De Nederlandse maker van elektrische auto’s met zonnepanelen, Lightyear, is failliet verklaard. Volgens de curator is ook de ontwikkeling van het nieuwe model, de ‘2’, daardoor in gevaar gekomen.
Eerder deze week vroeg de in Helmond gevestigde autofabrikant al uitstel van betaling aan. Dat werd vandaag omgezet in een faillissement omdat er geen geld meer was om het personeel te betalen. De ruim 600 werknemers worden nu ontslagen. Ze worden verder bijgestaan door het UWV.

Eind vorig jaar heerste er nog een jubelstemming bij Lightyear. Daar gingen vrijwel alle automedia in mee, met uitzondering van Autointernationaal.nl . Met geld van investeerders als Invest NL, de Brabantse Ontwikkeling Maatschappij en SHV was het de autobouwer weliswaar gelukt om een personenauto te bouwen die deels op zelfopgewekte zonnestroom rijdt, maar de bedrijfsvoering maakte een amateuristische indruk. Zo werd de prijs van het debuutmodel, de Lightyear 0 (waarvan de productie in november begon), al snel met 130.000 euro verhoogd naar 250.000 euro. En er werden plannen gecommuniceerd voor een goedkoper model dat niet meer dan 30.000 euro zou hoeven te kosten. Een elektrische auto tegen die prijs aanbieden, lukt zelfs de gevestigde orde in de autobranche niet of nauwelijks.
Het amateurisme bij Lightyear was er mede de oorzaak van dat de balans wankel was. In het jaarverslag dat het bedrijf in oktober bij de Kamer van Koophandel deponeerde, viel te lezen “dat er extra investeerders nodig zijn”. Ook schrijft Lightyear dat bijvoorbeeld het ministerie van Defensie afgehaakt is als klant. Een Defensiewoordvoerder laat weten dat er een bestelling was van één auto om “meer kennis op te doen over dit soort aandrijving”. Uiteindelijk vond het ministerie het toch een te grote investering ‘voor alleen de data’. Het contract werd ontbonden in 2021. Daarmee verloor Lightyear, dat in 2021 een gigantisch verlies leed (namelijk 65 miljoen euro) een van de weinige stroomhalmen waarover het bedrijf beschikte.
Begin deze week viel de façade niet langer vol te houden. Het bedrijf liet weten de productie van het debuutmodel bij Valmet Automotive in Finland te stoppen. In totaal is er slechts een handjevol auto’s van de band gerold in de fabriek in het Finse Uusikaupunki, terwijl er een planning was gemaakt voor 950 exemplaren. Na overleg met investeerders werd besloten de aandacht (en het geld) volledig te richten op de ontwikkeling van het aangekondigde nieuwe model, de ‘2’. Lightyear had beter niet naar die investeerders kunnen luisteren want het bedrijf bezorgde zichzelf daarmee enorme imagoschade. Het resultaat was dat alle alarmbellen bij toeleveranciers afgingen en schuldeisers op de deur bonkten bij Lightyear. Voor het bedrijf zat er niks anders op dan het faillissement aanvragen.
Het nieuwe model beleefde trouwens ook een valse start, in die zin dat de aangekondigde prijs later moest worden bijgesteld. Dat was dus ook al bij de ‘0’ gebeurd. Een ezel stoot zich niet 2 keer aan dezelfde steen maar Lightyear dus wel. Onrealistisch was ook de verkoopraming voor het nieuwe model (dat eerst 30.000 euro zou gaan kosten, maar later werd dit veranderd in 40.000 euro excl. belastingen). Lightyear dacht met de ‘2’ in één klap door te groeien naar het niveau van een volumespeler in de autobranche en er 6-cijferige aantallen van te kunnen gaan bouwen. Eerder deze maand kon Lightyear weliswaar melden een bestelling van 10.000 exemplaren te hebben ontvangen voor het nieuwe model (van leasebedrijf Arval), maar veel meer dan een intentieverklaring zal het niet geweest zijn.
Inmiddels is het de vraag of de ‘2’ ooit nog geleverd gaat worden worden aan de klant. Ook het voortbestaan van dit model hangt aan een zijden draadje. “Het hele Lightyear concept zat in de bv die nu failliet verklaard is. Daar valt ook de ontwikkeling van de ‘2’ onder”, aldus curator Reinoud van Oeijen. Hij is druk in gesprek met investeerders om te kijken of het bedrijf een doorstart kan maken. “Er melden zich partijen die zeggen serieus te zijn. Het is aan mij het kaf van het koren te scheiden”, zegt Van Oeijen. “Er is snelheid geboden om dit mooie concept toch te kunnen voortzetten”.
Vermoedelijk zal er heel wat kaf tussen het koren zitten. De tijd dat start-ups op het gebied van elektrische mobiliteit de beurslievelingen waren, is voorbij. Beleggers zijn zeer sceptisch geworden nu bedrijven als Lucid Motors en Rivian moeite hebben om hun autoproductie goed op de rails te krijgen. Anderen, zoals Faraday Future, zijn inmiddels technisch failliet. Ondertussen doemt er zich een tsunami aan Chinese debutanten op de markt voor elektrische auto’s op. Velen daarvan zullen sneuvelen, zeker nu Tesla dankzij een goed gevulde oorlogskas naar het prijswapen kan grijpen.
Dat is geen gunstig klimaat voor een succesvolle doorstart van Lightyear, zeker niet nu de branche al geruime tijd kampt met een slechte leverbaarheid van vitale componenten die bovendien gestaag duurder worden. Niet uit de sluiten valt dat Lightyear er achter is gekomen dat er ook bij een prijs van 250.000 euro flink verlies wordt geleden op de bouw en verkoop van elk exemplaar van de ‘0’. Dan kan je maar beter direct de stekker er uit trekken. Maar gegeven het feit dat de slechte leverbaarheid van onderdelen al geruime tijd bekend is, is het een inschattingsfout van Lightyear geweest om de ‘0’ toch in productie te nemen.
Bij het failliete onderdeel van Lightyear werken 620 mensen. De locatie in Venray waar het bedrijf de zonnepanelen bouwt die in de autodaken werden gebruikt, is niet failliet. De 30 werknemers die daar werken behouden hun baan. Dit bedrijfsonderdeel is een toeleverancier van ‘echte’ autofabrikanten die de klappen van de zweep in de branche kennen. Ook het overkoepelende moederbedrijf is niet failliet. Dat is eigenaar van al het intellectueel eigendom van Lightyear. De vraag is hoeveel geld investeerders daar voor over hebben. Van revolutionaire patenten lijkt geen sprake te zijn.
De huidige investeerders in Lightyear, dat in 2016 begon als een afstudeeropdracht van 5 studenten aan de TU Eindhoven en 3 keer de ‘World Solar Challenge’ won, kunnen vermoedelijk fluiten naar hun geld. Het gaat daarbij onder andere om de Nederlandse overheid die via het duurzaamheidsfonds Invest-NL een bedrag van 25 miljoen euro aan belastinggeld in het bedrijf stak. De vraag is of dat fonds niet had kunnen weten dat de businesscase van Lightyear op drijfzand gebaseerd was. Studenten die vanuit het niets autofabrikant worden: het was allemaal te mooi om waar te zijn. Had het investeringsfonds dit niet moeten zien aankomen?
Wie ook kunnen fluiten naar hun geld, zijn de klanten die een exemplaar van de ‘0’ besteld hadden en daarvoor een aanbetaling gedaan hadden. Zij zullen van de curator vermoedelijk te horen krijgen dat de kas leeg is.
