Biedt een sportwagen nog wel vermaak zonder ronkend geluid?

0

Niemand ontkomt aan de transitie naar elektrisch rijden. Ook de Italiaanse fabrikanten van exclusieve sportwagens niet. Je zou kunnen zeggen dat juist daar milieuwinst te behalen is omdat hun emissiewaarden dicht tegen de 300 gram/km aanzitten en bij sommige modellen wordt die grens zelfs fors overschreden. Dus onder druk van de Europese regelgeving evolueren ook zij naar (deels) elektrische aandrijving. Maar dat doen de sportwagen fabrikanten Ferrari en Lamborghini met pijn in hun hart.

Exclusieve sportwagens zijn een van de belangrijkste visitekaartjes van Italië. Qua design zijn zij vaak onovertroffen en ook in technologisch opzicht dwingen de modellen van Ferrari en Maserati respect af. Voeg daarbij een ambachtelijke bouwwijze met inherent daaraan verbonden bescheiden productievolumes en je hebt het ideale recept voor een kwaliteitsproduct. Helemaal als aan de klant maatwerk kan worden geleverd, bijvoorbeeld bij de aankleding van het interieur of de kleur waarin de carrosserie gespoten dient te worden (men kan zelfs het aantal laklagen kiezen).

Anders dan het repertoire van Morgan zijn de sportwagens geen relikwieën uit het verleden. Lamborghini werkt op technologisch vlak samen met topuniversiteiten als het MIT in Boston en de Politecnico van ­Milaan met als doel om diverse innovaties op haar naam te zetten. En in het geval van Lamborghini kan er ook worden geprofiteerd van de knowhow en de Volkswagen Groep die tevens een leverancier is van vitale componenten. Dit merk zou zelfstandig nooit de Urus op de markt hebben kunnen brengen, althans niet in de huidige fijn geslepen vorm. En voor de klant moet het een zegen zijn geweest dat Audi zich een tijdje heeft bemoeid met de kwaliteitscontrole bij Lamborgnini.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de verkoopcijfers, corona effecten daargelaten, al jaren een stijgende lijn laten zien. Want ook in China en andere landen waar het aantal miljonairs snel toeneemt weet men de dure, maar exclusieve producten uit Italië te waarderen. Men zou graag op dezelfde voet doorgaan, maar helaas gooit het klimaat roet in het eten. Het is milieutechnisch 5 voor 12 en dus komt de Europese Commissie met strenge maatregelen om de planeet te redden. In dit kader mogen er vanaf 2035 geen auto’s meer verkocht worden die nog CO2 uitstoten. En tja, dan is het gedaan met de 8, 10 en 12 cilinder motoren die Ferrari en Lamborghini in hun assortiment hebben. Eerder dit jaar probeerde de Italiaanse minister van Milieu, Roberto Cingolani, voor elkaar te krijgen dat zij in aanmerking zouden komen voor een langere overgangsperiode. Maar de politicus, een oud-bestuurslid van Ferrari, ving bot. In Italië zou zoiets misschien nog wel te ritselen zijn geweest, maar niet in Brussel.

Alles wijst er dus op dat de tijd van de auto met verbrandingsmotor voorbij is. Dit betekent dat fabrikanten als Ferrari en Lamborghini zich aan moeten passen. Doen zij dat niet, dan verdwijnen ze van de snel veranderende markt. Auto’s met verbrandingsmotoren worden wat dit betreft vaak vergeleken met dinosaurussen. Die pasten zich ook niet aan de veranderende klimaatomstandigheden op aarde (na een komeetinslag) aan. Daarmee waren hun dagen geteld. Het is niet dat Ferrari en Lamborghini de klimaatveranderingen ontkennen, maar zij menen dat zij, met een jaarproductie van hooguit 10.000 auto’s, niet als een grote vervuiler kunnen worden beschouwd. En al helemaal niet omdat de sportwagens van beide fabrikanten zelden als dagelijks vervoermiddel gebruikt worden, waardoor het kilometrage laag blijft.

Maar Ferrari en Lamborghini erkennen hun ‘sociale verantwoordelijkheid’. En ook als zij dat niet zouden doen: de Europese regelgeving is een belangrijke drijfveer is om te werken aan de omschakeling naar (deels) elektrische sportwagens. Hoge belastingen voor relatief vervuilende modellen zullen Ferrari en Lamborghini ook dwingen om de transitie te omarmen en om vernieuwing na te streven. Verder staat er bij de showrooms een nieuwe generatie klanten op de stoep die een sociaal aanvaardbare auto willen. Ook niet onbelangrijk: de Chinese automarkt. Daar worden meer dan 2 keer zoveel volledig elektrische personenwagens verkocht als in de Europese Unie (bijna 1,8 miljoen versus 800.000 stuks).

Inmiddels hebben Ferrari en Lamborghini omarmd dat de toekomst minimaal deels elektrisch oftewel ‘hybride’ is. Op die manier kan men nog even vasthouden aan de verbrandingsmotor maar tegelijkertijd de CO2 uitstoot van het gamma serieus terugdringen. Bij Lamborghini krijgt de opvolger van de Aventadór als eerste hybride techniek. Daarna volgt de Urus en ten slotte de Huracán. Uiteindelijk moet eind 2024 het hele gamma over elektrische assistentie van de verbrandingsmotor beschikken. Lamborghini wil op deze manier tegen 2025 de CO2-uitstoot van haar portfolio halveren. Daarna, in de tweede helft van het decennium (reken op 2027), kunnen wij de eerste volledig elektrische sportwagen uit Sant’Agata Bolognese verwachten.

Lamborghini is net als Porsche (toevallig of niet een zustermerk) geïnteresseerd in synthetische brandstoffen. Daarmee kan volgens topman Stephan Winkelmann de CO2 uitstoot op korte termijn veel drastischer worden ­gereduceerd, ook omdat klanten met een oudere sportwagen geholpen kunnen worden. Daar zit wat in, want in een klap 100.000 bolides met een verbrandingsmotor voortaan een synthetische brandstof laten tanken tikt veel harder aan dan jaarlijks 5.000 volledig elektrische auto’s de weg op sturen. Lamborghini kan bovendien haar bestaande klanten beter vasthouden als die kunnen blijven rijden in hun klassieke modellen. Het uitrollen van de rode loper voor synthetische brandstof kan daarvoor dé manier zijn.

Nieuwe modellen van Lamborghini zullen echter allemaal hybride aandrijftechniek krijgen, dat staat vast. Het merk volgt hiermee Ferrari dat inmiddels al 3 door een elektromotor geassisteerde modellen in haar gamma heeft. In 2025 moet de eerste volledig elektrische transitie een feit zijn. Opvallend is dat Ferrari meer vaart maakt met de transitie, terwijl Lamborghini tot de Volkswagen Groep behoort dat inmiddels al veel ervaring heeft met emissievrije auto’s. Maar het zit het de autofabrikant uit Maranello misschien meer in de genen om een leider te zijn en om te kiezen voor ongebaande paden dan het half zo grote Lamborghini dat afhankelijk is van de ontwikkelingen elders in de Volkswagen Groep. Het hoofdmerk, Audi en Porsche mogen dan aardig wat ervaring hebben met elektrische auto’s, de zustermerken Bentley en Bugatti moeten net als Lamborghini ook nog de eerste stap zetten. Ferrari kan daarentegen onafhankelijk zijn eigen koers bepalen.

Zullen de nieuwe generatie sportwagens uit Maranello en Sant’Agata Bolognese gaan inboeten aan prestaties en rijplezier? Die vraag wordt door Ferrari en Lamborghini ontkennend beantwoord. Logisch, want zij moeten hun bestaande klanten geruststellen. Maar qua akoestisch genot zal er wel ingeleverd moeten worden. Geen enkele elektromotor kan qua klant tippen aan een V12. Daarmee verliezen Ferrari en Lamborghini een deel van hun DNA. Inspelen op nostalgische gevoelens wordt daardoor veel lastiger. Immers, er is geen benzine verbrandende machine aan boord die luid en diep staat te ­ronken. 12 cilinder motoren worden nogal eens vergeleken met de instrumenten van een symfonisch orkest. Het elektrische alternatief zal het moeten doen met speakers. Klanten die hopen dat zij het moment niet hoeven mee te maken dat Ferrari en Lamborghini alleen nog maar volledig emissievrije maken, zijn dan ook niet op een hand te tellen.

Reageren is niet mogelijk.