Italië wil uitstel verbod verbrandingsmotor

0

Italië heeft officieel bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Europese Unie om de verkoop van nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor vanaf 2035 te verbieden. De reden: een dergelijke termijn zou onrealistisch zijn.

Hoewel de auto-industrie duidelijk wil meewerken aan de transitie naar elektrisch rijden en zijn best doet om de CO2-uitstoot van haar vloot gestaag te verminderen, wijzen niet alle neuzen dezelfde kant op. Er zijn namelijk meningsverschillen tussen fabrikanten, landen en internationale instanties omtrent de timing. Na Tsjechië zegt nu ook Italië “nee” tegen het verbod op verbrandingsmotoren voor nieuwe voertuigen vanaf 2035. Het verzet komt niet als een verrassing omdat het land eerder al een uitzondering probeerde te bedingen voor kleinschalige autofabrikanten als Ferrari en Lamborghini.

Overigens heeft ook Duitsland, een ander Europees land waar de auto-industrie voor een zeer groot aantal banen zorgt, in het kader van de klimaatconferentie COP26 geweigerd om een overeenkomst te ondertekenen waarin opgeroepen wordt om vanaf 2040 geen gebruik meer te maken van verbrandingsmotoren. Ook de Verenigde Staten en China willen zich hier niet op laten vastpinnen. Een meerderheid van de aan de conferentie deelnemende landen zette trouwens wel zijn handtekening onder de petitie.

Op Europees niveau is echter afgesproken om de verkoop van nieuwe voertuigen met een verbrandingsmotor vanaf 2035 verbieden. Daar lijken de meeste autofabrikanten mee te kunnen leven, al is het alleen maar omdat ze anders te maken krijgen met veel negatieve reacties op sociale media. Maar een wereldwijd verbod op verbrandingsmotoren in 2040 is echter geen optie. Niet alleen Toyota en Volkswagen, de 2 grootste autoconcerns ter wereld, zijn die mening toegedaan, hebben ook Duitsland, China en de Verenigde Staten. Italië sluit zich daar nu bij aan.

Het argument, dat vergelijkbaar is met dat van de Tsjechië, is dat een dergelijke termijn een te grote druk op de sector zou leggen en een te groot risico voor de werkgelegenheid zou inhouden. Een groot deel van de werknemers in de sector, zowel bij fabrikanten als bij toeleveranciers, zou namelijk omgeschoold moeten worden. En het is inmiddels evident dat er voor de productie van elektrische auto’s minder banen nodig zijn. Dat geldt ook voor het onderhoud. Daarom moet volgens Giancarlo Giorgetti, de Italiaanse minister van Economische Zaken, “het transitiepakket worden herzien”.

Giorgetti wil dat er beter rekening wordt gehouden met de behoeften van de Italiaanse auto-industrie en de sociale gevolgen van een verbod op het gebruik van verbrandingsmotoren. Hij wijst in dit kader ook op de onzekerheden van de milieueffecten van een volledige elektrische transitie. Het is duidelijk: voor Italië, dat sterk afhankelijk is van de auto-industrie, is 2035 te vroeg om verbrandingsmotoren te schrappen. De auto-industrie in het land heeft het al moeilijk sinds Fiat Chrysler Automobiles met Peugeot SA is gefuseerd tot Stellantis. Die krachtenbundeling kan bedrijfseconomisch alleen worden verantwoord door alle productiesites onder de loep te nemen en indien nodig te reorganiseren. Theoretisch kan de fusie ook gevolgen hebben voor fabrieken van Stellantis in andere landen, maar juist de Italiaanse vestigingen van het concern kampen met een grote overcapaciteit.

De boodschap is dus of de aarde even wil wachten met opwarmen totdat Stellantis in Italië zijn zaken weer op orde heeft. Ondertussen zouden dan ook Ferrari en Lamborghini van dit uitstel kunnen profiteren. De kans dat er door de Europese Unie uitstel zal worden verleend, is echter klein.

Reageren is niet mogelijk.