Carlos Tavares, de CEO van Stellantis, omschrijft de beslissing van de Europese Unie om over te stappen naar een volledig elektrisch wagenpark als “risicovol”. In een toelichting op zijn standpunt laat hij weten: “Het is geen industriële keuze, maar een politieke beslissing die in sociaal en ecologisch opzicht niet zonder gevaren is”.
Op zich is Tavares een warm voorstander van de elektrische auto. Hij stond als baas van PSA (een van de huwelijkspartners van Stellantis) immers aan de wieg van onder andere de Peugeot modellen e-208 en e-2008. Maar zijn adagium is: alles met mate. Tavares uitte sterke twijfels bij de door de Europese Unie doorgedrukte transitie naar elektrisch rijden waarbij de verkoop van auto’s met een verbrandingsmotor over ruim 10 jaar verboden wordt. De topman van Stellantis denkt dat deze beslissing veel grotere ecologische, economische en sociale consequenties heeft dan men in ‘Brussel’ denkt.
Tavares omschrijft de elektrische auto niet de snelste noch de meest efficiënte oplossing om de CO2-uitstoot terug te dringen en houdt zijn hart vast voor de sociale gevolgen van de versnelde overgang naar een personenwagenpark met louter batterijmodellen. Op de korte termijn zal dat volgens hem sowieso niet leiden tot milieuwinst. “Momenteel moet een elektrische auto 70.000 km afleggen voordat hij de door de fabricage van batterijen gecreëerde CO2-uitstoot compenseert. Dan is een lichter exemplaar met hybride techniek een veel betere oplossing. Die kost bovendien maar de helft van een elektrische auto”, aldus Tavares
Ondanks deze kritische noot, gaat Stellantis wel degelijk mee in het elektrische verhaal. Het autoconcern van de huwelijkspartners Peugeot SA en Fiat Chrysler Automobiles investeert 30 miljard euro in de elektrificatie van modellen van de 14 merken van het fusieconcern. Maar van Tavares had het een onsje minder mogen zijn. Hij blijft erbij dat het een politieke en geen industriële beslissing betreft, omdat er snellere, efficiëntere en minder dure manieren zijn om de CO2-afdruk van de autosector te reduceren. De beslissing van de Europese Unie om de verkoop van auto’s met een verbrandingsmotor vanaf 2035 te verbieden vindt hij een vorm van kapitaalvernietiging. Immers, door die geforceerde transformatie zullen reeds gedane investeringen sneller moeten worden afgeschreven en dat kost handenvol geld. Dit zou een grote impact kunnen hebben op de Europese werkgelegenheid in de autosector.
Het is nu al duidelijk dat nieuwkomers (niet alleen Tesla, maar ook en een heleboel Chinese autofabrikanten) profiteren van de in Brussel genomen beslissingen. Dit betekent dat er een minder grote taartpunt overblijft voor de Europese spelers op onze automarkt. Hoewel Tavares bij de huwelijksvoltrekking tussen Peugeot SA en Fiat Chrysler Automobiles beloofde geen fabrieken te sluiten, staat de Stellantis topman nu echter voor een dilemma: “Ik hou mij over het algemeen aan mijn beloften, maar we moeten ook competitief blijven”. De Italiaanse fabrieken van Stellantis kampen met overcapaciteit en de productiekosten aldaar zijn bijna dubbel zo hoog als die in andere Europese landen. Als Tavares niet ingrijpt bij deze zwakste schakel van het autoconcern, dan is dat industriële zelfmoord. Tavares vraagt daarom aan ‘Brussel’ om meer oog te hebben voor de consequenties van haar beleid.
