Zo maar wat nieuws: dieselbusjes worden steeds vaker geweerd uit binnensteden en op de bedrijfswagenbeurs in Hannover worden tal van nieuwe waterstofmodellen gepresenteerd.
Voor diegenen die louter geïnteresseerd zijn in personenauto’s lijkt dit irrelevant nieuws, maar niets is minder waar.
Tot nu toe wil het niet zo vlotten met het populariseren van waterstofaandrijving voor personenwagens. Dat komt niet in de laatste plaats door de hoge kosten van dergelijke voertuigen. Een auto met waterstoftechniek is voor de particuliere koper daardoor eigenlijk geen optie. Alleen bedrijfsmatig zou deze aandrijfvorm een alternatief kunnen zijn.
Dat roept herinneringen op aan 1936, toen Mercedes-Benz de 260D introduceerde. Dat model is de geschiedenis ingegaan als de eerste personenwagen met dieselmotor. Verkoop technisch wist dat model geen deuk in een pakje boter te slaan. Daarvoor was de Mercedes te duur en de techniek misschien nog wel een tikkeltje te exotisch voor de doorsnee autoconsument.
“Te duur en te exotisch”. Die kwalificatie kan je ook plakken op de huidige waterstofmodellen op de automarkt: de Hyundai Nexo en de Toyota Mirai. Goed bruikbaar voor taxibedrijven, met name als die opereren in steden waar sprake is van een streng milieubeleid. Maar voor particulieren zijn waterstofauto’s (en voor de afgebeelde BMW iX5 Hydrogen, die volgend jaar beschikbaar komt, zal dat niet anders zijn) net zo min interessant als de Mercedes-Benz 260D dat in 1936 was.
Toch is het met de dieselende personenwagen helemaal goed gekomen. Na de Tweede Wereldoorlog ging Peugeot er mee aan de slag. De dieselmotor van Perkins liet zich in diverse Britse personenwagens inbouwen. De oliecrisis gaf de verkoop van olie gestookte auto’s een impuls. Opel had het geluk de Rekord 2100D toen al paraat te hebben, maar voor Citroën was het reden om de CX 2200D in stelling te brengen. Mercedes en Peugeot probeerden die nieuwe concurrenten een stap voor te blijven door een turbodiesel aan hun gamma toe te voegen. Die net als alle hiervoor besproken modellen waren ook die versies te duur voor Jan Modaal. Dat probleem werd echter vakkundig opgelost toen Volkswagen de Golf D lanceerde.
Sindsdien heeft de dieselauto bewezen een allemansvriend te kunnen zijn. De populariteit nam gestaag toe, tot dat fijnstof roet in het eten begon te gooien. Volkswagen gaf de dieselmotor met haar sjoemel software ook een zetje richting de uitgang.
Wij zijn nu in de nadagen van de dieselende personenwagen beland. Zelfs de importeur van Mercedes-Benz heeft de meeste versies gesaneerd. Alleen BMW houdt nog moedig vol. Tegen beter weten in? Misschien, maar BMW laat ook zien oog voor de toekomst te hebben. Deze autofabrikant beseft dat de waterstofauto wel eens hetzelfde adoptieproces zou kunnen gaan doorlopen als modellen met een dieselmotor sinds de lancering van de Mercedes-Benz 260D.
De doorbraak komt als er een waterstof equivalent van de Golf D op de markt verschijnt. Om niets aan het toeval over te laten, hebben BMW en Toyota recentelijk hun krachten gebundeld om waterstoftechniek goedkoper te kunnen maken; de basisvoorwaarde voor omarming door het grote autopubliek.
De Toyota Mirai verdient in het automuseum een plaats naast de Mercedes-Benz 260D. En welke auto wordt er straks naast de Volkswagen Golf D geparkeerd? De Toyota Corolla Hydrogen? Of de BMW 120h? Misschien wel allebei …
