Het aantal bestuurders in Nederland dat herhaaldelijk boetes krijgt, is volgens experts een hardnekkig probleem. Maar wat is de oplossing? “Niet alleen rijontzegging. Je moet ook de pakkans verhogen”. Ruim 30.000 mensen krijgen jaarlijks meer dan 10 verkeersboetes, zo werd eerder deze week bericht. Slachtofferhulp wil dat deze ‘verkeershufters’ worden aangepakt.
Volgens Dr. Ragnhild Davidse, werkzaam voor het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, zijn mensen die meer overtredingen maken in het verkeer, ook vaker betrokken bij ongevallen. “Mensen die 9 keer of vaker een overtreding hebben begaan, vormen 0,5 procent van alle verkeersdeelnemers. Maar zij zorgen voor 6 procent van alle verkeersongevallen. Het zijn geen dronken rijders, maar net zo gevaarlijk”.
Toch raken deze mensen hun rijbewijs niet kwijt, legt Davidse uit. “De boetes zijn op kenteken gemaakt, dus je weet niet zeker wie er tijdens de overtreding in de auto zat. De kans is groot dat het dezelfde persoon is, maar het is lastig om dat te bewijzen. De eigenaar van de auto krijgt de boete”. Op de manier waarop het nu is geregeld in Nederland, is het lastig om iets te doen aan die tienduizenden bestuurders met meer dan 10 verkeersboetes, denkt Davidse. “Als je degene die de overtreding heeft begaan, kunt bekeuren, dan zou je betere maatregelen kunnen nemen”. Zij vervolgt: “Niet alleen een rijontzegging, want als iemand niet het gevoel heeft dat de kans om gepakt te worden groot is, gaat hij ook zonder rijbewijs rijden. Je moet echt een combinatie van maatregelen hebben. Waaronder rehabilitatieprogramma’s, waarbij ook sprake is van een therapeutische behandeling. Je gaat dan echt het gedrag van die persoon proberen te veranderen”.
Verkeerspsycholoog Matthijs Dicke-Ogenia denkt dat aanhouding ter plekke daar ook bij helpt. “Het gesprek met de politieagent heeft gedragskundig een veel sterker effect dan een boete die 6 weken later op de deurmat valt”. Als iemand voor de rechter komt, moet er volgens Dicke-Ogenia ook een flinke straf uitkomen. Anders heeft het geen effect op de lange termijn. “Het is een heel hardnekkig probleem want mensen overschatten hun eigen vaardigheden. Ze denken: ik kan wel hard rijden, ik kan het beter dan een ander. Maar ze onderschatten wat de rest van het verkeer daarmee doet. Het verkeer lijkt heel makkelijk, maar het kan snel omslaan naar iets dat heel gevaarlijk wordt”.
De verkeerspsycholoog gaat ook een stap verder dan gedragsverandering en vindt dat mensen bij herhaalde overtredingen misschien uitgesloten moeten worden van het verkeer. “Het verkeer is een sociaal systeem. Dat kan alleen maar goed werken op het moment dat iedereen zich aan de afspraken houdt. Mensen kunnen overlijden als anderen dat niet doen, dus het is vrij ernstig”. Dicke-Ogenia benadrukt dat het lastig is om de wet daarop aan te passen. “Daarom is het beter om te kijkenj naar maatregelen die direct effect kunnen hebben. In Duitsland kan men punten krijgen bij bepaalde overtredingen en al vrij snel een rijontzegging krijgen. Ik denk dat wij ook best wel wat strenger mogen zijn. Hoge boetes, laten merken dat ze gecontroleerd worden en dat de pakkans vrij hoog is”. Davidse sluit zich daarbij aan. “De pakkans is een heel belangrijk punt wil het geloofwaardig zijn en dat mensen zich beter gaan gedragen”.
Pechtold (CBR): “Een cursus lost het verkeershufters-probleem niet op”
Directeur Alexander Pechtold van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zegt niet verrast te zijn over het feit dat jaarlijks zo’n 31.000 mensen meer dan 10 verkeersboetes ontvangen. “De ongevallen in het verkeer lopen de afgelopen jaren vrijwel constant op. Dat er mensen zijn die jaarlijks vele boetes krijgen, houdt daar direct verband mee.
Wel is er volgens Pechtold een verschil tussen de mensen die boetes krijgen ter hoogte van een paar tientjes en de mensen die veel te hard rijden. In dat laatste geval gaat het om bestuurders die meer dan 50 kilometer te hard rijden. Toch benadrukt de CBR-directeur dat het niet zo is dat deze groep uit alleen maar slechte bestuurders bestaat: “Wij nemen de rijexamens in veel gevallen af wanneer mensen ongeveer 18 jaar zijn. De meesten kunnen best wel goed rijden”. Toch zijn er verschillende gevallen geweest van rechtszaken waarin daders terechtstonden die 80 km/u te hard reden in de bebouwde kom. Volgens Pechtold helpt daar geen cursus tegen. “Deze mensen kunnen waarschijnlijk heel goed rijden als er een examinator of politieagent naast ze zit, maar het gaat juist om het moment dat ze zich onbespied voelen”.

Een deel van de oplossing is volgens Pechtold dan ook een politiek vraagstuk: “Willen wij in Nederland hoger beboeten, sneller een rijbewijs innemen of bijvoorbeeld kastjes in auto’s plaatsen van mensen die structureel te hard rijden?”, vraagt de CBR-directeur zich af. Daarbij moet ook gekeken worden naar de huidige trajectcontroles. Door apps kunnen die veelal worden omzeild.
Mogelijk kan voor eventuele aanscherpingen worden gekeken naar onze buurlanden. Daar is men een stuk strenger als het aankomt op verkeersovertredingen. Zo hanteert Duitsland een methode waarbij mensen die meer dan 8 keer een verkeerboete ontvangen, een rijontzegging krijgen. En in België wordt het rijbewijs 2 weken afgepakt wanneer iemand betrapt wordt met de telefoon in de hand achter het stuur. “2 weken je rijbewijs kwijt zijn, is geen ranp, maar je maakt dan niet snel nog een keer dezelfde overtreding”, zo stelt Pechtold.
