De zesde generatie Opel Astra, die begin 2022 op de markt wordt gebracht, wordt actief in een druk bevochten segment. Hij zal onder andere de degens moeten kruisen met de twaalfde editie van de Toyota Corolla ontmoeten, die in 2019 debuteerde. Nu een neef van de Peugeot 308, wil Opel voor de Astra weer een podiumplaats bemachtigen in het Europese C segment. Maar daarvoor zal het de Toyota Corolla in moeten halen in de verkoopstatistieken. Die eindigde in 2020 namelijk op de vierde plek. Heeft de Duitse compacte middenklasser met Franse genen daarvoor voldoende kwaliteiten? Deze vergelijkingstest biedt een antwoord op die vraag.
In het enorme C segment zijn momenteel de nieuwe Peugeot 308 en de Volkswagen Golf de sterspelers. Pas echter op om bepaalde modellen met een ‘bijrol’ te vergeten, want die voeren allesbehalve een symbolische strijd. Neem bijvoorbeeld de Toyota Corolla. Vorig jaar behaalde dat model de vierde plaats in het C segment in Europa met 133.538 verkochte eenheden. De Opel Astra kan daar jaloers op zijn. Hoewel deze Duitser sinds haar debuut in 1991 vele malen op het podium heeft gestaan, moest ze vorig jaar genoegen nemen met een anonieme elfde plaats. Maar met een gloednieuwe generatie, gebouwd op dezelfde basis als de jongste Peugeot 308, is het doel om terug te keren naar de voorgrond. Moet de Corolla rekening houden met een aanval in de rug?

Om dit te verifiëren werd er een eerste statische bijeenkomst van beide kemphanen georganiseerd. Qua carrosserielengte staan onze 2 hoofdrolspelers op gelijke voet: ze meten allebei 4,37 meter. Maar met een 4 cm langere wielbasis lijkt de Astra gewapend om meer ruimte te bieden aan de inzittenden achterin. Ook voor hun ellebogen of hun schouders, dankzij een veel grotere breedte: 1,86 meter in plaats van 1,79 meter. De Duitser is ook 3 cm hoger, wat een goed voorteken is voor een ruimere cabine. We zullen later zien of de Astra er in slaagt om te profiteren van het kleine voordeel dat hij op papier heeft.


Onze 2 rivalen hebben niet per se het meest uitbundige design in het segment. In het Stellantis sterrenstelsel, waar Opel deel van uitmaakt, laat de Astra de Peugeot 308 de meest dynamische en scherpe lijnen uitstralen. Hij speelt ook niet de cross-over kaart, in tegenstelling tot de Citroën C4 (of de nieuwe DS 4). Maar dat betekent niet dat de Opel geen persoonlijkheid heeft. Integendeel: net als bij de recente Mokka is hij dankzij de zwarte band rond de koplampen, genaamd Vizor, van grote afstand te herkennen. De motorkap is even lang als die van zijn leeuwen neef, en wordt hier gekruist door een centrale rib. De achtersteven, vrij steil, biedt taps toelopende lichten. Wat het profiel betreft, onderscheidt de Opel zich door zijn achterstijl in haaienvin design, een gimmick die het merk al enkele jaren dierbaar is.


De styling van de Corolla is heel anders. Terwijl de Duitser een voorliefde voor scherpe hoeken heeft, geeft de Japanner de voorkeur aan rondingen. Hij heeft dus een eleganter koetswerk dat minder druk oogt dan de carrosserie van zijn voorganger, de tweede generatie Auris. Zijn grote mond en zijn vlijmscherpe optiek voorkomen dat de Toyota wegzakt in anonimiteit, een defect dat vaak werd geassocieerd met eerdere generaties van de Corolla modelreeks. En alsof dat nog niet genoeg is, is het nog steeds mogelijk om net als bij zijn concurrent te kiezen voor een 2-kleurige body met een zwart dak. Het maakt zelfs deel uit van de standaarduitrusting van de hier getoonde GR Sport afwerking, die net zo’n sportieve uitstraling heeft als de Astra GS Line.


Binnenin is het contrast tussen de 2 compacte middenklassers nog sterker. Met zijn 2 naast elkaar geplaatste 10 inch schermen, aanwezig vanaf het instapniveau, lijkt de Opel veel meer ‘hightech’ dan de Toyota. Het digitale instrumentarium van de laatste kan weliswaar een ‘3D-effect’ hebben, maar het formaat blijft beperkt tot 7 inch, waardoor het geen grote kaart kan weergeven. Ook blijft het omringd door 2 naaldtellers. Erger nog, het centrale touchscreen van slechts 8 inch bestuurt een vreselijk ouderwets multimediasysteem, met gedateerde graphics en een zeker gebrek aan snelheid. Alleen het head-up display, dat informatie op de voorruit projecteert, redt de boel, maar ook de Astra kan over deze technologie beschikken.


Een ander punt dat de Opel en de Toyota met elkaar gemeen hebben, is dat beiden op het goede idee kwamen om een paar fysieke bedieningsknoppen te behouden, vooral voor de airconditioning. Zo wordt voorkomen dat de bestuurder zijn blik niet op de weg gericht kan houden om de temperatuur aan te passen of de lucht recirculatie te activeren. In de Corolla zijn er echter enkele details die de indruk wekken dat hij uit een ander tijdperk komt, zoals de knop van de stoelverwarming. Praktisch in gebruik, is de grote Japanse versnellingspook behoorlijk ‘old school’ in vergelijking met de Duitse mini joystick; een gadget die het vooral mogelijk maakt om meer opbergruimte te bieden tussen de 2 voorstoelen. De Astra voegt meer vakken toe in de deuren en in de voorste armsteun. Ook heeft hij een ruimer dashboardkastje. Om nog maar te zwijgen over de ruimte voor inductieladen van een smartphone, die ook groter is in de Opel en bekroond wordt met een kleine extra nis. Kortom, praktisch of technologisch gezien is het de compacte Opel die hier vrij gemakkelijk de meeste punten scoort.


In de duurdere versies van de Astra gaat het zelfs nog wat verder met zijn techniek om half autonoom te kunnen rijden op de snelweg, waar hij in staat is om automatisch van rijstrook te veranderen, of met zijn Matrix koplampen met 84 diodes per unit. Beide voorzieningen getuigen van een meer recente conceptie. Als bonus beloven de stoelen, die zijn gecertificeerd door Duitse artsen (AGR) en waarvan de stoellengte verstelbaar is, meer comfort te bieden op lange reizen dan het vrij harde meubilair van de Japanners. In de dure Ultimate variant van de Astra kunnen ze tegen meerprijs zelfs een massage uitvoeren.


Zoveel gadgets kan zijn concurrent momenteel niet aanbieden. Nabij de finish is de wedstrijd echter spannender dan verwacht en kan er nog niet gefloten worden. Met de Duitser, wiens productie is gerepatrieerd naar haar geboortestad Rüsselsheim, waar hij naast de nieuwe DS 4 van de band rolt, kon slechts in pre productievorm kennis worden gemaakt, met materialen die niet altijd definitief zijn. Tegen de tijd van commercialisering kunnen we daarom hopen dat er wat onflatteuze en eenvoudig te bekrassen kunststoffen verdwijnen, met name op de deksels van de verschillende opbergvakken. Dat zou een welkome zaak zijn aangezien de nogal nette Corolla in deze GR Sport versie gekenmerkt wordt door een goede assemblage en zelfs een paar lederen inzetstukken op sommige plaatsen. Voor een definitieve uitslag van dit testonderdeel zullen we dus moeten wachten tot februari, als de productie-exemplaren van de Astra de fabriek hebben verlaten. Dat zou oorspronkelijk overigens eerder gebeuren, maar het vermaledijde halfgeleidertekort gooit hier roet in het eten.


Zoals de buitenafmetingen doen vermoeden, verwelkomt de Opel zijn achterpassagiers iets beter dan de Toyota. Maar er is niets monsterlijks aan de kloof tussen de 2 middenklassers, en geen van beide blinkt hier echt uit. Bovenal biedt de Astra meer beenruimte en gemakkelijker bruikbare voetenruimte. De zitbank is ook gemakkelijker toegankelijk, omdat de deuren een grotere opening hebben. Net als zijn voorganger kan de nieuwe Astra zelfs geleverd worden met verwarmde achterstoelen, nog steeds zeldzaam in het segment, maar dat is een optie die is voorbehouden aan de duurdere GS Line en Ultimate afwerkingen, in combinatie met nappaleer. Aan de andere kant heeft hij last van wat korte zittingen en is zijn interieurbreedte of hoeveelheid hoofdruimte achterin in vergelijking met segmentleider Volkswagen Golf niet bijzonder. Wat betreft de centrale zitplaats: hoewel die bij de Opel een iets zachtere rugleuning en betere hoofdruimte biedt, is dat niet genoeg om hem perfect bruikbaar te maken. Conclusie: deze 2 compacte blijven eerder toegesneden om met slechts 4 personen te reizen. Om deze 2 tegenstanders zo goed mogelijk vergelijkbaar te maken, heb ik er voor gekozen om hun 180 pk sterke hybride varianten tegenover elkaar te zetten. Die aandrijfversies kampen met een relatief kleine kofferruimte, want bij de Astra elimineert de grote 12,1 kWh batterij, oplaadbaar via het lichtnet, de dubbele laadbodem van de thermische versies. Onder deze omstandigheden wordt de hoogte onder de hoedenplank teruggebracht tot 38 cm en het laadvolume tot 352 l. De Astra Hybrid is dus ver verwijderd van de 422 liter die door Opel aangekondigd wordt voor de benzine- en dieselmodellen. Bij de Toyota moet de kofferklep overigens al na 313 liter bagage dicht, althans bij de 180 pk sterke hybride uitvoering. De 122 pk versie biedt 361 liter.


Als 184 pk sterke Hybrid is de Corolla bagageruimte technisch dus duidelijk in het nadeel. Dat komt ook doordat zijn kofferbak minder ‘vierkant’ is en daardoor minder efficiënt te benutten valt. Daar komt bij dat de hoogte van de bagageruimte geringer is, waardoor de kans groter is dat grote koffers of dozen niet in de Toyota passen. Boosdoener is de 12 volt batterij die zich bij de 184 pk sterke Corolla Hybrid onder de koffervloer bevindt. Bij de 122 pk versie is hij onder de motorkap gehuisvest. Onder de dubbele bodem resteert daardoor alleen een mini bergvak. In beide gevallen is de moduleer capaciteit erg basic, hoewel de Astra in ieder geval de verdienste heeft een skiluik aan te bieden. Merk echter op dat, om dit gebrek aan laadvolume te corrigeren, deze 2 modellen beschikbaar zijn als stationwagen: de Japanner nu al (met een 28 cm grotere lengte in vergelijking met de hatchback), en de Duitse later dit jaar.

Inmiddels zal jij begrepen hebben dat voor deze vergelijkingstest niet de 1,2 liter turbobenzine uitvoeringen van de Astra en de Corolla tegenover elkaar zijn gezet, maar de hybride versies met respectievelijk 180 pk en 184 pk. In het geval van de Toyota is die niet via het lichtnet oplaadbaar. De hybride techniek van de Japanner kenmerkt zich nog steeds door een automaat waarvan de werking doet denken aan een CVT, waardoor soms (bij sterke acceleratie) de indruk wordt gewekt dat de mechanica aan het frezen is. Het fenomeen is echter minder aanwezig bij de hier geteste ‘grote’ 2,0 liter uitvoering (met 184 pk) dan bij de ‘kleine’ versie met 1,8 liter motor (en 122 pk).


Opel biedt maar 1 hybride smaak aan, een variant met een systeemvermogen van 180 pk en een 1,6 liter grote turbobenzine motor als basisunit. Ter compensatie is er ook een 1.5 diesel van 130 pk, maar die heeft vooral een symbolische functie gelet op het kleine verkoopaandeel. De dagen van oliegestookte auto’s zijn geteld en in afwachting van een volledig elektrische Astra (komt in 2023 of 2024) neemt een stekker hybride uitvoering de honneurs waar. Die is standaard voorzien van een klassieke 8-traps automaat die tegen meerprijs ook verkrijgbaar is op de thermische versies van 130 pk. Maar zijn belangrijkste eigenschap is dat de grote 12,1 kWh accu kan worden opgeladen via het lichtnet en dan een actieradius van zo’n 60 kilometer in elektrische modus mogelijk maakt. Met zijn 1,4 kWh accu kan de 184 pk versie kan de Corolla lang niet hetzelfde zeggen: zijn benzinemotor zal na maximaal 2 tot 3 km moeten ontwaken. Dit mag ons echter niet doen vergeten dat de Toyota oplossing andere voordelen heeft, zoals een zeer gering brandstofverbruik in de stad, geen gehannes met een stekker, een beperkter meergewicht en een veel bescheidener meerprijs.


Dit betekent dat je voor de prijs van de tamelijk basis Astra Edition 1.6 Turbo Hybrid (35.949 euro) bij Toyota bijna de GR Sport uitvoering van de Corolla 2.0 Hybrid krijgt (37.510 euro). De Japanner is dan voorzien van zaken als 17 inch velgen (aantrekkelijker dan de 16 inch exemplaren van zijn rivaal), 3 jaar garantie in plaats van slechts 2 jaar, Bi-led koplampen, cruisecontrol en zelfs Keyless Entry. Om dat in de Astra te krijgen, moet je upgraden naar het Elegance niveau, wat 2.950 euro extra kost. Pleister op de wond is dat de Duitser de enige is die op dit prijsniveau parkeerhulp voor en achter biedt, naast zijn 2 prachtige 10-inch schermen.

Conclusie
Met zijn veel modernere interieur en uitrusting blaast Opel de Astra nieuw leven in. De Corolla is na een vergelijking, hoewel hij nog geen 3 jaar oud is, duidelijk niet okselfris meer. De Opel heeft ook het voordeel dat hij iets ruimer is. Maar voor hybride enthousiastelingen zal het oplaadbare voorstel van Opel niet altijd het meest relevant zijn. Hoewel de Astra in deze vorm een royale elektrische actieradius biedt, moet hij regelmatig kunnen worden aangesloten op het lichtnet, terwijl zijn overgewicht en zijn meerprijs veel hoger zijn dan van de Toyota oplossing. Toyota hoeft dus niet bang te zijn al haar Corolla klanten kwijt te raken. Spannend wordt het pas in 2023, als de Astra leverbaar wordt in een 136 pk sterke mild hybride uitvoering met de 1.2 PureTech benzinemotor als basisunit. Dan worden de kaarten opnieuw geschud …
