VDL Nedcar gaat defintitief geen elektrische auto’s maken voor het jonge Amerikaanse merk Canoo. Het Limburgse bedrijf moet nu een bedrag van 25 miljoen euro terugstorten dat als voorschot was betaald. Tegelijkertijd koopt VDL zich voor 7,5 miljoen euro in bij de Amerikaanse start-up.
“We hebben besloten om niet verder te gaan met VDL Nedcar, maar zijn wel tot de conclusie gekomen dat we verder willen samenwerken met het moederbedrijf, de VDL Groep en de familie Van der Leegte”, zegt topman Tony Aquila. Hij laat weten dat de productie van auto’s in de Verenigde Staten minder risico’s met zich meebrengt dan in Europa. Dat komt onder meer door steun van de staten Arkansas en Oklahoma, die volgens de topman bereid zijn om veel te investeren in hoogwaardige technologie.
Canoo was deze zomer de eerste nieuwe klant van VDL Nedcar nadat BMW had besloten de productie haar X1 en van diverse Mini modellen over te hevelen naar eigen fabrieken. Het plan was om zeker tot 2028 een soort elektrische MPV te laten maken door de fabriek. Maar eerder deze maand zei het bedrijf al van de afspraken met het Eindhovense moederbedrijf over de autoproductie af te willen.
VDL Nedcar was al op zoek naar een andere opdrachtgevers, omdat de productie van elektrische auto’s van Canoo niet genoeg was om de fabriek volledig te benutten. Daarvoor had de Limburgse fabriek haar vizier gericht op Rivian. VDL heeft nog tot uiterlijk 2023 om opdrachten van nieuwe autofabrikanten binnen te halen, want dan stopt de productie voor BMW.
