Door een gebrek aan voldoende componenten voor elektrische auto’s zouden sommige fabrikanten de CO2-doelstelling die door de Europese Unie is opgesteld, kunnen overschrijden. Het boetebedrag kan daardoor snel oplopen.
We stevenen af op het einde van de verbrandingsmotor in Europa, maar sommige autofabrikanten doen er verstandig aan om hun hersens nu al serieus te pijnigen. Niet om elektrische auto’s te produceren (een al te complexe taak om in zo’n korte tijd te volbrengen), maar om te proberen zo gunstig moglijk te reageren op de CO2 doelstellingen die door de Europese Unie worden opgelegd. Ter herinnering: de auto-industrie als geheel moet bepaalde vakjes aanvinken. Op basis van de WLTP-cyclus moet het gemiddelde van alle voertuigen die door alle grote fabrikanten worden verkocht, in de periode 2021 – 2024 lager zijn dan 116 gram/km CO2. Om precies te zijn: de limiet ligt bij 95 gram, maar dan berekend op de oude NEDC-cyclus die niet meer van kracht is. Om deze waarde om te rekenen naar de nieuwe WLTP meetnorm, moeten we rekening houden met een stijging van ongeveer 21 procent, wat de bij de auto-industrie beruchte 116 gram geeft. De limieten die de sector niet mag overschrijden, zijn dus de volgende (WLTP-cijfers):
Van 2021 tot 2024: max 116 g/km CO2
Van 2025 tot 2030: max 98 g/km CO2 max
Vanaf 2030: max 81 g/km CO2
Dit algemene gemiddelde dat moet worden gerespecteerd. Maar in werkelijkheid heeft elke groep fabrikanten die pools vormen (een of meer merken die zijn samengebracht om hun CO2-uitstoot te bundelen en vervolgens de nivelleren), zijn eigen persoonlijke doelstelling, die met name afhangt van het gemiddelde gewicht van de verkochte voertuigen (hoe zwaarder ze zijn, hoe hoger de niet te overschrijden grens komt te liggen, waardoor die dus in principe beter haalbaar is). Er zijn 2 soorten pools: ‘open’, waarbij merken worden samengebracht die niet tot dezelfde groep behoren (zoals Toyota en Mazda), en ‘gesloten’ (die merken van dezelfde groep samenbrengen, zoals Volkswagen, Seat en Skoda).
Volkswagen ontsnapte ternauwernood aan boetes in 2021, maar dit jaar zou wel eens ingewikkelder kunnen worden. Deze autofabrikant heeft namelijk moeite om voldoende elektrische auto’s te produceren om de doelstellingen van de Europese Unie niet te overschrijden. Volkswagen doet samen met haar dochters niet aan milde hybride techniek en heeft dus weinig voertuigen in haar catalogus met een lage CO2-uitstoot. Bovendien raakt het effect van het ‘cadeautje’ dat de Europese Unie in de vorm van ‘Supercredits’ deed uitgewerkt. Concreet telde elk voertuig dat geregistreerd is met minder dan 50 g/km CO2 in 2020 dubbel. Maar deze factor daalde tot 1,67 in 2021, en daarna tot 1,33 in 2022 voordat het in 2023 gelijk wordt met andere auto’s. Wie zwaar heeft ingezet op plug-in hybride auto’s als overgangstechnologie om het gebrek aan volledig elektrische modellen te compenseren, zal geleidelijk aan dus een hogere prijs moeten gaan betalen als de fabrikant niet in staat is om duizenden elektrische auto’s op de weg te krijgen. In Europa kost elke gram CO2 boven de limiet immers 95 euro … vermenigvuldigd met het aantal geregistreerde voertuigen van het afgelopen jaar!
Volgens analysebureau Dataforce kennen we misschien al de namen van toekomstige slachtoffers: Volkswagen, Seat, Nissan of zelfs Dacia. Die zouden hun persoonlijke CO2-doelstellingen in 2022 kunnen overschrijden. Ford en Skoda zouden zich ook in dezelfde situatie kunnen bevinden. Verschillende vormen van tegenwind helpen deze fabrikanten die hun CO2-voetafdruk niet voldoende sneller hebben kunnen verkleinen niet: de stijgende prijzen van metalen om batterijen voor elektrische auto’s te produceren, die impliciet het verkooppotentieel van nul emissieauto’s beperken, en de vermindering of zelfs de afschaffing van bonussen en aankoopsubsidies in bepaalde landen.
