De Italiaanse overheid wordt voorlopig geen aandeelhouder van Stellantis, het moederbedrijf van onder andere Abarth, Alfa Romeo, Fiat, Lancia en Maserati. Adolfo Urso, de Minister van Industrie, dreigde daar begin deze maand mee, om zo af te kunnen dwingen dat er minder productie naar het buitenland zou verdwijnen, maar stelt nu dat staatsbemoeienis met het autoconcern op dit moment niet aan de orde is.
Stellantis en de regering van Giorgia Meloni waren elkaar in de haren gevlogen omdat de autobouwer er van beschuldigd werd “niet toegewijd te zijn aan Italië”. Het bedrijf zou Frankrijk, dat een flink deel (6 procent) van de aandelen Stellantis in haar zak heeft, voortrekken. Om er voor te zorgen dat Italië niet langer achtergesteld zou worden, dreigde de Italiaanse regering om ook een groot belang in de autofabrikant te verwerven.

Stellantis is in 2021 ontstaan uit een krachtenbundeling van het Franse Peugeot SA en het Italiaanse Fiat Chrysler concern. Er werd naar buiten toe gecommuniceerd dat het om een fusie zou gaan, maar vanaf dag één was het op basis van de samenstelling van de Raad van Bestuur duidelijk wie de bovenliggende partij was: Peugeot SA. De Italiaanse regering had dit kunnen weten, maar afgelopen maand toonde premier Meloni en haar regering zich verrast dat Stellantis de belangen van Frankrijk boven die van Italië zou stellen. In de grote mensenwereld kan je weten dat als men in ‘Parijs’ de macht heeft, men die ook zal uitoefenen. Daar weten ze bij AirFrance-KLM alles van.
Maar vorige maand werd de droom dat er sprake zou zijn van een gelijkwaardig huwelijk dus ruw verstoord. Meloni realiseerde zich dat er sprake is geweest van “een Franse overname”. De enige manier om de eer van Italië te redden, was de verwerving van een aandelenbelang in Stellantis, zo stelde Urso begin deze maand. Dat zou er voor gaan zorgen dat er in de toekomst beter rekening gehouden wordt met de belangen van het Apennijnse schiereiland.
Nu is Urso een toontje lager gaan zingen. Het opgefokte standje zegt nu dat aandelenverwerving door de Italiaanse staat pas aan de orde is als Stellantis daar zelf om vraagt. John Elkann, de bestuursvoorzitter van Stellantis liet eerder al weten daar geen prijs op te stellen. Daarmee is de kous af zou je denken, maar de regering Meloni blijft van mening dat Stellantis te weinig auto’s in Italië bouwt. Vorig jaar ging het om ongeveer 750.000 exemplaren en dat vond de premier en haar ministersteam te weinig. Carlos Tavares, de CEO van Stellantis, heeft nu beloofd om de autoproductie medio 2030 tot 1 miljoen verhoogd te hebben. Hij lijkt dat te willen gaan doen door modellen van de Chinese partner Leapmotors (foto) in Italië te gaan bouwen. Een soort Alfa Romeo Arna dus, maar dan anders.
Stellantis en de Italiaanse regering lager eerder deze maand ook al op ramkoers. Tavares zei toen dat Meloni met geld over de brug moest komen, want zonder aanvullende aanschafsubsidies voor elektrische auto’s zou de toekomst van 2 grote fabrieken in Italië op de tocht staan. Dat de topman van Stellantis zo zwaar van leer trok, komt doordat het autoconcern het momenteel zwaar heeft. Het marktaandeel staat onder druk en dat komt niet in de laatste plaats doordat de consument uitgekeken begint te raken op modellen als de Fiat 500e en de Peugeot e-208. Modernere types als de vernieuwde DS 3 E-Tense, de Citroën ë-C4 X en de Peugeot e-308 worden door de pers bekritiseerd vanwege respectievelijk de te hoge prijs, de volkomen idiote carrosserievorm en de te kleine actieradius.
In het middenklasse segment zijn diverse merken van Stellantis (Alfa Romeo, Citroën, DS) nog steeds niet actief met een volledig elektrisch model en dat begint verkoop technisch te wringen, ook omdat de Peugeot e-308 (en in diens kielzog de Opel Astra Electric) op zijn best lauwtjes zijn ontvangen. Urso heeft eerder in Brussel gepleit voor een versoepeling van de uitstootregels voor modellen met een verbrandingsmotor (Italië wil dat in 2035 van alle nieuw verkochte auto’s 10 procent niet-elektrisch hoeft te zijn), maar de vraag is of dat Stellantis zal helpen aangezien de 1.2 PureTech en 1.5 BlueHDi motoren van het autoconcern qua betrouwbaarheid een zeer slechte reputatie hebben.
Overigens heeft Stellantis in 2023 niet geleden onder bovengenoemde malaise. Het autoconcern behaalde vorig jaar een recordomzet van 189,5 miljard euro. In 2022 was dat 179,6 miljard euro. De winst steeg met 11 procent tot 24,3 miljard euro. Daarvan krijgen de werknemers van Stellantis 2 miljard euro in de vorm van bonussen, wat neerkomt op ruim 7.800 euro per werknemer.
