Er is nog heel wat werk nodig om onze zuiderbuur de switch te laten maken naar een elektrische auto. Vooral bij 55-plussers en in Wallonië is de weerstand groot, zo blijkt uit een enquête in opdracht van BNP Paribas Fortis onder 2.000 Belgen.
Duurzame mobiliteit en de Belg: het blijft een moeilijk verhaal. 80 procent van de huishoudens houdt namelijk liever vast aan hun huidige benzine- of dieselauto als meest gebruikte individuele vervoermiddel, ook al is de afstand tot hun werkplek vaak niet groter dan 20 kilometer (en zou er vanuit deze optiek dus prima overgestapt kunnen worden in een elektrische auto). Slechts 10 procent van de Belgen heeft al de overstap gemaakt naar een elektrische of stekker hybride personenwagen.
Uit de enquête in opdracht van BNP Paribas Fortis blijkt dat slechts 47 procent van de ondervraagden overweegt voor het einde van het decennium de overstap naar een elektrische of stekker hybride personenwagen te maken. Een jaar geleden was dat nog 52 procent. Liefst 35 procent van de Belgen zegt nooit te zullen overschakelen op een elektrische auto. Dat is flink meer dan de 29 procent van de respondenten die hetzelfde verklaarde in 2021.
“De weerstand tegen de elektrische personenwagen neemt toe en dat is verontrustend”, vindt Leen Teunen, werkzaam bij BNP Paribas Fortis. “De weerstand is het grootst bij 55-plussers en in Brussel plus Wallonië. Alleen bij de auto’s van de zaak is er, onder druk van de werkgever, sprake van een duidelijke kentering ten goede. De fiscale maatregelen doen daar hun werk. Niettemin zien we twijfels bij zelfstandigen. Een derde van de zelfstandigen heeft nog niet beslist wanneer hij de overstap zal maken, en 20 procent geeft aan dat niet te willen doen”.
Bij particulieren is vooral de hoge aanschafprijs van een elektrische auto een drempel. Maar ook het rijbereik, de tijd die in het opladen gaat zitten en het tekort aan laadpalen baren vele Belgen zorgen. Desondanks is 60 procent van de Belgen die een elektrische personenwagen heeft tevreden. “Mensen zijn in principe wellicht bereid om over te schakelen, maar alleen als er dat geen consequenties heeft voor hun manier van leven”, zo besluit Teunen.
