Het prijsverschil tussen nieuwe elektrische auto’s en modellen met een verbrandingsmotor wordt nauwelijks kleiner. Ondertussen wordt de financiële steun van de overheid voor met name zakelijk elektrisch rijden afgebouwd en blijft de stroomprijs hoog. Daardoor wordt het duurder om over de stappen op een emissievrije auto.
Daarvoor waarschuwt accountants- en adviesorganisatie KPMG in een nieuw verschenen rapport. Volgens de auteurs kijken Nederlanders steeds kritischer naar de aanschafprijs van een auto. Twee derde van de consumenten (66 procent) ziet het te betalen bedrag als belangrijkste drempel voor de aanschaf van een elektrisch model, zo komt uit het onderzoek naar voren. 2 jaar geleden was dat nog maar 54 procent.
“De stijgende kosten kunnen ertoe leiden dat elektrisch rijden onaantrekkelijker wordt voor de consument”, zo concludeert KPMG. Hoewel elektrische auto’s in aanschaf flink duurder zijn dan exemplaren met een verbrandingsmotor, zijn de gebruikskosten nu vaak nog lager. Dit komt door de huidige vrijstelling op de wegenbelasting, de lagere onderhoudskosten en de lagere kosten voor het opladen. Als de stroomprijzen weer gaan stijgen en er MRB betaald moet gaan worden voor elektrische auto’s wordt verhoogd, kan dit er voor zorgen dat een model met benzinemotor weer goedkoper wordt in het gebruik.
Om elektrisch rijden milieuvriendelijk en kosteneffectief te houden, moet het volgens de auteurs van het KPMG rapport makkelijker worden om auto’s op te laden met zelf opgewekte energie uit zonnepanelen. Autobezitters kunnen er verder voor kiezen om hun voertuig vaker op te laden tijdens ’dal periodes’ (waarin sprake is van lagere tarieven) of door te kiezen voor goedkopere laadstations. Maar ook de regering kan elektrisch rijden aantrekkelijk houden door de belastingbankschroeven niet te hard aan te draaien.
