Stellantis en de Guangzhou Automobile Group hebben het faillissement aangevraagd voor de Chinese Jeep activiteiten. Dat melden beide bedrijven.
Het faillissement wordt aangevraagd omdat de activiteiten verlieslatend zijn en er geen uitzicht is op winst. Daarom wordt de joint venture, die in de jaren ’80 werd opgericht, niet voortgezet. Onder Chinese wetgeving konden buitenlandse fabrikanten tot 2 jaar geleden alleen auto’s verkopen middels een dergelijke samenwerkingsvorm met Chinese bedrijven. De wetgeving is dus inmiddels versoepeld (zo heeft Tesla geen Chinese aandeelhouder bij haar productiefaciliteit in Shanghai), maar de meeste andere Westerse autofabrikanten zijn nog met handen en voeten gebonden aan joint ventures.
Afgelopen zomer was er nog sprake van dat Stellantis haar belang in de joint venture zou vergroten tot 75 procent. Maar daar kwam het Frans/Italiaanse autoconcern begin september van terug. Over de reden voor de beëindiging van de samenwerking doet Stellantis officieel geen uitspraak en ook de Guangzhou Automobile Group houdt de kaken stijf op elkaar, maar het kan niet anders dan dat dit te maken heeft met de tegenvallende verkopen van Jeep. Dit jaar verkocht de joint venture in totaal slechts 2.000 voertuigen.
Dat niet meer Chinezen een auto van Jeep kochten, is deels de schuld van Stellantis. Die is het niet gelukt om de bouwkwaliteit te verbeteren; een aspect waar de modellen van het Amerikaanse merk doorgaans slecht op scoren. In China heeft de consument daarbij minder de neiging om een oogje dicht te knijpen dan in Europa of in de Verenigde Staten.
