage van elektrische auto’s is hoger opgeleid personeel nodig.

Het Europese klimaatplan met de titel ‘Fit for 55’ zet in op een forse vermindering van de CO2-uitstoot. Dit betekent onder meer dat de traditionele personenwagen met verbrandingsmotor het veld moet ruimen. Dat heeft niet alleen ingrijpende gevolgen voor de Europese autofabrikanten, maar  ook voor veel toeleveranciers. Immers, het nieuwe alternatief (de elektrische auto) kent geen versnellingsbak of uitlaat en heeft geen motorolie nodig.

“De autosector gaat op de schop”, schrijft Judith Kirton-Darling, plaatsvervangend secretaris-generaal van de internationale vakbondsfederatie Industrial Europe, op de website van het nieuwsplatform Euractiv. “De autobranche wordt geconfronteerd met de grootste technologische veranderingen ooit”. Werknemers in de branche kunnen daar (ook) slapeloze nachten van krijgen. In Europa zijn 14 miljoen mensen voor wat betreft hun baan afhankelijk van de auto-industrie. De helft ervan bevindt zich in de toeleveringsketen. Werknemers in die sector worden het meest door de elektrificatie transitie getroffen. Kirton-Darling waarschuwt “onze kop” niet in het zand te steken. “De auto-industrie moet zich aanpassen om te overleven”.

“De auto-industrie gaat compleet veranderen”, zo bevestigt Maarten Steinbuch, hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven. “De nadruk verschuift van werktuigbouwkunde naar elektrotechniek en computerkunde”. 12 jaar geleden speelde de TU Eindhoven daar al op in met de komst van een masteropleiding Automotive Technology, gericht op schone en veilige mobiliteit met meer aandacht voor bijvoorbeeld ICT. Steinbuch: “Een elektrische auto heeft minder onderhoud nodig, omdat er minder onderdelen in zitten die onderhoud nodig hebben of stuk kunnen gaan. Tegelijk hebben zulke auto’s complexe uitleessystemen en zelf diagnostiek. Dat vraagt in bijvoorbeeld garages heel anders geschoolde monteurs. Dit vergt veel investeringen in de hele branche; niet alleen in nieuwe technieken voor batterijen, maar ook in mensen, in personeel”.

“Toeleveringsbedrijven zullen anders moeten gaan werken”, zegt Steinbuch (foto). “Het Duitse Bosch, onder meer bekend van brandstof injectiesystemen voor traditionele motoren, is zich hier volledig van bewust en zet in op het overschakelen naar de productie en levering van onderdelen voor elektrische auto’s”. Maar wat moet een fabrikant van uitlaten doen? “Misschien iets met luchtbehandeling”, zegt Steinbuch met een kwinkslag. “Het verbeteren van de luchtkwaliteit is een ander vak, maar waarschijnlijk wel heel lucratief”’

De plannen van de Europese Commissie, waarin de elektrische auto, dus een centrale rol speelt, vergen vergaande aanpassingen van opleidingen. Lager geschoolde banen en werkgelegenheid in de klassieke automechanica nemen af, terwijl de vraag naar personeel met kennis van ICT en chemische technologie juist toeneemt om het toekomstige wagenpark rijdend te houden, zo betoogt Judith Kirton-Darling. “Tegen 2030 moeten 2,8 miljoen werknemers worden aangenomen en zullen 2,4 miljoen functies een ander profiel hebben. Opleidingen moeten hen voorbereiden op die toekomstige banen”, aldus de plaatsvervangend secretaris-generaal, die hiervoor verwijst naar het rapport ‘E-mobility: A green boost for European automotive jobs?’ van de Boston Consulting Group.

Opleidingsinstituut Innovam is hier al mee bezig, zo laat Jelle van den Berg van dit kenniscentrum weten. Zo is er een training om op een veilige manier elektrische en hybride auto’s te kunnen demonteren. Meer structureel is dat mbo-opleidingen worden aangepast. Van den Berg: “Er komt minder aandacht voor mechanisch werk en meer voor ICT. Remmen en ruitenwissers blijven aanwezig op elektrische auto’s, maar zoiets als olie verversen vervalt. Dat is werk op niveau twee. Kennis over het vervangen van een distributieriem is ook niet meer nodig. Maar elektrische systemen begrijpen, updates kunnen uitvoeren en software aanpassingen doen: dat is werk op niveau vier en de vraag naar personeel op dat hogere niveau zien wij nu al toenemen”.

Door de omslag naar elektrisch rijden, verdwijnt dus werkgelegenheid bij traditionele leveranciers, bij dealers en in garages. Elektrische auto’s hebben minder onderhoud nodig, zegt Van den Berg. “Misschien wel de helft minder”. Uiteraard blijven veel van de huidige 9 miljoen auto’s met een verbrandingsmotor nog jaren rijden. En die hebben onderhoud nodig. “Maar over een paar jaar zullen steeds minder mensen zin hebben in zo’n klassieke auto, nu ze weten dat modellen met een verbrandingsmotor vanaf 2035 in Europa niet meer nieuw verkocht mag worden. De verkoop van diesels is al sterk afgenomen en dat gaat ook gebeuren bij benzineauto’s. Zeker als mensen in de gaten krijgen dat elektrische alternatieven minder onderhoud vergen”.

Tegelijk blijft veel werk bestaan, zoals dat van schademonteurs en plaatwerkers en spuiters, en komen er zelfs innovatieve banen bij. Volgens het rapport van Boston Consultancy kan de batterijproductie en de laadinfrastructuur naar schatting 581.000 nieuwe banen opleveren. “Op dit moment is er ook al meer werkgelegenheid door het ombouwen van bestaande voertuigen naar elektrische aandrijving”, zegt Van den Berg.

Maar over 20 jaar is de werkgelegenheid in garages een factor 3 verkleind, zo verwacht Steinbuch. “Er zijn dan echter wel nieuwe banen bijgekomen die wij nu nog niet kunnen bedenken”. De Eindhovense hoogleraar maakt zich zorgen of er wel voldoende personeel zal zijn om in de toekomst de nieuwe banen in de autobranche te kunnen vervullen. “Wij hebben al lege plekken op de werkvloer door de vergrijzing. En overal waar technisch personeel nodig is, zijn er tekorten. Ook in de autobranche is de toekomst aan mensen met gouden handjes”.

Reageren is niet mogelijk.